“Kwetsbaarste bedrijven na vijf weken verlieslatend”

1 juli 2020
Tekst
Peter Ooms
“Kwetsbaarste bedrijven na vijf weken verlieslatend”

Zicht op wanbetalingen

Trends Business Information (TBI) ontwierp een stresstest om inzicht te geven in de financiële weerbaarheid van de Belgische ondernemingen. In de zwaarst getroffen sectoren leidt dat soms al na enkele weken tot wanbetalingen. FDmagazine confronteerde de makers van de test met twee specialisten: kredietmanager Tom Vantyghem en chief economist Rudy Aernoudt.

Klanten van TBI kunnen een bestand ingeven met de lijst van hun klanten en leveranciers. TBI vult die lijst aan met informatie die een idee geeft van de financiële toestand van elk van die ondernemingen: moest het bedrijf sluiten door de overheidsmaatregelen (al dan niet gedeeltelijk), wanneer mocht het weer opstarten, ... Daarbij komt een voorstel om bij nieuwe bestellingen van klanten eventueel een voorschot te vragen van twintig, vijftig of zelfs honderd procent.

Wanneer is eigen vermogen opgebruikt?

Kredietmanagers zijn allicht ook geïnteresseerd in de analyse van de solvabiliteit. “De bedoeling is om te zien of hun klanten, tijdens en na de crisis, nog voldoende kredietwaardig zijn om handelskrediet te verdienen. Ons algoritme berekent op welk moment een onderneming verlies zal maken omdat ze de verliezen binnen de korte termijn niet meer kan compenseren na de crisis. Daarbovenop geven we aan wanneer het bedrijf de drempel van vijfentwintig, vijftien en nul procent solvabiliteit bereikt. Als de nul bereikt wordt, heeft het bedrijf zijn eigen vermogen volledig opgebruikt. Let wel: we gebruiken niet de boekhoudkundige benadering van solvabiliteit. Afschrijvingen, niet-recurrente inkomsten en lasten en subsidies worden hier geneutraliseerd”, zegt Pascal Flisch, researcher van TBI.

Tijdlijn voor solvabiliteit

Trends Business Information kan op basis van de individuele analyses besluiten trekken over de sectoren. “De meest kwetsbare sectoren zijn zoals te verwachten horeca, sport en vrije tijd. Wij berekenden dat bedrijven uit die sectoren al na vijf weken verlieslatend werden. De solvabiliteit is er traditioneel al niet sterk en blijft gewoonlijk onder vijfentwintig procent. Andere sectoren zoals landbouw, voedingsindustrie, bouw, garages en concessiehouders zijn trouwens ook in dat geval. De mediaan van geen enkele sector ligt echter onder de nulgrens. De sector die het minst gewapend is tegen de crisis – persoonlijke diensten – houdt het toch 43 weken vol”, zegt Burt Riské, general manager Trends Business Information.

Tom Vantyghem, group credit manager van Sioen Industries: “Ik vind het vooral interessant dat jullie die tijdlijn berekenen. Als kredietmanager is dat net het grote probleem. Wij weten vaak heel goed dat een klant in de problemen zit, maar inschatten hoelang het bedrijf het nog kan volhouden, is veel moeilijker. We zijn nu half mei en de crisis is al een tijd aan de gang. Tot nu toe zien wij geen faillissementen. We weten dát ze komen, maar niet wanneer.”

Nood aan recente cijfers

Als chief economist van de Europese Commissie onderzoekt professor Rudy Aernoudt de beschikbare handelsinformatie op het hele continent. “Het model dat TBI nu voorstelt, is schitterend werk. Het past ook in een Belgische traditie met goede handelsinformatie dankzij de beschikbaarheid van veel gegevens over de bedrijfsresultaten. Dat is in andere landen heel anders. Duitsland scoort bijvoorbeeld erg slecht op dat vlak. Het zwakke punt in alle oplossingen voor handelsinformatie is het gebrek aan recente cijfers. Wanneer de winkels weer opengingen begin mei, moet dat een positief effect hebben gehad op hun financiële toestand. Maar dat zal niet meteen te zien zijn in de scores.”

“Dat klopt”, zegt Pascal Flisch. “Wij compenseren dat door waar mogelijk gegevens van andere partijen mee op te nemen. We hebben al een aantal jaar een samenwerking met een incassokantoor. Daardoor krijgen we sneller zicht op betalingsincidenten. Ik stel vast dat de incassokantoren nu minder ingrijpen en dan krijgen we daar ook geen informatie over. In algemene termen weten we wel dat het betalingsgedrag al een tijd achteruitgaat. Vorig jaar betaalden nog 82 procent van de bedrijven hun facturen op tijd. In het eerste kwartaal van dit jaar is dat gezakt naar 62 procent.”

Tom Vantyghem: “Dat is ook mijn ervaring. We zien een duidelijke stijging van de overdues sinds maart, met wel dertig tot veertig procent.”

Rudy Aernoudt: “Een daling van de solvabiliteit is een zeer betrouwbare voorspeller voor een later faillissement. Volgens mijn gegevens zou dat zelfs in 38 procent van de gevallen uitkomen.”

“Het is bovendien een signaal dat vaak lang vooraf te zien is, soms dertig maanden voor het uiteindelijke faillissement”, zegt Pascal Flisch.

Kader

Mega-marshallplan

Bij het bespreken van de conjunctuur kwamen ook de overheidsmaatregelen ter sprake. Als medewerker van de Europese Commissie wijst Rudy Aernoudt op het enorme volume geld dat nu wordt ingezet. “Ten eerste is er de bazooka van de Europese Centrale Bank om leningen te garanderen. Daarnaast raadt de Commissie de lidstaten aan om over te gaan tot regelingen rond technische werkloosheid, zoals in België. Verder voorziet de Commissie in een fonds van 540 miljard euro en discussiëren de lidstaten over de meerjarenbegroting tot 2028. Opgeteld kom je op een bedrag dat tien tot twaalf procent van het bruto nationaal product van de Europese Unie bedraagt. Het beroemde Marshallplan na de Tweede Wereldoorlog haalde amper anderhalve procent. Dit is dus een mega-marshallplan.”

“Is het geen zwakte om te rekenen op de banken om dat geld naar de economie te sluizen? Ik hoor al van gevallen waar banken bestaande kredieten stopzetten, om ze daarna toch toe te staan, maar dan mét de overheidsgarantie. Daarvan wordt de economie niet beter, want de bedrijven krijgen gewoon evenveel krediet. De banken zijn natuurlijk wel blij dat hun risico’s verminderen”, zegt Tom Vantyghem.

“Ik ben daarover niet zo pessimistisch. Bij een faillissement moeten de banken de eerste verliezen incasseren. Zeker de Belgische banken zijn intussen sterk genoeg om dat aan te kunnen. Daarnaast moeten we iets verder vooruitkijken. Nu ziet het er natuurlijk allemaal slecht uit, maar de groeivooruitzichten zijn zeer sterk. Instituten als de NBB en KBC spreken zelfs van een groei van negen procent”, zegt Rudy Aernoudt.