Update: welke Europese regels voor een duurzaam bedrijfsmodel?

3 januari 2022
Update: welke Europese regels voor een duurzaam bedrijfsmodel?

In welk businessmodel moeten ondernemingen de ‘vergroening’ van hun activiteiten inbedden? In heel Europa woedt een discussie over hoe ze de governanceregelgeving kunnen aligneren met de nood aan meer duurzaamheid, transparante verantwoording en stakeholderbetrokkenheid in het bedrijfsbeleid.

Op 9 november organiseerden ecoDa, de Sloveense bestuurdersassociatie (SDA) en EY de halfjaarlijkse Europese Corporate Governance Conference. Voor ons een prima aanleiding om hier het licht te werpen op de Europese initiatieven rond duurzame corporate governance en duurzaamheidsverslaggeving in het kader van de ‘Green Deal’ en het Actieplan ter financiering van duurzame groei.

Ontwerp richtlijn

Het ontwerp van de EU-richtlijn inzake duurzame corporate governance zou voor de grootste en beursgenoteerde EU-ondernemingen nieuwe regels invoeren voor duurzame waardecreatie op de lange termijn. Om alle duurzaamheidsgerelateerde aangelegenheden en ESG-regels (milieu, sociaal engagement en corporate governance) beter te beheren zou men ook op de hele waardeketen’ van ondernemingen een plicht van due diligence en een bestuurdersverantwoordelijkheid willen voorzien. Ook de richtlijn over duurzaamheidsverslaggeving wil bedrijven sturen naar een langetermijnvisie rond hun impact op milieu, mensenrechten en sociale rechten.

De organisatoren hadden bij hun planning gehoopt om al over het ontwerp voor de ‘Sustainable Corporate Governance Directive‘ te beschikken. Na de openbare consultatie in het voorjaar had de Commissie zoiets beloofd. Maar de toevloed van reacties, voornamelijk van ngo’s, en het complexe impact assessment van het eerste ontwerp leidden tot vertraging. Misschien vernam de lezer ondertussen al iets?

Taxonomie

Intussen hebben we wel al een instrument dat bedrijven ondersteunt bij hun overgang naar klimaatneutraliteit en duurzaamheid. De EU-Taxonomie vertaalt de klimaat- en milieudoelstellingen van de EU in duidelijke en objectieve criteria voor specifieke economische activiteiten. Als ze aan minimale sociale waarborgen voldoen en een substantiële bijdrage leveren aan minstens één doelstelling en geen significante schade veroorzaken, worden ze door dit groene classificatiesysteem als "milieuduurzaam" beschouwd.

Dit ondersteunende referentiekader, dat ook bescherming biedt tegen greenwashing, zal voor sommige bedrijven en investeerders een openbaarmakingsverplichting inhouden. Dit maakt bedrijven en portefeuilles onderling meer vergelijkbaar. Verder kunnen de ESG-criteria helpen bij het opschalen van groene investeringsprojecten voor de Europese ‘Green Deal’. De groene obligaties, fondsen en aandelen hebben al aanzienlijke bedragen aan investeringsgeld aangetrokken.

Waakzaamheid is nodig

Panellid Philippe Lambrecht, die de visie van Europese werkgeverskoepel ‘Business Europe’ vertolkte, toonde zich in ons nagesprek bezorgd over het ontwerp van de governancerichtlijn en waarschuwde meteen: “Dit EU-initiatief is onder meer gebaseerd op een bekritiseerde externe studie met een gebrekkige methodologie. Dit leidde tot onjuiste veronderstellingen en een foutief beeld van te veel kortetermijndenken en te weinig duurzaamheidsdenken bij Europese ondernemingen.”

Natuurlijk staat het georganiseerde bedrijfsleven volledig achter de mondiale milieubescherming, de sociale vooruitgang en de maatregelen om investeringen in duurzame activiteiten te stimuleren. Helaas heeft het er alle schijn van dat dit gepaard zal gaan met extra regels in het nationale vennootschapsrecht. Van de pragmatische en aanmoedigende comply or explain ‘soft law’ richtlijnen van de corporate governance codes blijft dan niet veel meer over.

“Te veel beperkingen voor beursgenoteerde ondernemingen kan de terughoudendheid om nog publieke markten voor financiering te gebruiken vergroten. Dit kan zelfs in strijd zijn met de doelstellingen van de kapitaalmarktenunie omdat het de fundamentele beginselen van ons vrijemarkteconomiemodel negatief zou beïnvloeden.”

