“Duurzaamheidsrisico’s zijn bedrijfsrisico’s geworden”

“Duurzaamheidsrisico’s zijn bedrijfsrisico’s geworden”

1 March 2019

Grote bedrijven, maar ook kmo’s die geen externe investeerders zoeken noch bankfinanciering nodig hebben, zijn niet immuun voor de effecten van sustainable finance.

Sustainable finance en de duurzame CFO

Grote bedrijven, maar ook kmo’s die geen externe investeerders zoeken noch bankfinanciering nodig hebben, zijn niet immuun voor de effecten van sustainable finance.

Overheden, civiele maatschappij en bedrijfsleven moeten samen de wereldproblemen aanpakken: niet enkel klimaatverandering, maar ook grondstoffenschaarste, armoede en ongelijkheid, globalisering, energie-efficiëntie, milieuzorg en mensenrechten. Dit is geen nieuwe boodschap, maar de jongste tijd is de sense of urgency gevoelig toegenomen.

Europees actieplan

Vrijwillige initiatieven van de Verenigde Naties vormen momenteel het globale referentiekader voor een duurzame en verantwoorde omgang met financiële middelen. Denk aan het ‘VN Global Compact’ uit 2004 (met nu tien beginselen inzake mensenrechten, milieuzorg, corruptiebestrijding enz.), de UNPRI (de zes principes uit 2006 voor verantwoord beleggen), het klimaatakkoord van Parijs in 2015 (UNFCCC) en de lancering, ook in 2015, van de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen (sustainable development goals of SDG’s) voor 2030.

Daarop voortbouwend wil de Europese Unie nu expliciet voor Europa het meest duurzame financiële systeem ter wereld ontwikkelen. Zo publiceerde de Europese ‘High Level Expert Group on Sustainable Finance’ begin 2018 het rapport Financing a sustainable European Economy’. In maart 2018 lanceerde de Europese Commissie vervolgens een ‘Action Plan on Sustainable Finance’ als een nieuwe mijlpaal in het streven naar een groenere economie. In juni 2018 stelde de Commissie vervolgens een technische-expertengroep samen. Deze moet haar assisteren in de volgende vier taakgebieden van dat actieplan:

1. Een classificatiesysteem ontwikkelen

Er is sprake van het taxonomy framework. Dit moet een nuttige handleiding worden om een duidelijk onderscheid te maken tussen duurzame en niet-duurzame investeringen. Het wordt mettertijd een gemeenschappelijke ‘taal’ voor alle actoren en sectoren in het financieel systeem.

2. Een standaard voor Europese green bonds opstellen

3. Normen en criteria bepalen voor investeringsstrategieën in lage CO2-uitstoot

4. Richtlijnen publiceren om de transparantie van bedrijven rond klimaatgerelateerde informatie te verbeteren

Hierover heeft de technische expertengroep begin januari zijn eerste rapport gepubliceerd. Het bevat voorbeelden over hoe klimaatverandering de resultaten van de onderneming kan beïnvloeden en aanbevelingen om de impact op de klimaatverandering beter te communiceren.

Impact op de financiële afdeling

Investeerders en kapitaalverschaffers zullen duurzaamheid steeds meer prioriteit geven bij de selectie van hun ondernemingsprojecten. Maar hoe beïnvloedt deze trend de sociale verantwoordelijkheid van het management en de bedrijfsafdelingen? Hoe gaat, in concreto, de financiële afdeling daar mee om?

- CFO Sophie De Maesschalck verwoordt het zo: “In mijn dagelijkse job als CFO van start-ups heb ik daar maar weinig mee te maken. Anderzijds is het ons management opgevallen dat duurzaamheid een essentiële factor van branding wordt. Wij werven jaarlijks veel jonge ingenieurs en technici aan. Het valt echt op hoe zij vanaf het eerste contact polsen naar onze visie rond duurzaamheid en welke impact het bedrijf en zijzelf hebben op de samenleving. Dit gaat zelfs zo ver dat een van de bedrijven recent een brainstormoefening heeft opgestart over de vraag hoe wij onze langetermijnstrategie en onze duurzaamheidsvisie beter kunnen communiceren. Hoe leggen wij voor die jonge mensen de link van onze business van software-ontwikkeling en informaticaveiligheid naar de bijdrage tot een betere wereld?”

- René Stevens, CFO van het beursgenoteerde Ter Beke, voelt de groeiende belangstelling bij alle stakeholders, inclusief de beleggers en investeerders duidelijk aan. Hoewel Ter Beke al langer een goede naam geniet inzake milieubeleid en mvo (maatschappelijk verantwoord ondernemen) worden de inspanningen om ook de juiste ‘niet-financiële’ informatie te communiceren geleidelijk aan opgedreven. Ook rond onderzoek en ontwikkeling neemt het nu bijvoorbeeld kpi’s mee in de geïntegreerde rapportering. En het jaarverslag bevat een overzichtelijke infografiek met de belangrijkste mvo-indicatoren. Voor zijn eigen financetaken heeft dit weinig effect, maar als lid van het directiecomité denkt hij constructief mee als bijvoorbeeld afvalbeheersing of het zoeken naar duurzame energie-alternatieven op de agenda komen: “Het is belangrijk om op dat vlak een consistent en ambitieus beleid te ontwikkelen en de focus op de juiste inspanningen te leggen.”

