Verschenen in het magazine van 2017 juni
5 Juli 2017 //
Rudy Aernoudt
De uberisatie van onze economie
Omdat economie welvaart brengt, is het belangrijk alle aspecten ervan te koesteren. Daarom valt het te hopen dat de ondernemers- en fiscaalvriendelijke maatregelen die nu gelden voor de deeleconomie een benchmark vormen voor de ‘klassieke’ economie.

Omdat economie welvaart brengt, is het belangrijk alle aspecten ervan te koesteren. Daarom valt het te hopen dat de ondernemers- en fiscaalvriendelijke maatregelen die nu gelden voor de deeleconomie een benchmark vormen voor de ‘klassieke’ economie.

 

Andere tijden, andere wetten

Economie volgt een slingerbeweging. Jarenlang werden corruptie en zwartwerk getolereerd. Meer nog, tot 25 jaar geleden waren steekpenningen en verborgen commissies fiscaal aftrekbaar. Wie het nu doet, riskeert een celstraf. De Duitse filosoof Hegel zei het al: recht is kind van zijn tijd. Andere tijden, andere wetten. Zo wordt zwartwerk dankzij de interneteconomie opnieuw aanvaardbaar, alleen krijgt het kind een andere naam. Het heet nu deeleconomie. In naam van de deeleconomie verhuren we onze vrijstaande kamer, spelen we in onze vrije tijd taxi, brengen we bereide gerechten aan de man of de vrouw, onderhouden we de tuin van de buur en noem maar op. Allemaal klusjes die we voordien via het zwarte circuit deden en waarvoor we gestraft konden worden.  Nu worden ze aangemoedigd, ook fiscaal.

 

Verwaarloosbare activa

Het zakenmodel van de deeleconomie is vrij eenvoudig. Je hoeft slechts beperkt te investeren. Booking.com beschikt niet over hotelinfrastructuur, Airbnb heeft zelf geen kamers, Uber doet zaken zonder wagenpark. Wat deze bedrijven wel hebben, is een internetplatform. De vaste activa op de balansen van deze spelers zijn haast verwaarloosbaar. Dit betekent niet dat de bedrijven geen waarde hebben. De waarde van Airbnb wordt geschat op 25 miljard dollar, drie keer meer dan de groep Accor, die over de hele wereld hotels bezit. Immoweb heeft een grotere beurswaarde dan Roularta. Ook Uber, Blablacar of Listminute worden geschat op waarden die geen enkel verband houden met hun verwaarloosbare activa. Beperkte activa betekenen minder exploitatie- en investeringskosten (zowel minder capex als opex). De platformen kunnen dus gemakkelijk de prijsconcurrentie aan met spelers van de ‘klassieke’ economie. Een Uberrit kost gemiddeld 25 procent minder dan een klassieke taxirit. Een hotelaccommodatie bij Airbnb is naar schatting 35 procent goedkoper dan een klassieke hotelkamer. 

 

Voortdurend nieuwe platformen

Het model legt de oprichters van platformen allerhande zeker geen windeieren. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat er dagelijks bijkomen. Enkele voorbeelden: op AirBsit vind je op basis van geolocalisatie geschikte babysitters in je buurt; CarAmigo brengt particulieren die hun wagen verhuren in contact met wie sporadisch een wagen nodig heeft; op Pawshake kan je terecht als je tijdelijk een verzorger voor je huisdier zoekt of zelf die zorg wil bieden; TextMaster richt zich op vertaalopdrachten... Terwijl ik dit artikel schrijf, zijn er gegarandeerd nieuwe platformen in oprichting.  

 

De kritische lezer merkt allicht op dat het faillissement van Take Eat Easy wijst op een omgekeerde trend. Maar dat is eerder een uitzondering op de regel: de durfkapitalist van dienst investeerde zowel in Take Eat Easy als in Deliveroo en vond dat die laatste meer kans op meerwaarde bood.    

 

Zestigurenweek

En hoe zit het met de leveranciers van de diensten? De oprichter van Deliveroo, om maar bij dat voorbeeld te blijven, stelt dat het voor zijn fietsende thuisbestellers mogelijk is om tot vierduizend euro per maand op te strijken. Dat lijkt me wat veel. Aan 7,5 euro per bestelling – gegevens van Take Eat Easy – komt dit neer op meer dan vijfhonderd leveringen per maand of bijna twintig per dag, en dit zeven dagen op zeven. Bij Deliveroo verdien je als zelfstandige elf euro per uur en twee euro per bestelling. Gerekend aan drie bestellingen per uur kom je zo aan een zestigurenweek. Wie meer bestellingen doet, ontvangt bonussen: vijftig euro extra bij meer dan vijftig bestellingen op twee weken.

 

Aanvulling op hoofdjob

Dienstenleveranciers hoeven zich vanzelfsprekend niet te beperken tot één ‘werkgever’. Maaltijden thuisbrengen met de fiets, personen vervoeren met de auto, een lastminuteklus uitvoeren en terzelfder tijd een kamer verhuren: het is allemaal mogelijk in onze deeleconomie. Dat kan een aardige duit opbrengen. Toch blijft het aanbod via deelplatformen meestal een aanvulling op een hoofdjob. De werkgelegenheidscijfers waarmee de platformen zwaaien om een gunstige fiscale en administratieve regeling te verkrijgen, dien je dus met een korrel zout te nemen.

 

Overheden pikken graantje mee

In een poging de sneltrein van de deeleconomie niet te missen, worden de inkomsten uit de deeleconomie in de meeste landen fiscaal uiterst vriendelijk behandeld. De facto tien procent: dit belastingtarief geldt in België voor particulieren die op jaarbasis minder dan vijfduizend euro bruto verdienen via elektronische platformen die de overheid erkent. Een significant verschil met de gangbare belastingtarieven op fysieke personen, die tot de hoogste in Europa behoren. Om deloyale concurrentie te vermijden, kunnen we alleen maar hopen dat de ondernemers- en fiscaalvriendelijke maatregelen voor de deeleconomie een benchmark vormen voor de ‘klassieke’ economie. Economie is immers onzekerheid en of het nu gaat om deeleconomie of klassieke economie: het is bovenal economie en dus bron van welvaart. Laat ons dan ook alle aspecten van de economie koesteren.