Het kruikje van de weduwe

2 mei 2022
Het kruikje van de weduwe

De lonen stegen begin 2022 met 4,5 procent. Daarmee was de stijging het hoogste sinds 25 jaar en driemaal meer dan in onze buurlanden, berekende de Nationale Bank. Een van de redenen is dat de inflatie zich automatisch vertaalt in een loonstijging. In Europa zijn er nog twee landen die de prijsstijging automatisch én voor 100% vertalen in loonstijgingen: België en het rijkste land van Europa, Luxemburg.

Werkgevers argumenteren dat door de stijgende kostprijs de competitiviteit van hun bedrijven en dus van ons land in het geheel in het gedrang komt. Bovendien zou dit ertoe leiden dat werkgevers minder rap tot aanwervingen overgaan en heeft de loonstijging dus ook een nefaste invloed op de werkgelegenheid. Trouwens, in de Belgische rigide arbeidsmarkt zullen ze sowieso tweemaal nadenken vooraleer mensen aan te werven. Kloppen die argumenten wel?

Competitiviteit van land en bedrijf

België zakt jaarlijks een beetje weg in de competitiviteitsindex. Op tien jaar tijd gleed ons land af van de 18de plaats naar de 24ste plaats, tegenover een gemiddeld 15de plaats voor haar peerlanden (vergelijkbare landen).

Ter illustratie, waarom worden wij constant overspoeld met online bestellingen die geleverd worden vanuit Nederland? Omdat de arbeidsreglementering zo stroef is (nachtwerk is in België in principe nog steeds verboden, tenzij een aantal voorwaarden zijn vervuld) en de nachtloonkosten zo hoog (20 procent hoger dan in onze buurlanden) hebben we de e-commercetrein grotendeels gemist (65% van de Belgen doen hun e-commerce in andere landen van de EU tegenover 27% voor de Nederlanders, e-commerce report 2021). Trouwens de gehele arbeidsreglementering behoort tot de meest rigide van de wereld (op de zogenaamde ‘hiring and firing’-index staat België op de 114de plaats) en is dringend aan hervorming toe. Zelfs Frankrijk, gekend om zijn stroeve arbeidsmarkt, scoort beter met een 90ste plaats.

Negatieve impact op werkgelegenheid

Intuïtief kunnen we aannemen dat als de kostprijs van arbeid stijgt er minder vraag naar is. Stijging van de kostprijs zou dan ook leiden tot werkloosheid, stelt de klassiek economie. Maar heel wat Keynesianen, in de nasleep van Piketty, argumenteren dat een stijging van de lonen een overheveling betekent van koopkracht van aandeelhouders naar de werknemers. Uitgaande van de hypothese dat de werknemers minder sparen dan de aandeelhouders, zou dat leiden tot hogere consumptie en dus hogere productie en werkgelegenheid. Deze redenering, genoemd naar het oude Bijbelse verhaal, het ‘kruikje van de weduwe’, wordt vaak naar voren gebracht om de stelling dat hogere lonen leiden tot een lagere vraag naar arbeid te ontkrachten. Maar deze redenering is om verschillende redenen fout.

Arbeidskostprijs

Ten eerste gaat het kruikje van de weduwe natuurlijk niet op als de hogere lonen leiden tot een hogere consumptie die hoofdzakelijk wordt vertaald in aankopen buiten de landsgrenzen. En die aankopen hebben natuurlijk niet alleen te maken met de rigide arbeidsmarktreglementering, onder meer inzake online leveringen, maar ook met de hoge kostprijs van arbeid in ons land.

Ten tweede is de loonkost al uiterst hoog. De uurloonkost berekend op basis van werknemers in bedrijven van meer dan 10 werknemers, bedraagt 47,1 euro par uur. Alleen in Luxemburg en Denemarken ligt die kost hoger. In Nederland bijvoorbeeld werken de Nederlanders niet alleen gemiddeld acht jaar langer op een mensenleven, maar de kostprijs bedraagt er ‘slechts’ 36,8 euro per uur, ongeveer op hetzelfde niveau als Frankrijk of Duitsland. Een marginale stijging dreigt aldus minder impact te hebben op het consumptiegedrag dan op de competitiviteit.

Ten derde, die gemiddelde uurloonkost wordt voornamelijk veroorzaakt door de hoge sociale en fiscale lasten. Deze loonwig, zoals dat heet, is in België uiterst hoog. In geen van de buurlanden is het verschil tussen netto- en brutoloon zo groot als in België. Een loonsverhoging gaat dus grotendeels naar de overheid - net zoals de prijsstijging aan de pomp - en wordt slechts in mindere mate vertaald in nettoloonstijging.

