20 April 2017 //
Corruptie: België doet te weinig
Onethische praktijken binnen de eigen onderneming houden Belgische werknemers amper bezig. Dat blijkt uit de 15de editie van de EMEIA Fraud Survey van EY.

Dit staat in schril contrast met de algemene resultaten waaruit blijkt dat meer dan de helft van de respondenten het gevoel heeft dat onethisch gedrag en corruptie wijd verbreid zijn en meer dan driekwart van de bestuursleden en het senior management aangeven dat ze onethisch gedrag zouden kunnen tolereren indien dit het bedrijf helpt te overleven.
De EMEIA Fraud Survey 2017, waarbij 4.100 werknemers uit 41 landen werden ondervraagd, toont aan dat het klimaat waarin bedrijven opereren steeds onzekerder wordt – een gevolg van de wereldwijde politieke instabiliteit en slabakkende groei – en bedrijfsleiders dwingt tot een zoektocht naar nieuwe manieren om hun financiële doelstellingen te halen. In dergelijke omstandigheden dreigt de drempel naar onethisch gedrag lager te worden.
In vergelijking met respondenten uit andere West-Europese landen, tonen Belgische werknemers zich minder bereid tot het stellen van onethische handelingen om hun eigen carrière of de resultaten van hun bedrijf te bevorderen. Zo vindt slechts 4% van de Belgische respondenten het aanvaardbaar contante betalingen aan te bieden om commerciële activiteiten binnen te halen of te behouden, als dat de onderneming kan helpen om te overleven (gemiddeld 11% in de ontwikkelde landen, 22% in de groeimarkten).
Ook bij hun collega’s merken de Belgische respondenten weinig wantoestanden op; zo’n 65% heeft naar eigen zeggen nooit informatie of bekommernissen opgevangen over mogelijke fraude of corruptie binnen het eigen bedrijf (tegenover 48% van alle respondenten).
Een onderschat probleem?
Of de Belgen daadwerkelijk bij de beste leerlingen van de klas zijn op het vlak van bedrijfsethiek, valt te betwijfelen. Meer dan één op de drie Belgische respondenten (36%) is ervan overtuigd dat fraude en corruptie geregeld voorkomen in de bedrijfswereld. Dat cijfer ligt in lijn met, en zelfs iets hoger dan het gemiddelde in de West-Europese landen (33%). Het lijkt er dus veeleer op dat Belgische deelnemers aan het onderzoek de neiging hebben het fenomeen van corruptie binnen het eigen bedrijf te onderschatten.
Zeker is dat bedrijven in België te weinig inspanningen leveren om de oplettendheid van hun werknemers voor onethische praktijken aan te wakkeren. Amper 4% van de Belgische respondenten heeft weet van het bestaan van hotlines voor klokkenluiders, waar mogelijke wantoestanden aan de kaak kunnen worden gesteld; een cijfer dat beduidend lager ligt dan het gemiddelde in West-Europa (19%) en in de groeilanden (22%).
“Belgische bedrijven en overheden hebben met andere woorden nog een lange weg af te leggen om de drempel voor klokkenluiders te verlagen, en werknemers bewust te maken van het belang om onethisch gedrag te melden. Het is belangrijk dat ondernemingen hun werknemers actiever aanzetten om correct te handelen, en eventuele inbreuken te rapporteren”, zegt Frederik Verhasselt, verantwoordelijke vennoot van de Fraud, Investigation & Dispute Services afdeling van EY in België.