6 Augustus 2018 //
Btw en onroerende verhuur: het definitief wetsontwerp
De nieuwe regels zouden in werking treden op 1 januari 2019, maar de bouwwerken mogen reeds van start gaan op 1 oktober 2018.

In diverse eerdere nieuwsbrieven had advocatenkantoor Tiberghien al bericht over de invoering van het optionele btw-stelsel voor onroerende verhuur. In maart dit jaar is er binnen de regering een princiepsakkoord bereikt over de invoering van dit optionele stelsel. Op dat ogenblik waren de krijtlijnen van de nieuwe regeling min of meer duidelijk. Na het advies van de Raad van State werden de ontwerpteksten evenwel nog op een aantal belangrijke punten aangepast, met name op het vlak van de toepassing in de tijd, de omschrijving van het begrip opslagruimte en de kortstondige verhuur. 
Het basisprincipe van de nieuwe regels blijft behouden. Er wordt voorzien in een optioneel stelsel waarbij verhuurder en huurder er gezamenlijk kunnen voor kiezen om een overeenkomst inzake onroerende verhuur / terbeschikkingstelling al dan niet aan btw te onderwerpen. De basisvoorwaarden voor de optie voor btw werden niet aangepast:


  • De huurder gebruikt het gebouw exclusief voor een btw-plichtige activiteit (btw-belast of btw-vrijgesteld).
  • De optie strekt zich uit tot het bijhorend terrein indien dit mee wordt verhuurd.
  • Delen van gebouwen kunnen afzonderlijk met btw worden verhuurd indien deze zelfstandig verhuurd en gebruikt kunnen worden (afzonderlijke toegang).
  • De optie moet door verhuurder en huurder samen worden uitgeoefend. Concrete modaliteiten zullen door de Koning moeten bepaald worden. In de memorie van toelichting wordt alvast verduidelijkt dat een pro fisco verklaring in de huurovereenkomst in principe zou moeten volstaan.
  • De optie geldt voor de volledige duurtijd van de huurovereenkomst.
  • Indien de huurder geen volledig recht op aftrek van de btw heeft en indien deze “verbonden” is met de verhuurder, moet de aangerekende huurprijs marktconform zijn.