Om al deze redenen gaat de redenering van het kruikje van de weduwe niet op. Dit impliceert tevens dat een automatische loonindexering alleen maar houdbaar is als de arbeidsmarktreglementering grondig wordt hervormd en als we eerst de loonkloof fundamenteel dichten.

En dan is er oorlog …

Daarbovenop komt de Oekraïnecrisis. Economisch is dat geen ver-van-mijn-bedshow. Naast het onaanvaardbare humane leed zijn de gevolgen voelbaar in onze economie. Ja, Rusland is een klein economisch soortgelijk gewicht dat lager is dat de economie van bijvoorbeeld Italië of nog België en Nederland samen. Maar voor bepaalde landen en sectoren blijft Rusland belangrijk. Maar liefst 250 Belgische bedrijven hebben er vestigingen in sectoren zoals farmacie, transport, kunststof, chemie en voeding (studie Graydon 2022).

En wat sectoren betreft, is de impact op de energiesector vanzelfsprekend het belangrijkst. Europa voert het grootste gedeelte van aardgas in en die afhankelijkheid vertoont een stijgende tendens. In 2006 voerde ze 54 procent in, een percentage dat naar schatting in 2030 zal zijn opgelopen tot 80 procent. Europa is daarbij actueel voor ongeveer 42 procent van de aardgasbehoefte afhankelijk van Rusland. Ondanks alle alternatieve energie blijft aardgas, dat vandaag in 25 procent van de energiebehoefte van Europa voorziet, een van de belangrijkste energiebronnen in de toekomst. De verbroken relaties met Rusland zullen dus tot Europese schaarste leiden. Sommige landen, zoals Letland, Litouwen en Slowakije, zijn voor 100 procent afhankelijk van energie uit Rusland, terwijl dit percentage in andere landen, zoals Bulgarije en Tsjechië, meer dan 75 procent bedraagt. Die landen moeten dus dringend op zoek naar alternatieven. Dat alles zal de druk op de energiemarkt alleen maar doen toenemen.

Maar energie is niet het enige. Voor tarwe bijvoorbeeld vertegenwoordigen Rusland en Oekraïne samen 25 procent van de wereldexport. Niets voor niets worden Rusland en Oekraïne de graanschuren van de wereld genoemd. Beide landen zijn ook samen goed voor een vijfde van de maïsexport en 60 procent van de uitvoer van zonnebloemolie.

En ook voor meststoffen zijn zij een grote wereldspeler. Fosfor, kalium, aardgas, de grondstoffen voor kunstmest, vinden we hoofdzakelijk in Rusland en kleine broer Wit-Rusland. Indien de landbouw over onvoldoende kunstmest beschikt, zal dat de productiviteit en dus het productievolume aantasten.

Zelfs bij een oorlog van korte duur zal de gehavende infrastructuur enerzijds en de sancties anderzijds ertoe leiden dat schaarste van al deze producten toeneemt. Wie structurele schaarste zegt - ook weer een fundamentele wet uit de economische wetenschap - zegt ook structurele inflatie. En zelfs als de storm gaat liggen en prijzen minder spectaculair zullen stijgen, zal deze oorlog leiden tot structurele prijsstijgingen. We gaan een decennium van duurzame inflatie tegemoet en, wat België betreft, tot een verdere automatische loonstijging.

Het kruikje van de weduwe aan flarden

Nu het kruikje van de weduwe helemaal aan flarden is geschoten, kunnen we alleen maar concluderen dat de automatische loonindexering de competitiviteit van ons land verder zal aantasten. Onderzoek stelt dat de loonelasticiteit voor België̈ - 0,13 bedraagt. Dat betekent dat een daling van de reële loonkost met 10 procent de tewerkstelling op lange termijn laat stijgen met 1,3 procent. De loonwig verkleinen, bijvoorbeeld door vermindering van de patronale bijdragen en het automatisme van de prijs-loonkoppeling breken, is de enige manier om de competitiviteitsdaling van ons land halt toe te roepen en de geviseerde participatiegraad van 80 procent te halen.

[1] Volgens het Bijbelse verhaal vroeg de profeet Elia: “Haal alsjeblieft een kruik met een beetje water voor me, zodat ik kan drinken en breng ook wat brood voor me mee!" De weduwe antwoordde: "Ik zweer bij uw Heer God dat ik geen brood heb. Ik heb nog maar een handvol meel en een klein beetje olie”. Maar door haar vrijgevigheid raakte de pot met meel nooit leeg en de kruik nooit uitgeput.