Een ruimere zorgvuldigheidsplicht zou bestuurders dwingen alle milieu-, mensenrechten- en sociale effecten van hun activiteiten altijd volledig te integreren in de strategie en de besluitvorming van hun onderneming. Maar dan krijgen bestuurders te maken met aanzienlijke aansprakelijkheidsrisico's. Bestuurders zullen dan steeds meer tijd moeten besteden aan compliance, controle, risicomijding en rapportering. Dat zou de goede werking van een bestuur verlammen omdat het ten koste gaat van strategische reflectie en creatief ondernemerschap.

Het lijkt ook lichtzinnig om te spreken van meer “stakeholderkapitalisme”. Dan zouden bedrijven hun vrijheid om zelf een relevant en aangepast stakeholderbeleid te voeren verliezen. Belanghebbenden kunnen niet zomaar het recht krijgen om bestuursbesluiten aan te vechten, omdat daar geen juridische basis voor is. Bestuurders hebben enkel fiduciaire verplichtingen jegens de onderneming zelf en niet jegens derden. Je kunt een stakeholder maar enige zeggenschap geven in de Algemene Vergadering als je eerst heel het vennootschapsrecht op de schop neemt…

“Hoe komt het toch dat het gewicht van Europese beursgenoteerde vennootschappen zo veel verminderd is in vergelijking met Amerikaanse of Chinese concurrenten? Waarom zien we in Europa de laatste jaren zo veel delistings? Waarom hebben we nog altijd geen eengemaakte kapitaalmarkt? Vermijden onze al te uitgebreide regelgeving en transparantiewetgeving onze groeiende ondernemingen om via de beurs naar een globale leiderspositie te evolueren? Vandaag is het bovendien gemakkelijker om in de luwte voldoende privékapitaal op te halen.” Philippe Lambrecht rondde af met een rechtstreekse vraag aan onze lezers die cfo zijn bij een beursgenoteerd bedrijf: “Hebben jullie al eens becijferd welke bedragen en (administratieve) tijdsbesteding het onderhouden van een beursnotering kost in vergelijking met pakweg tien, vijftien jaar geleden?”

Praktische suggesties voor kmo’s

Aan het andere Belgische panellid, professor Christoph van der Elst, vroegen we wat deze beweging nu concreet zou kunnen betekenen voor cfo’s van Belgische kmo’s.

Hij merkte eerst op dat diverse panelleden allemaal spontaan vanuit hun eigen nationaal rechtssysteem argumenteerden terwijl die nationale systemen toch erg verschillen. Hij verwacht dat er in de Europese raad wel nog menig hartig woordje zal gepraat worden over de eindversie van een “governance”-richtlijn. Het debat zou gerust nog enkele jaren kunnen aanslepen, zoals destijds met de tweede aandeelhoudersrechtenrichtlijn van 2017. Door allerlei amendementen en aanpassingen was de eindversie minder verregaand dan het Commissievoorstel. Dat is ook hier mogelijk.

Maar de evolutie naar meer ‘ESG’ en duurzame waardecreatie is ook volgens hem niet te stoppen. Grote bedrijven zullen daar sowieso publieke verantwoording moeten en willen over afleggen. Zelfs als private kmo’s gespaard blijven van de eigenlijke rapporteringsplicht zal een en ander wel doorsijpelen in hun toeleveringsketen of klant-leverancierrelatie. Zeker in de risicovolle sectoren zullen grote ondernemingen hun toeleveranciers tot een vorm van due diligence verplichten inzake respect voor mensenrechten en milieu-eisen.

Christoph van der Elst concludeert met enkele nuttige suggesties en voorbereidende to do’s voor kmo-directies:

  • Werk aan een gedragscode met duidelijke duurzaamheids-KPI’s.
  • Weet dat investeren in duurzaamheid op termijn ook uw financiële performantie kan verhogen door de vermindering van risico’s en de toename van innovatie.
  • Spreek uw belangenorganisatie aan over de duurzaamheidsmaatregelen die zij voor uw sector zien ontwikkeld worden.
  • Betrek uw belangrijkste stakeholders, doe aan stakeholdermapping en ontwikkel een dialoog om hun voornaamste verwachtingen te kennen.
  • Denk na over de criteria van de remuneratie van de top: laat dat niet meer alleen afhangen van aandeelhouderswaarde, maar ook van andere KPI’s gelieerd aan bijvoorbeeld energiebesparing.
  • Hoor proactief de commissaris over zijn/haar verwachtingen op het vlak van duurzaamheidsrapportering

“Kortom, start vandaag aan het maximaal integreren van ‘duurzaamheidsdenken’ en klimaatverandering in uw strategie en het medewerkerbeleid!”