9 Mei 2017 //
Geert Degrande
Breng scale-ups naar de beurs
“België zou best nog wat ambitieuzer uit de hoek mogen komen voor de financiering van scale-ups," zegt professor Omar Mohout.

Afgelopen weekend liet financieminister Johan Van Overtveldt in de Tijd optekenen dat hij een plan heeft om bedrijven te helpen die moeite hebben om door te groeien omdat er onvoldoende groeikapitaal is in België. Hij wijst erop dat in België jobs en technologie verloren gaan omdat ambitieuze bedrijfsleiders van startups na de opstartfase moeite hebben om kapitaal aan te trekken en dan maar hun heil gaan zoeken in het buitenland. Daarom wil hij via de oprichting van twee grote fondsen waarin de overheid zelf geen geld zal steken, maar die die groot genoeg zullen zijn om verschillende bedrijven tegelijk te ondersteunen, vermijden dat scale-ups ons land verlaten.
Omar Mohout, professor ondernemerschap, vindt het een goed idee, maar stipt tegelijk aan dat de overheid nog best wat ambitieuzer uit de hoek zou mogen komen en ook de beurs van Brussel zou moeten promoten als financieringsmiddel.
“De analyse van de minister is correct”, zo zegt hij, “want het is inderdaad niet eenvoudig om groeikapitaal te vinden in dit land. Daarvoor is de omvang van de Belgische fondsen te klein. Enkel een GIMV is in staat om een investering van enkele tientallen miljoen euro te doen, die sommige succesvolle en ambitieuze startups zouden nodig hebben om ook internationaal volop hun potentieel te benutten. De cijfers spreken voor zich: in de 3 grootste investeringen van de laatste 16 maanden -Collibra (47 miljoen euro), Showpad (44 miljoen euro) en Auro Technologies ( 25 miljoen euro)- was geen enkele Belgische investeerder betrokken. Dat geeft niet alleen duidelijk aan waar het schoentje knelt, het is ook een gemiste kans om die bedrijven nog meer en beter op de kaart te zetten.”
Omar Mohout vindt dat de regering met de oprichting van bijkomende fondsen, zoals Van Overtveldt voorstelt, weliswaar een beetje kan helpen, maar hij wijst er tegelijk op dat ze nog altijd erg voorzichtig blijft. “Er staat in ons land nog altijd enorm veel geld te verkommeren op spaarboekjes en kasbons waar het helemaal niets opbrengt. Aangezien bijna 80% van de bedrijfsfinanciering nog altijd via de banken loopt, zou ik het een goed idee vinden om ook de banken meer bij de fondsen te betrekken die scale-ups financieel kunnen steunen. Ook de investeringsvehikels van de rijke families, zoals Sofina van de familie Boël, dat wel al investeerde in bedrijven als Yahoo!, Google, YouTube, LinkedIn, Facebook, Twitter, Snap en WhatsApp, zouden kunnen worden aangepord om geld vrij te maken voor veelbelovende scale-ups van eigen bodem. En dan is er de Brusselse beurs Euronext. Een optie die te weinig groeibedrijven overwegen en laagdrempeliger is dan ze lijkt. De beurs meer promoten als financieringsvehikel zou er ook kunnen helpen voor zorgen dat ambitieuze groeiers niet naar het buitenland trekken en dus hier voor jobs en welvaart helpen zorgen. België barst van de creativiteit, innovatiekracht en talent. Om maximaal te profiteren van deze pool van innovatie is het noodzakelijk om groeibedrijven veel beter dan nu het geval is toegang te geven tot de nodige financiering. Uiteindelijk zijn zij het die ervoor zorgen dat onderzoek en innovatie omgezet kan worden in socio-economische en dus ook maatschappelijke meerwaarde.”