24 Augustus 2017 //
Prof. Rudy Aernoudt, chief economist Europese Commissie
Waar blijft de Europese eenhoorn?
De Europese omgeving is nefast voor eenhoorns, jonge bedrijven met een waardering van meer dan een miljard dollar.



David Birch, een Britse economist, deelde de bedrijven op in drie categorieën: logge, grote, bureaucratische bedrijven noemde hij de olifanten. Bedrijven zoals Philips, Shell, HP, Siemens en noem maar op, vallen onder deze categorie. Kleine bedrijven die klein zullen blijven, noemde hij de muizen en snelle groeiers de gazellen. Waar de olifanten belangrijk waren voor het behoud van de tewerkstelling, kwam de creatie van jobs van de gazellen. 5% van de ondernemingen creëren 80% van de nieuwe jobs, argumenteerde Birch. Gazellen werden dan ook vereerd. Maar het dierenrijk blijft ook vandaag de academici inspireren. Waar tot op heden de gazellen het summum waren – en heel wat wedstrijden op zoek naar de beste gazellen werden georganiseerd - zijn de eenhoorns nu het neusje van de zalm.
Een eenhoorn is een mythisch dier waarvan het bestaan volgens velen vaststaat, maar waar de meeste mensen vandaag geen idee hebben dat een eenhoornachtig dier bestond. Naar analogie zijn bedrijven zoals Palantir, Snapshot, facebook, SpaceX, Uber, stuk voor stuk bedrijven die een goed of dienst met succes op de markt hebben gebracht waarvan de wereld voordien geen idee had dat zoiets bestond. Ze krijgen dan ook het label eenhoorn of beter gekend onder de Engelse benaming Unicorns opgekleefd. Om het label 'unicorn company' toebedeeld te krijgen, moet het gaan om een start-up bedrijf met een waarde - of beter waardering - van meer dan één biljoen dollar.


Unicorns are Americans
Op basis van deze benadering telt de wereld telt naar schatting 150 unicorns. Het zijn dus zeldzame dieren. Maar de Europese eenhoorn is nog zeldzamer en is bovendien, net als zijn mythologische inspiratiebron, met uitsterven bedreigd. Even de cijfers: van de 150 eenhoorns, leven er 91 in de US, 44 in Azië en slechts 15 in Europa. De reden is dat de Europese biotoop nefast is voor eenhoorns. Bedrijven die immers op korte termijn een waardering van meer dan één biljoen krijgen toegemeten hebben nood aan één ding: cash, cash & cash ! En precies dat type brandstof mankeert in Europa.
De kritische lezer zal vermoedelijk argumenteren dat de financiële markten zeer liquide zijn – wat trouwens ook blijkt uit de lage, zelfs negatieve intrestvoeten – en dat goede projecten dus wel hun financiering moeten vinden. Maar laat ons even de cijfers er bij halen. Een gemiddeld Europees risicokapitaalfonds heeft een kapitaal onder beheer van 60 miljoen Euro, tegenover 135 miljoen euro voor een gemiddeld Amerikaans fonds. 28% van de Amerikaanse fondsen beheren meer dan 250 miljoen Euro, tegenover 10 % van de Europese. De gemiddelde transactie voor een Amerikaanse venture capital backed company in de periode 2007 – 2015 bedroeg 6,3 miljoen euro, tegenover 1,3 miljoen in de Europese Unie.
Risicokapitaal ter financiering van 'later stage', zoals dat heet, is in de Verenigde Staten 20 keer groter dan in de EU (35 miljard euro in VS tegenover 1,7 miljard in de EU, cijfers 2015). Potentiële eenhoorns worden dan ook voor hun echte expansiefase verkocht aan Amerikaanse of Chinese conglomeraten.


Voorbeelden wekken
Voor wie voorbeelden meer spreken dan cijfers: Huawei kocht het Engels onderzoekslaboratorium CIP dat een wereldspeler is op het gebied van Fotonica voor datacentra. Ze kochten tevens, Caliopa, en spin-off van de Ugent en IMEC. Op die manier kocht Huawei de patenten en intellectuele eigendommen – overigens mede gefinancierd oor Europese subsidies - in een booming marktsegment. De Duitse robotvervaardiger Kuka, de Finse spelontwikkelaar Supercell, het Franse digitaal reclameplatform Criteo, de Estse internetreus Skype, allen vielen ze in Amerikaanse handen. Stuk voor stuk bedrijven die aardig op weg zijn om eenhoorns te worden – of het ondertussen al zijn - maar daarvoor eerst miljoenen euro dienen te verbranden en die niet konden vinden op het Europese vasteland.
Europese IP for sale
Ironie van het verhaal is dat veel van die bedrijven op één of andere vorm van Europese steun konden genieten in hun 'early stage'. Ter illustratie, van de Europese bedrijven die tussen 2003 en 2015 genoten van Europese steun via het Europees Investeringsfonds, zijn ondertussen 44% verkocht aan niet-Europese, vooral Amerikaanse overnemers. Op die manier verwerven Amerika en China Europese IP rechten op beloftevolle projecten en kunnen ze de risicovolle onderzoeksfase overslaan. Het adagio Europa vindt uit, Amerika innoveert en China imiteert wordt op die manier alle eer aangedaan. De enige manier - een noodzakelijke maar niet voldoende voorwaarde - om hieraan te verhelpen is er voor te zorgen dat Europese, of op Europese bodem actieve, risicokapitaalfondsen groot genoeg zijn om aanzienlijke tickets, zoals dat heet, te nemen. De oplossing is echter niet om meer publiek risicokapitaal op de markt te gooien, want die is er al te veel. 44% van alle Europees risicokapitaal komt reeds van publieke instellingen, wat de Europese risicokapitaalsector tot één van de meest publieke sectoren van onze economie maakt - in tegenstelling tot hun imago - en er voor zorgt dat privé-investeerder zeer weigerachtig zijn om te investeren. Crowding-out effect heet dat. Reglementering en mentaliteit moeten er dus voor zorgen dat onder andere pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen de weg vinden naar risicokapitaal.