Verschenen in het magazine van 2017 juni
25 Juli 2017 //
Tom Vantyghem
Micro-ondernemingen publiceren niet meer?
Er is de laatste tijd opnieuw een en ander te doen over de regelgeving voor de zogenaamde micro-ondernemingen. Hierover is de laatste jaren al veel inkt gevloeid, maar de zichtbare gevolgen lieten op zich wachten. Naar verluidt mogen we ons binnenkort aan de eerste effecten verwachten: het niet of verkort publiceren van de jaarrekeningen.

Weinig begrip

Niet of verkort publiceren van jaarrekeningen door micro-ondernemingen: de maatregel kon tot nog toe op weinig begrip rekenen van de kredietprofessionals. Voor hen zijn jaarcijfers het middel bij uitstek om de gezondheid van klanten na te gaan. En dat was uiteraard altijd al de bestaansreden van de jaarrekeningen. Het onbegrip is fundamenteel en pragmatisch.

 

Eerder politieke motivatie?

De Europese richtlijnen moeten eerst en vooral opnieuw omgezet worden in nationale wetgeving. Die verschilt sterk van land tot land. Dat is niet alleen uiterst verwarrend voor wie klanten heeft in verschillende landen van de EU, het is op zijn minst ook opmerkelijk omdat de maatregel meer op politieke dan op objectieve motivatie wijst. Aanvankelijk schermden de verdedigers van het voorstel vaak met de toen populaire politieke slogan ‘administratieve vereenvoudiging’. Waarin de vereenvoudiging juist zit, ontgaat velen, want de cijfers moeten er nog steeds zijn, ze moeten nog steeds gepubliceerd worden. Dat gaat in de nieuwe regeling gepaard met een ‘verzoek tot confidentialiteit’, waarop dan – jawel – administratieve verwerking volgt. Ook het argument ‘kostenbesparing’ viel te horen om de nieuwe regels te motiveren. Er worden grote bedragen genoemd, maar het zou per onderneming om slechts minimale sommen gaan. Bovendien lijkt het erop dat de bijgaande verklaringen meer extra boekhoudkosten genereren.

 

Minder goede cijfers verstoppen

Voor een volledig beeld wachten we best de zomer af. Dan start immers het ‘publicatieseizoen’ en dus het werkjaar voor de kredietanalisten. Te vrezen valt dat veel micro-ondernemingen zullen ingaan op de uitnodiging om hun cijfers niet meer te tonen. Binnen het netwerk van kredietprofessionals leeft de overtuiging dat de motivatie daartoe maar weinig te maken heeft met kosten of vereenvoudiging, maar dikwijls – dus niet altijd – met het wegstoppen van minder goede cijfers. Hoe daarmee omgaan? Indien een mogelijke verstopoperatie samenvalt met minder goede indicaties zoals betaalgedrag, dan treedt wellicht een leveranciers-creditcrunch op. Ook dreigt dan een hogere verliesratio, wat een economische kost betekent. Willen deze klanten, die tenslotte opteerden voor een ‘beperkte aansprakelijkheid’ (niet zonder betekenis hier!), toch leverancierskrediet, dan zullen ze hoogstwaarschijnlijk aangemaand worden om hun cijfers toch voor te leggen. Dat brengt opnieuw kosten met zich mee.

 

Discriminatie?

Deze week diende zich een cynische oplossing aan. Een buitenlandse kredietverzekeraar meldde dat we middels zijn tussenkomst de cijfers van dergelijke micro-ondernemingen toch zouden kunnen inkijken. Op welke manier was niet duidelijk. Even nagekeken, en inderdaad, in het betreffende land kunnen institutionelen toegang krijgen tot de ‘confidentiële cijfers’. Dreigt hier dan geen discriminatie voor wie niet verzekerd is? Alles wijst erop dat het gaat om een ongelukkige maatregel, die niet op begrip van de kredietprofessionals kan rekenen. Afwachten tot na de zomer. Hopelijk valt het nog mee.