Wie gelooft die mensen nog?

1 juli 2021
Tekst
Tom Vantyghem
Wie gelooft die mensen nog?

Een van de belangrijkste taken van kredietprofessionals is de kredietrisicobeoordeling van klanten. Die performantie kan afgemeten worden met de verliesratio. Die was bij zeer veel bedrijven vorig jaar onverwachts zeer goed. Hoewel externe kredietbeoordelaars meerdere keren aankondigden dat er een faillissementenstorm op komst was, is de schade beperkt gebleven. Uit diverse bronnen vernemen we dat het aantal faillissementen zelfs lager lag dan vorige jaren.

Dat is merkwaardig, want de crisis hakte er naar verluidt zwaar in. Tegen het einde van vorig jaar kwam daar een risico-element bij, met name de Brexit. De zwakkere Britse klanten zouden de nadelige effecten ervan, bovenop de coronagevolgen, niet aankunnen. We waren met z’n allen zeer op onze hoede.

Veel informatieverschaffers hadden alvast - op basis van ‘oudere’ cijfers (!) - voorspellingen gedaan per onderneming. Ook kredietverzekeraars probeerden de dekkingen te beperken of lieten de premies stijgen, want er zou een verhoogd risico zijn. Aangezien de overheid de steunmaatregelen stilaan uitfaseert, mochten we ons nu echt verwachten aan de lang voorspelde storm. De timing was dit keer het voorjaar, rond maart, april.

We zijn deze periode alweer voorbij. De voorspellingen blijven, maar ze lijken op een dreigende storm die niet dichterbij komt. Wie gelooft die mensen nog?

In het netwerk van kredietmanagers blijft de schade voorlopig dus beperkt. Mogen we de aandacht laten verslappen? Helemaal niet. De risico’s blijven immers allemaal heel reëel, maar moeilijk in te schatten. Iedereen heeft begrepen dat de schade zich vooral zal voordoen in enkele sectoren. Andere hebben vorig jaar de omzetterugval kunnen beperken en weten nu soms ongekende omzetcijfers neer te zetten. Een professionele kredietanalist weet wel dat er in slechte tijden en noodlijdende sectoren wel degelijk gezonde bedrijven zijn, en dat, omgekeerd, in een gevrijwaarde omgeving toch faillissementen voorkomen.

Het ziet ernaar uit dat de overheidsmaatregelen goed benut zijn. In bepaalde landen is de uitfasering zelfs over meerdere jaren mogelijk. Geen schokeffecten dus. Waar er zich al feitelijke insolventies voordoen, hebben de handelsrechtbanken naar verluidt tijd nodig voor de gerechtelijke procedures.

Anderzijds doen zich nieuwe evoluties voor. Er is een nieuwe crisis die te maken heeft met de fel gestegen grondstofprijzen. Niet alle bedrijven slagen erin om die gestegen kosten door te rekenen in de verkoopprijzen. De marges kunnen ook hierdoor zwaar onder druk komen.

Het bezweren van al die problemen heeft een groot deficit veroorzaakt in de staatshuishouding. Politici nemen al posities in: “Wie zal dat betalen?”. Zowel bedrijven als particulieren zijn er niet gerust in. Niemand zit te wachten op hogere belastingen. In zo’n klimaat kunnen consumptie en investeringen achterblijven. Dit heeft wellicht een negatief effect op de economie en het herstel van de bedrijven. Zo zal het risico nog wel een tijdje blijven bestaan.

Ondertussen is het nog altijd moeilijk om in te schatten hoe het met de bedrijven gesteld was in 2020, want de jaarcijfers zijn pas binnen enkele maanden bekend. Kredietverzekeraars blijven op hun hoede. Ook de banken zetten zich blijkbaar schrap. De informatieverschaffers promoten hun predictiemodellen. Bij dit alles wordt al te vaak met een kanon op een vlieg geschoten. Kredietrisicobeoordeling zal altijd maatwerk blijven. Dat ondervinden de kredietprofessionals nog maar eens.