- Als CFO van bedrijvenbouwer Gimv stelt ook Kristof Vande Capelle een groeiende duurzaamheidsinteresse vast bij de investeerders en andere stakeholders. “Daarom evolueren we volop van een eerder financieel geïnspireerde communicatie naar een globale communicatie. Deze schenkt meer aandacht aan het duurzaamheidsaspect van onze activiteiten. Onze investeerders willen concreet zien hoe Gimv hieraan bijdraagt.” Hij vervolgt: “De kern van onze strategie bestaat uit het realiseren van duurzame groei in onze participaties. De duurzame investeringsfocus van onze verschillende platformen sluit zeer sterk aan bij de SDG’s. Zo dragen talrijke participaties bij tot ‘good health and well-being’ of tot ‘sustainable cities and communities’. Daarnaast zetten we met onze Smart Industries-participaties ook volop in op ‘industry and innovation’.”

Duurzame bankkredieten

Actiegroepen en bewuste burgers spreken grootbanken intussen aan op hun ‘nefaste’ financieringen. Met de actie ‘Move your Money’ trekken ze bijvoorbeeld ten strijde tegen investeringen in fossiele brandstoffen. De Bankwijzer van Fairfin, 11.11.11, Amnesty International en andere motiveert banken om meer duurzaamheidsfilters in hun kredietverlening te verwerken. Banken kunnen het bijvoorbeeld niet meer maken om een investeringskrediet toe te kennen voor een nieuw gebouw dat niet aan de strengste duurzaamheidscriteria van energie-efficiëntie en milieuvriendelijkheid beantwoordt. Verder zien ze de kredietdossiers voor bedrijven die investeren in eigen windmolens of zonnepanelen sterk toenemen. Daarnaast sluiten ze bepaalde sectoren uit en passen ze waar mogelijk de positieve herbeleggingscriteria van Ethibel toe. Binnenkort komt de bankenkoepel Febelfin zelfs naar buiten met een kwaliteitsnorm en een label voor alle gestandaardiseerde financiële producten die als duurzaam product op de markt worden aangeboden aan particuliere klanten.

Duurzaam beleggen

Deze beleggers zijn inderdaad overwegend op zoek naar duurzame investeringen. Volgens de Schroders Global Investor Study 2018 (een onderzoek bij 22.000 investeerders in dertig landen) zijn steeds meer beleggers ervan overtuigd dat duurzame investeringen met een positieve maatschappelijke impact geen beletsel vormen voor een degelijke opbrengst. Concreet: nog slechts negentien procent van de Belgische investeerders meent dat uitgesproken ‘duurzame’ investeringen de langetermijnopbrengsten nadelig beïnvloeden. Duurzame investeringen blijven intussen in volume toenemen, vooral bij de millennials. In vergelijking met oudere personen investeren zij bovendien een grotere proportie van hun vermogen in expliciet duurzame fondsen. Ten slotte is vooral de afwezigheid van een homogene duurzaamheidsverslaggeving een rem op duurzame investeringen.

Transparantie

Dat brengt ons bij de nog te vage en niet-bindende richtlijnen op de transparantie van niet-financiële informatie. Die zitten vervat in de Non-Financial Reporting Directive (2014/95/EU). Diverse invloedrijke stakeholders betreuren momenteel de onvergelijkbaarheid of de al te grote kwalitatieve divergentie in de duurzaamheidsrapportering van ondernemingen. Zij dringen aan op gestandaardiseerde Europese vormverplichtingen en gecoördineerde parameters. Alleen standaardisering zou tot een duurzame en rechtvaardige economie en een dito financieel systeem leiden. Alleen dan zouden de investeerders de nodige informatie krijgen om hun eigen duurzaamheidsverplichtingen te vervullen. De CFO’s zijn bij deze gewaarschuwd.

Slotbedenkingen

Divers academisch onderzoek toont het glashelder aan: ondernemingen die duurzaamheid en mvo-acties in hun strategisch beleid en tactische scenario’s opnemen, presteren haast op alle vlakken beter dan de ondernemingen die daaraan verzaken. Ze kunnen met andere woorden met meer vertrouwen hun financiële en extra-financiële informatie aan beleggers bekendmaken, zijn aantrekkelijker als werkgever, vinden gemakkelijker nieuwe investeerders, kunnen rekenen op loyalere klanten, genieten een verlaagde kapitaalkost, demonstreren meer veerkracht, beheersen hun risico’s beter, enzovoort. Duurzaamheid is dus geen ‘kost’, maar helpt middelen besparen en levert op de lange termijn extra meerwaarde op.

Nog een reden voor de CFO om alert te zijn: duurzaamheidsrisico’s zijn bedrijfsrisico’s geworden. Vandaag behoren extreme weerfenomenen en temperatuurstijgingen, versneld verlies van biodiversiteit, water- lucht- en bodemvervuiling en klimaatopwarming wereldwijd tot de vijf grootste economische risico's in termen van impact. Dit leert ons het Global Risks Report van het World Economic Forum 2018. Het ziet ernaar uit dat bedrijven binnenkort alle duurzaamheidsfactoren volledig moeten integreren in hun risicobeoordeling.

(kader)

Vijf vragen die elke CFO zich best stelt

1. Heeft het management alle strategisch relevante mvo-criteria voor ons bedrijf al vastgesteld zodat we duurzaamheid als een beleidsprioriteit kunnen behandelen?

2. Welke kosten worden door onze onderneming (ten onrechte) geëxternaliseerd (denk aan mensenrechten, milieu, grondstoffen…)?

3. Zijn wij ons voldoende bewust van de toenemende mvo-risico’s op reputatieschade, zowel bij onze investeerders, werknemers als klanten?

4. Zijn we vanuit finance goede partners van onze businessafdelingen om samen de strategisch relevante mvo-aspecten centraal te stellen en om zo nodig voor bepaalde praktijken tijdig naar alternatieven te zoeken?

5. Beschikken wij over alle noodzakelijke gegevens en de juiste kpi’s voor een coherent verhaal in ons duurzaamheidsrapport?

“Duurzaamheidsrisico’s zijn bedrijfsrisico’s geworden”