Wat keurde de Rulingcommissie af in 2021?

31 augustus 2022
Wat keurde de Rulingcommissie af in 2021?

Auteursrechten, kosten eigen aan de werkgever en innovatieaftrek vormen de top 3 van onderwerpen voor aanvragen bij de rulingcommissie.

Naar jaarlijkse gewoonte publiceert de Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB) zijn jaarverslag. Het geeft een overzicht van de werking van de DVB en de do’s-and-don’ts over thema’s zoals directe belastingen, btw, registratierechten, enz. Naast de vele positieve rulings, is het interessant te weten welke situaties de DVB niet aanvaard heeft. Het kantoor Moore maakte hierover een interessante analyse.

Het stelsel van voorafgaande beslissingen biedt elke belastingplichtige (particulier of onderneming) de mogelijkheid om vooraf een standpunt te bekomen van de FOD Financiën over de fiscale gevolgen van een verrichting of situatie die op fiscaal vlak nog geen uitwerking kende. Bij grotere transacties waarvan de fiscale behandeling niet volledig zeker is, doet u er goed aan een ruling aan te vragen.

Rulingbeslissingen die de eindmeet niet haalden

Een positieve rulingbeslissing heeft geen precedentwaarde voor elke belastingplichtige, maar ze heeft wel nuttige informatiewaarde. Ook situaties die de DVB niet aanvaardt, zijn leerzaam. In dit artikel bespreken de specialisten van Moore enkele dossiers die niet aanvaard werden door de DVB. Ze focussen in het bijzonder op drie onderwerpen: auteursrechten, inkomsten uit onroerende goederen en meerwaarden op cryptomunten.

Auteursrechten: over psychologen, kledingcollecties en modeshows

Inkomsten uit de overdracht van auteursrechten blijven een ‘hot topic’. Ze worden in vergelijking met gewone beroepsinkomsten onderworpen aan een gunstiger belastingtarief mits het respecteren van enkele grensbedragen en voorwaarden. Lees meer in ons artikel ‘Nieuwe ficheverplichting voor alle inkomsten uit auteursrechten’.

In het jaarverslag komen enkele aanvragers echter van een kale reis terug. Zo leren we dat het organiseren van online modeshows volgens de DVB louter publicitaire werkzaamheden zijn. En bij het ontwerpen van kledingcollecties via een eenmanszaak voor particuliere verkoop is er geen sprake van enige overdracht van auteursrechten. In een ander dossier hadden psychologen een cursusboek en een onderzoeksmethodiek ontwikkeld. Maar de DVB oordeelde dat er bij de totstandkoming weinig eigen creativiteit van de psychologen aan te pas kwam en alles voornamelijk gestoeld was op eerdere methodieken of theoretische inzichten.

Kwalificatie van inkomsten uit onroerende goederen tot beroepsinkomsten

Het jaarverslag bevat twee interessante casussen waarin de aanvrager aan de ene kant een lot bouwpercelen wenste te verkopen en aan de andere kant meerdere appartementen wou verhuren. In beide gevallen oordeelde de DVB dat de meerwaarde n.a.v. de verkoop van de percelen net als de ontvangen huurgelden belast moesten worden als beroepsinkomsten.

Dit waren de belangrijkste redenen:

  • De aanvrager, een landmeter die daarnaast professioneel bezig was met verkavelings- en woningbouwprojecten, had een sterke professionele affiniteit met en kennis van de bouwsector. De geplande verkoop van de bouwpercelen is volgens de DVB te nauw verbonden met de professionele activiteiten van de aanvrager.
  • De bouw van een onroerend goed dat meerdere appartementen omvat bestemd voor verhuur, werd met aanzienlijke leningen gefinancierd. Daarnaast waren de aanvragers via diverse vennootschappen actief betrokken bij de ontwikkeling van bouwprojecten en vastgoedwerken. Bijkomend verhuurden ze al diverse appartementen via een gelijkaardige verrichting dan die uit de aanvraag.

Meerwaarden op cryptomunten vrijgesteld?

Het jaarverslag beschrijft diverse casussen over de al dan niet belastbaarheid van meerwaarden gerealiseerd op cryptomunten. Volgens diverse belastingplichtigen zijn deze meerwaarden onbelast in de personenbelasting en moeten ze niet aangegeven worden. Maar volgens de DVB gaat het altijd om een belastbaar divers inkomen. Dit waren de belangrijkste redenen:

  • De aanvrager investeerde een aanzienlijk percentage van zijn roerend vermogen in cryptomunten.
  • De aanvrager investeerde meer dan 50% van zijn spaargeld in cryptomunten.
  • Op korte termijn vonden er veel aankoop- en verkooptransacties plaats.
  • Er werd maandelijks gemiddeld meer dan 30% van het loon geïnvesteerd in cryptomunten.
  • De aanvrager ontving een vervangingsinkomen wegens ziekte en investeerde een verkregen erfenis in cryptomunten. Daarnaast was er een korte periode tussen aan- en verkoop van de cryptomunten.

Bovenstaande criteria kunnen ertoe leiden dat een meerwaarde gerealiseerd op cryptomunten beschouwd wordt als niet te kaderen binnen ‘het normaal beheer van het privévermogen als goede huisvader’, maar wel als een belastbaar divers inkomen of een beroepsinkomen in de personenbelasting.