Privacyverklaring

2034 begint vandaag: het niet-alledaagse nieuwjaarslijstje van Arne Maes

30 januari 2026
Tekst
Bruno Iserbyt
Beeld
Arne Maes, Macro-econoom bij BNP Paribas Fortis

​Wat als we de toekomst niet voorspellen, maar verkennen? Die vraag vormt de kern van 2034: een novelle, het tweede boek van Arne Maes, macro-econoom bij BNP Paribas Fortis. In dit werk combineert hij scherpe data-analyse met verbeeldingskracht, gevoed door gesprekken met meer dan honderd denkers, ondernemers en beleidsmakers. “Ik wil mensen helpen om mentaal vooruit te reizen”, zegt Arne. “Niet om te ontsnappen aan de turbulentie van vandaag, maar om er beter mee om te gaan.”

We volgen Dylan Willems, dan 44, in het vertrouwde maar fundamenteel veranderde Antwerpen van 2034. Zijn leven wordt begeleid door GERBERT, een AI-assistent die meer is dan een digitale butler. Dylan viert oudejaar op Linkeroever, laat zich thuisbrengen met een volautomatische taxi, en bezoekt zijn ouders in een wijk afgestemd op ouderen, complementaire digitale munt incluis. Samen met Arne bespreken we de tendensen die hij vandaag ziet en die hij extrapoleert naar 2034. Geen glazen bol, wel een mentale tijdmachine.

1. Onvoorspelbaarheid is de nieuwe zekerheid

Als macro-econoom is Arne vertrouwd met onzekerheid. Toch viel hem in 2025 iets op wat hij zelden eerder zag: een fundamentele verschuiving in het voorspellingslandschap.
“Ik plot alle groeivoorspellingen van collega’s”, vertelt hij. “Normaal zie je dat die vroeg op het jaar uiteenlopen, maar convergeren naarmate we later op het jaar zijn. Dit jaar is het omgekeerd: hoe verder we kijken, hoe groter de spreiding.”

Die observatie is meer dan een statistisch detail. Ze wijst op een diepere onzekerheid over de richting waarin onze economie evolueert, mede door de doorbraak van artificiële intelligentie. “Zelfs beroepsvoorspellers zijn het niet eens over waar we naartoe gaan”, aldus Arne. Voor bedrijven is dat geen reden tot paniek, maar wel tot heroriëntatie.

Zowat een jaar nadat hij het boek schreef, erkent Arne dat hij sommige trends overschat heeft. “Ik dacht dat het aantal Belgische zelfstandigen nog sneller zou groeien. Iedereen met een laptop kan vandaag een multinational het vuur aan de schenen leggen. Maar het freelancen via platformen zoals LinkedIn blijft toch een zeer specifieke steekproef van de bevolking. Privileges zijn niet op te lossen met een algoritme, vrees ik.”

Zijn advies voor bedrijfsleiders is helder: “Hou een open geest. Flexibiliteit wordt een kerncompetentie.” In een wereld waarin langetermijnscenario’s uiteenlopen, is het vermogen om bij te sturen en alternatieven te verkennen belangrijker dan ooit.

“Speel met scenario’s”, voegt hij toe. “Je moet je niet alleen afvragen wie je gaat aanwerven, maar ook of de jobinhoud van die persoon binnen vijf jaar nog relevant is. We moeten meer verbeelding hebben, scenario’s bedenken en ze echt doorleven. Dat geeft vertrouwen en inspiratie.”

2. De consument als beleidsmaker

Arne gelooft sterk in de macht van de consument, ook als het gaat om klimaatbeleid.
“Carbon credits zijn een stap in de goede richting. Niet perfect, maar ze tonen aan dat de markt beweegt als het beleid een stukje helpt”, zegt hij. Volgens Arne is het niet langer uitsluitend de overheid die de richting bepaalt, maar steeds vaker de consument zelf - via gedrag, voorkeuren en koopbeslissingen. Een treffend voorbeeld komt uit de zuivelindustrie. “Een regel uit 2016 verplichtte een grotere vermelding van de herkomst van melk op de verpakking. Gevolg: de export van Belgische melk naar Frankrijk kelderde. De markt past zich aan, de consument kiest ‘melk van bij ons’.”

Voor bedrijven betekent dit dat consumenten steeds de koers sturen. ESG-strategieën, productherkomst, transparantie en duurzaamheid zijn niet langer optioneel, maar bepalend voor marktaandeel.

3. Glocalisering

Arne ziet ook een herwaardering van het lokale niveau als een krachtig antwoord op globale systeemdruk. Op macroniveau raken steeds meer systemen onder druk: pensioenen, gezondheidszorg, energievoorziening. De klassieke modellen botsen op hun grenzen, zeker in een context van vergrijzing, geopolitieke instabiliteit en klimaatverandering. Maar lokaal ontstaan nieuwe vormen van organisatie die wél werken.

