Chinese bedrijven lenen op kortere termijn

1 November 2019
Chinese bedrijven lenen op kortere termijn

In hun thesis onderzochten Sara Segers en Simon Vanquickenborne verschillen tussen de kapitaalstructuur van Europese en Chinese beursgenoteerde bedrijven.

De manier waarop Chinese bedrijven zich financieren verschilt wel degelijk van die van Europese bedrijven. Dat blijkt uit een studie van Sara Segers en Simon Vanquickenborne aan de Universiteit Gent. Zij deden een statistisch onderzoek bij vijftig Chinese beursgenoteerde bedrijven (op basis van de gegevens van dataleverancier Morningstar) en vijftig Europese tegenhangers (op basis van de Orbis-databank van Bureau Van Dijk). De studenten stelden van deze bedrijven manueel een dataset samen met financiële cijfers over vijf jaar. De kern van hun onderzoek bestond uit de analyse van de langetermijnschulden in verhouding tot de totale schuld.

Langetermijnschuld: 20 procent vs 35 procent

Simon Vanquickenborne: “Uit de resultaten van ons onderzoek blijkt dat op het vlak van de totale schuldgraad de twee onderzoekseenheden gelijkaardige resultaten vertonen. Beide halen ongeveer twee derde van hun middelen uit schulden. Wanneer we de langetermijnschuldgraad nauwkeuriger bekijken, merken we dat die in China slechts 20 procent bedraagt, tegenover ongeveer 35 procent in Europa. Hieruit besluiten wij dat de Chinese bedrijven zich veel minder financieren met langetermijnschulden en eerder gebruikmaken van kortetermijnschulden.”

Geen neutrale banken

Sara Segers: “De reden hiervoor ligt bij de bankensector. In Europa is die sterk ontwikkeld en neutraal. Elke onderneming die de juiste terugbetalingsgaranties geeft, kan gebruik maken van leningen. In China worden veel banken nog steeds gestuurd door de overheid, die bepaalde sectoren promoot. Indien een onderneming uit een andere sector een beroep wil doen op een lening bij de banken, is dit veel moeilijker. Deze ondernemingen moeten hun financiering dus anders regelen, onder andere door zich meer te richten op kortetermijnschulden.”

De studenten onderzochten daarnaast een aantal parameters die mogelijk een invloed hebben op die schulden. Ze merkten bijvoorbeeld dat een goede liquiditeit vaak leidde tot een lagere schuldgraad, zowel in China als Europa.

Beperkt opzet

Sara Segers wijst erop dat een thesis een beperkt opzet heeft, zodat bijkomend onderzoek nodig blijft. “De onderzoeksperiode zou beter langer zijn dan vijf jaar omdat de vennootschapsbelasting in China niet is gewijzigd in deze periode. Ook biedt dit onderzoek enkel een verklaring voor beursgenoteerde bedrijven. Het mag dus niet veralgemeend worden voor andere ondernemingen. Tot slot konden we de Europese bedrijven enkel selecteren uit een aantal lidstaten om een analoge steekproef samen te stellen.”