Verschenen in het magazine van Februari 2018
1 Februari 2018 //
Peter Ooms
Nieuw wetboek goed voor finance
Het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen zal financieel directeurs meer flexibiliteit bieden in het organiseren van structuren en uitkeringen. Een goede afstemming met andere wetboeken is een aandachtspunt.

Tijd om te moderniseren

Godfried Ampe, advocaat en counsel bij het kantoor Loyens & Loeff: “Bij veel advocaten heerst de overtuiging dat het hoog tijd werd om het wetboek vennootschappen te moderniseren. We hebben nood aan een moderne, eenvoudige aanpak die de bedrijven ook meer flexibiliteit biedt om zich te organiseren naar hun eigen inzichten. Op dat vlak loopt België achter ten opzichte van de buurlanden.”

 

Minder vennootschapsvormen

Een van de speerpunten van de vernieuwing van het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen is vereenvoudiging. Het is daarom geen verrassing dat het aantal vennootschapsvormen fors is teruggedrongen. Volgens de plannen van minister van Justitie Geens blijven er van de huidige zeventien vormen nog vier basisvormen over: de besloten vennootschap, de naamloze vennootschap, de coöperatieve vennootschap en de maatschap. Godfried Ampe: “Er blijven wel wat meer rechtsvormen over dan deze vier, maar de meeste enkel als een bijzondere uitwerking van een van de vier basisvormen of als een bijzondere bijkomende erkenning. De vereenvoudiging van het aantal rechtsvormen, gecombineerd met een herwerking van de algemene principes die toepasbaar zijn op elk van hen, zorgt voor een duidelijkere en meer consistente structuur.”

 

Van bvba naar bv

Een heel belangrijke modernisering heeft betrekking op de huidige bvba, die de minister wil omdopen tot besloten vennootschap (bv). De naam alleen al wijst op het voorbeeld van de zogenaamde ‘flex bv’ bij de Nederlandse buren. “Het was een groot punt van kritiek dat de Belgische bvba’s alsmaar logger en ingewikkelder waren geworden. De bvba evolueerde steeds verder weg van de equivalenten in onze buurlanden, die steeds flexibeler werden. Het nieuwe voorstel maakt onder meer komaf met de zogenaamde gold-plating, de onnodige toepassing van Europese regels die in principe enkel voor de nv verplicht waren”, zegt Godfried Ampe. Daarmee moet de bv een aantrekkelijke en zeer flexibele vennootschapsvorm worden die haar aandeelhouders op maat kunnen vormgeven.

 

Aansprakelijkheid van bestuurders

“Het voorstel om de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders te plafonneren, krijgt veel kritiek. In het voorstel varieert het plafond tussen 125.000 en 12 miljoen euro, afhankelijk van de grootte van het bedrijf. De achterliggende gedachte bij die beperkte aansprakelijkheid is de bekommernis dat bedrijven personen moeten vinden die bestuurder willen zijn. Voor hen moet het risico op het betalen van een enorme schadevergoeding binnen de perken blijven en dient het risico verzekerbaar te blijven via een polis bestuursaansprakelijkheid. Met de Fortis-saga in het achterhoofd is het aan te nemen dat de verzekeringssector hier vragende partij was”, zegt Godfried Ampe. Critici van die regeling wijzen erop dat op die manier het persoonlijke risico voor de bestuurders haast volledig verdwijnt. De verzekering dekt het hele bedrag en dus ondervinden ze zelf geen nadeel. “Dat kan risicovol gedrag in de raad van bestuur aanmoedigen.”

 

Streep door het kapitaal

In het voorstel dienen nieuwe en bestaande bedrijven, de nv uitgezonderd, geen kapitaal meer aan te houden. Hierdoor verdwijnt de traditionele link tussen aandelen en inbreng van kapitaal, wat het mogelijk maakt om de rechten verbonden aan de aandelen flexibeler te organiseren. Ter bescherming van de verschillende stakeholders van het bedrijf zijn wel enkele voorwaarden verscherpt. Zo dient bij oprichting het eigen vermogen toereikend te zijn voor een gezonde bedrijfsvoering. Een financieel plan moet dat onderbouwen. Verder dient bij elke uitkering gekeken te worden naar de financiële situatie. Een uitkering mag niet leiden tot een negatief eigen vermogen (solvabiliteitstest) of de betalingsverplichtingen in de komende twaalf maanden in het gedrang brengen (liquiditeitstest). Daarvoor moet er een cashflowplanning zijn. “Een cashflowplanning is in veel bedrijven heel gewoon, maar in de praktijk zal dit voor sommige toch een bijkomende administratie meebrengen, zeker omdat ook voor de commissaris van de vennootschap een rol is weggelegd. Het zal verder belangrijk zijn de fiscale regelgeving aan te passen om rekening te houden met de nieuwe kapitaalloze ondernemingen. Indien dit niet gebeurt, zullen een aantal uitkeringen die nu belastingvrij kunnen gebeuren mogelijk plots belastbaar worden”, zegt Godfried Ampe.

 

Statutaire zetel

Ook op andere vlakken kan het nieuwe wetboek impact hebben op fiscale en andere regelgeving. Zo is het plan nu om de statutaire zetelleer in te voeren, waardoor bedrijven onderworpen zullen zijn aan het Belgische vennootschapsrecht indien hun statutaire zetel zich in België bevindt, onafhankelijk van de feitelijk activiteiten. “Op die manier koppelt het voorstel de zogenaamde substance los van het toepasselijke vennootschapsrecht: er wordt niet meer gekeken naar de daadwerkelijke activiteiten in België, enkel naar de plaats van de zetel. Maar in de fiscaliteit blijft dit natuurlijk wel het criterium. De vraag rijst dan in hoeverre deze koerswijziging in het vennootschapsrecht zal inwerken op andere rechtsgebieden”, stelt Godfried Ampe. Hij meent ook dat als er geen goede afstemming komt tussen de wetboeken, we ons geen illusies moeten maken over de aantrekkelijkheid van het nieuwe vennootschapsrecht. Bedrijven zullen de fiscale situatie het belangrijkst vinden.

 

Opvallend

  • In het voorstel zouden bedrijven meer stukken in het Engels kunnen schrijven, zonder vertaling naar een van de landstalen. Dat klinkt aantrekkelijk. Vraag is echter of dit wel binnen de federale bevoegdheden valt.
  • Timing: het duurt nog enkele maanden voor het voorstel ter stemming komt. Het zou dan van toepassing zijn op bestaande vennootschappen vanaf 1 januari 2020. Bedrijven hoeven niet meteen de statuten aan te passen aan de nieuwe wetten. Daartoe krijgen ze ruim de tijd, maar ze moeten het wel doen zodra ze naar de notaris stappen. Mogelijk komt er een opt-in voor vennootschappen die al sneller gebruik willen maken van de mogelijkheden van de nieuwe wet.