“Community wordt belangrijker”, zegt hij. “Wijken met een eigen identiteit, lokale bedrijven, zelfs lokale munten. Die kunnen deels sociale zekerheid opvangen.” Volgens Arne is dit geen breuk met het kapitalisme, eerder een verschuiving van schaal, niet van principe. “Denk aan buurtcoöperaties die investeren in hernieuwbare energie, mobiliteitshubs of gemeenschappelijke werkplaatsen. Dat is geen utopie, dat gebeurt vandaag al”, zegt Arne. “Op die manier kunnen we de publieke ruimte die grote techbedrijven gekoloniseerd hebben weer een stukje claimen.”

Deze lokale initiatieven zijn vaak kleinschalig, maar ze hebben een disproportionele impact op sociale cohesie, economische veerkracht en ecologische duurzaamheid. Volgens Arne ontbreekt dat in veel nationale en supranationale beleidsmodellen: “We hebben nood aan systemen die mensen niet alleen bedienen, maar ook betrekken.”

Voor bedrijven en beleidsmakers betekent dit dat lokaal denken opnieuw strategisch relevant wordt. Niet als nostalgie of folklore, maar als een realistisch antwoord op systeemfalen.

“Het Belgische niveau zit wat gewrongen tussen die evoluties”, merkt Arne op. “Sommige problemen kun je beter lokaal aanpakken - denk aan zorg, mobiliteit, energie. Andere, zoals defensie of klimaatbeleid, vragen om Europese coördinatie. Maar het lokale niveau is geen randverschijnsel meer. Het is een laboratorium voor de toekomst.”

4. De Europese paradox

In het boek is Trump in 2034 aan zijn derde termijn bezig. In plaats van ons daar zorgen over te maken, wijst Arne op een opvallende paradox binnen de Europese economie: “De intra-Europese handelsbarrières zijn veel groter dan de tarieven die Trump ooit heeft bedacht”, stelt hij. “Tussen twee Amerikaanse staten bedraagt die gemiddeld vijftien procent. Binnen Europa lopen ze op tot veertig à vijftig procent.”

Het gaat niet om klassieke douanetarieven, maar om een kluwen van nationale regels, heffingen en recyclagepremies die de interne markt fragmenteren. “Neem nu een Duits product waarop een recyclagepremie wordt geheven in Duitsland. Als dat product in België wordt ingevoerd, komt daar bovenop nog eens Recupel. Chinese producten hebben die dubbele belasting niet. Dat is een structureel nadeel voor intra-Europese handel.”

Arne pleit voor een radicale vereenvoudiging: “Ik weet dat veel van die kleine regeltjes ooit een eigen logica hadden en een goed idee leken. Maar waarom organiseren we geen (intra-)Europese handelsmissies om die beperkingen weg te werken.” Toch ziet hij ook kansen: “De intra-Europese markt is een grootteorde groter dan wat we met de VS verhandelen. Als we die barrières kunnen afbouwen, ligt daar een enorm potentieel voor Belgische bedrijven. Zeker in domeinen als circulaire economie, waar grensoverschrijdende samenwerking cruciaal is.”

5. De mentale gezondheidstaks

Mentale gezondheid is een economische factor die nog te vaak over het hoofd wordt gezien. Volgens een OESO-studie uit 2015 bedroegen de totale kosten van mentale gezondheidsproblemen in België meer dan vier procent van het bbp. Slechts een kwart daarvan ging naar zorgverstrekking, nog een kwart naar sociale uitgaven zoals uitkeringen. Maar de helft van de minwaarde ontstond indirect: via productiviteitsverlies op de arbeidsmarkt.

Dat verlies manifesteert zich in absenteïsme en presenteïsme, waarbij werknemers wel aanwezig zijn maar minder productief functioneren. Uit een recente Eurobarometer blijkt dat ruim een derde van de Belgen in de afgelopen twaalf maanden emotionele of psychosociale problemen ervaarde. Arne noemt dit alles een “mentale gezondheidstaks”, als metafoor voor de verborgen economische impact. “Ongeveer een derde van de kosten gaat naar zorg”, zegt hij, “maar de rest zit in absenteïsme, verminderde productiviteit en andere indirecte effecten.” Zijn punt: we erkennen deze kosten niet expliciet in ons economisch model.

Voor Arne past dit inzicht in een bredere verschuiving: van abstracte macro-economische modellen naar tastbare micro-realiteiten. “Als we mentale gezondheid erkennen als economische factor, kunnen bedrijven en beleidsmakers er strategisch mee omgaan. Denk aan preventie, werkstructuur, leiderschapscultuur. Het is geen kostenpost, maar een investeringsdomein.”

Voor CFO’s en hr-directeurs is dit een wake-up call: welzijn is niet langer een zachte waarde, maar een harde economische parameter. In een tijd waarin talent schaars is en burn-out epidemisch, kan mentale veerkracht het verschil maken tussen stagnatie en groei.

De toekomst begint vandaag

Wat 2034: een novelle vooral duidelijk maakt, is dat de toekomst geen vaststaand scenario is, maar een uitnodiging tot actie. Arne verzet zich tegen fatalisme en pleit voor wat hij “agency” noemt: het vermogen van burgers, bedrijven en gemeenschappen om zelf richting te geven aan wat komt.

“Ik geloof in agency, op lokaal niveau, bij bedrijven én burgers”, zegt hij. “De wereld van 2034 ligt niet vast. Maar hij begint vandaag.”