2 Juli 2018 //
VBO steunt de invoering van een koolstofprijs
De Dienst Klimaatverandering organiseerde op vraag van Marie-Christine Marghem, de Belgische federale minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling, het slotevenement van het nationale debat over de koolstofprijs in de Belgische niet-ETS-sector. Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) steunt de invoering van een koolstofprijs, maar wel onder bepaalde voorwaarden.

Het VBO benadrukt dat, om goede maatregelen voor de energietransitie te bekomen, er een brede waaier aan maatregelen nodig is.

“Het VBO stelde vorig jaar zijn energievisie voor. In die visie zetten we sterk in op het verhogen van de energie-efficiëntie, onder meer via ambitieuze normen, efficiënte fiscale stimuli en het blijven sluiten van vrijwillige akkoorden met de industrie. De verdere uitrol van hernieuwbare energie, het promoten van flexibiliteit en het accent op innovatie werden ook besproken, net als een evenwichtige en realistische energiemix die de bevoorradingszekerheid in 2025 niet hypothekeert. De energienorm, die moet garanderen dat de Belgische ondernemingen niet worden benadeeld op het vlak van energiekosten in vergelijking met de buurlanden, is ook heel belangrijk in onze visie,” aldus gedelegeerd bestuurder Pieter Timmermans.

In die energievisie was ook een punt gewijd aan de CO2-prijs. Volgens het VBO moet die tarifering gebeuren met respect voor bepaalde regels:

  • De competitiviteit van de ondernemingen mag niet in het gedrang komen, om te vermijden dat de uitstoot, maar ook de investeringen zich verplaatsen naar andere landen (‘carbon leakage’ of ‘investment leakage’).
  • Inkomsten uit de CO2-prijs moeten nuttig in de energietransitie worden geherinvesteerd, bijvoorbeeld in de grondige renovatie van gebouwen.
  • De koolstofprijs moet een duidelijk en vooraf bepaald traject volgen zodat alle actoren zich kunnen voorbereiden en hun investeringen navenant kunnen plannen. Ad-hoc verhogingen van de CO2-prijs in de context van begrotingscontroles zouden de geloofwaardigheid volledig ondermijnen.
  • Werken aan alternatieven is even belangrijk als de CO2-prijs zelf: zonder alternatieven zullen we weinig gedragsverandering zien. De regering heeft daarbij grote hefbomen in handen. Wat het transport betreft, zou het bijvoorbeeld kunnen gaan om investeringen in openbaar vervoer, multimodaliteit, fietsinfrastructuur... Voor de sector gebouwen moet de regering vooral een adequaat regelgevend kader bieden.
  • Zeer helder communiceren over het hoe en waarom van de CO2-prijs, inclusief over hoe de inkomsten worden aangewend. Dat zal essentieel zijn om op de steun van de burgers en de ondernemingen te kunnen rekenen. Ook een regelmatige evaluatie van het instrument zal nodig zijn.