Verschenen in het magazine van Maart 2018
1 Maart 2018 //
Rudy Aernoudt
Geen liefde op het eerste gezicht
Op 8 maart was het vrouwendag. Vrouwenrechten gaan over gelijk loon, gelijk pensioen, gelijke behandeling en zeer actueel: wederzijds respect. Moeten CFO’s en ondernemers daarvan wakker liggen? Beter wel, want tussen vrouwen en mannen gaapt er in de financieringswereld een diepe kloof en die komt de economie niet ten goede.

Genderkloof

Vrouwen en financiering: het is helaas geen liefde op het eerste gezicht. De genderkloof waart als een spook in de ondernemerswereld en bij de financieringsinstellingen. Van de naar schatting veertig miljoen kleine en middelgrote ondernemingen in Europa, worden er slechts 29 procent geleid door een vrouw, terwijl vrouwen 52 procent van de Europese bevolking uitmaken. We zien hier wel een kleine inhaalbeweging: veertig procent van de starters in Vlaanderen zijn vrouwen (Startersatlas 2017). Maar studies tonen aan dat bedrijven geleid door vrouwen het moeilijker hebben om de nodige financiering te vinden.

 

Een te groot risico (voor mannen)?

Een recent rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) (Micro-data analysis of innovative start-ups and venture capital, 2017) kwam, op basis van een regressieanalyse van een representatieve steekproef, tot de hoogst eigenaardige conclusie dat een bedrijf waarvan een van de stichters een vrouw is, minder kans heeft om aan risicokapitaal te geraken. Als ze al aanvaard worden, zijn de geïnvesteerde bedragen door de risicokapitalist kleiner. Anders gezegd: de venture capital gap is groter als een vrouw in het avontuur (ad-venture) betrokken is. Tenzij, zo concludeert de studie, een vrouw aan het hoofd staat van het risicokapitaalfonds.

 

Risicokapitaalfondsen

Maar ook hier zijn de cijfers teleurstellend. Het volstaat de inventaris van risicokapitaalfondsen te overlopen (www.investeurope.org) om vast te stellen dat fondsen geleid door een vrouw op één hand te tellen zijn. Volgens onderzoek is 94 procent van de beslissingnemers bij de risicokapitaalfondsen een man. Het valt dan ook niet te verwonderen, bovenvermelde studie indachtig, dat slechts 2,7 procent van de ondernemingen die worden gefinancierd door zo'n investeringsfonds, een vrouwelijke CEO heeft.

 

Over het geslacht der engelen

Ook bij de informele investeerders – de zogenaamde business angels - is minder dan vijf procent een vrouw. De middeleeuwse discussie over het geslacht der engelen is daarmee eindelijk beslecht. Bij een onderzoek bij 21 business angels actief in het Verenigd Koninkrijk – in België zijn er niet eens zo veel te vinden – gaf 37 procent van de vrouwelijke angels aan dat ze liever in vrouwelijke ondernemingen investeren. Met vrouwelijke ondernemingen worden hier organisaties bedoeld die geleid worden door een vrouwelijke ondernemer. Daarentegen gaf slechts 21 procent van de mannelijke business angels aan te willen investeren in vrouwgeleide ondernemingen. Verbijsterend resultaat! De enige manier om de gender venture capital gap te verkleinen en dus de toegang tot zowel formeel als informeel risicokapitaal voor vrouwen te vergemakkelijken, is ervoor te zorgen dat meer fondsen worden geleid door vrouwen en dat meer vrouwen worden warm gemaakt om op te treden als business angel.

 

Dan maar naar de bank?

De moeilijke toegang tot risicokapitaal door vrouwelijke ondernemingen kan tot de verkeerde conclusie leiden dat vrouwen bij de bank terechtkunnen. De feiten bevestigen deze conclusie immers niet. De ratio schulden op eigen vermogen – en dus ook het hefboomeffect op de rendabiliteit op het eigen vermogen, inclusief op risicokapiaal – is significant lager bij vrouwelijke bedrijven dan bij mannelijke. Peilend naar de oorzaken, stellen onderzoekers vast dat vrouwen weigerachtig zijn om veel schulden aan te gaan. Het is dus niet alleen een probleem langs aanbodzijde. Bovendien zijn vrouwen veel minder geneigd om persoonsgebonden waarborgen (bijvoorbeeld een hypotheek op een woonhuis) aan te bieden dan mannen. Op wereldniveau worden minder dan tien procent van de bankkredieten toegewezen aan vrouwen (bron: UNDP – United Nations Development Program). Samengevat: vrouwen starten met minder eigen vermogen, gaan minder kredieten aan en belasten minder het persoonlijk patrimonium dan hun mannelijke collega’s.

 

Perceptie is realiteit

De academische analyse van moeilijke toegang tot financiering voor vrouwen wordt ook bevestigd door de perceptie door vrouwen. In een representatieve enquête werd aan mannen en vrouwen gevraagd of zij voldoende fondsen zouden vinden indien zij een bedrijf wensten te starten; veertig procent van de Belgische mannen antwoordden ja, tegenover slechts 34 procent van de Belgische vrouwen. In de veertig landen waar de enquête plaatsvond, waren het enkel de Amerikaanse vrouwen die hoger scoorden dan de mannen. In alle andere landen lag het percentage vrouwen dat dacht de nodige fondsen te vinden lager dan bij mannen. Het Oeso-gemiddelde bedraagt 35 procent voor mannen, tegenover 26 procent voor vrouwen. Kortom, er is nog veel aan de werk aan de winkel om de financierings- en ondernemerswereld genderneutraal te maken. Dat zou nochtans een goede zaak zijn, zowel voor de economie als voor de man-vrouwrelaties. Misschien een kluif voor de vrouwelijke CFO-raad van FDMagazine om die doelstelling mee te helpen realiseren.