Robert S. Kaplan Robert S. Kaplan
Tekst
Peter Ooms

Groteske onnauwkeurigheden in Scope 3

1 juli 2022
Free riders maken gebruik van de nadelen van een slechte standaard
Hoewel de bedrijfswereld steeds meer rapporteert over de CO2-uitstoot en andere duurzame parameters, blijven de broeikasgassen in de atmosfeer maar toenemen. Volgens professor Robert S. Kaplan schort het vooral aan de manier van rapporteren.

Hoewel de bedrijfswereld steeds meer rapporteert over de CO2-uitstoot en andere duurzame parameters, blijven de broeikasgassen in de atmosfeer maar toenemen. Volgens professor Robert S. Kaplan schort het vooral aan de manier van rapporteren.

Boekhouden voor het klimaat

Tijdens de Digital Finance Conference, georganiseerd door het Centre for Financial Leadership & Digital Transformation van Vlerick, gaf Robert Kaplan de keynotepresentatie. Hij stelt voor om bekende methodes uit de financiële rapportering ook te gebruiken voor de duurzame parameters. “Gebruik als bedrijf gewoon een tweede versie van je boekhoudsysteem, maar in plaats van euro’s te hanteren als standaardmaat, neem je een maat als ton CO2. Op die manier kun je op een effectieve manier opvolgen hoeveel broeikasgassen je zelf hebt uitgestoten tijdens de productie van je goederen. Zorg er dan ook voor dat je leveranciers met correcte gegevens komen over CO2-inhoud van de componenten en grondstoffen die je hebt aangekocht. Op die manier kun je ook aan de klanten een precies cijfer meegeven over de koolstofinhoud van je eigen producten. Als dit gebeurt in de hele keten krijg je een goed systeem van opvolging van een duurzaamheidsparameter; even goed als een financieel rapport van het bedrijf. Wanneer de grote bedrijven dit nu opleggen aan hun directe leveranciers, beschikt de hele keten over drie jaar over een effectieve rapportering van de broeikasgassen.”

Hij gaf ook een concreet voorbeeld. “Neem nu een autofabrikant die staal aankoopt bij een fabrikant. Die geeft een prijs op, maar meteen ook de koolstofinhoud van de aangekochte goederen. Bij het transport voegt de eigenaar van het schip daar nog een transportkost aan toe én de hoeveelheid CO2 die het gevolg was van het vervoer. Op die manier krijgt de autobouwer een volledig zicht op de kost qua geld en CO2 van de producten die hij aankoopt. Zo kan hij die ook volledig doorrekenen naar zijn eigen klanten. Maar belangrijker is dat het bedrijf nu de leverancier kan vragen de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Of op zoek te gaan naar een andere leverancier die beter presteert op dat vlak. Dat is de aanzet voor een effectieve vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Op dit ogenblik doen bedrijven niet veel meer dan erover rapporteren (zie grafiek).”

Kritiek op Scope 3

Robert Kaplan heeft dan ook scherpe kritiek op de huidige manier van rapportering hierover. De bekende opdeling in Scope 1, 2 en 3 vindt hij maar niets. Scope 1 gaat over de eigen uitstoot van CO2. Scope 2 is de uitstoot van de aangekochte energie (de elektriciteit). Scope 3 is de uitstoot bij leveranciers en klanten. “Die opdeling is al bijzonder vreemd. Scope 2 en 3 zijn de externe bronnen van uitstoot. Het komt erop neer dat je die van Scope 2 nog makkelijk kan meten en die van Scope 3 helemaal niet. Scope 3 bevat ook de uitstoot bij klanten tijdens het gebruik van een product. Maar daarop heeft een bedrijf toch nooit vat. Apple kan de Iphone-gebruikers niet opleggen om maar één uur per dag de smartphone te gebruiken. Het heeft geen zin om te proberen een bedrijf verantwoordelijk te maken voor de CO2-uitstoot van zijn klanten.”

Daarnaast wijst Robert Kaplan op de groteske onnauwkeurigheden die zijn ingebouwd in Scope 3. “Een grote autofabrikant zoals Toyota heeft veel componenten nodig. Zo’n bedrijf kent niet eens de fabrikant van elke component. Hoe kun je dan verwachten dat Toyota wel een accurate berekening maakt van de CO2-inhoud van alles wat hij aankoopt. De standaard laat daarom toe om een gemiddelde uitstoot voor de sector te hanteren als maatstaf. Onwaarschijnlijk. Stel je voor dat een auditor toelaat om de gemiddelde brutomarge van een sector te hanteren in een financieel jaarrapport van een bedrijf.”

Boekhouders redden de planeet

Voor Robert Kaplan komt het erop neer dat een rigoureuze rapportering nodig is die vergelijkbaar is met de manier waarop dat gebeurt voor de financiële resultaten van een bedrijf. De duurzaamheidsrapportering gaat eigenlijk over het berekenen van de niet-financiële impact die het bedrijf heeft op de omgeving en op de betrokken mensen (werknemers, omwonenden, enzovoort). “Die externe effecten (externalities in het Engels) van de beslissingen en activiteiten van een bedrijf hebben ook een impact op de waarde van het bedrijf zelf. Ze kunnen zowel positief als negatief zijn, en daarom moeten we ze ook op een objectieve manier kunnen meten en opvolgen. Dat kan volgens mij net zo goed binnen de klassieke manier van rapporteren zoals we dat doen voor aandeelhouderswaarde. Op die manier worden die externe effecten ook geïnternaliseerd. Ik denk dat Milton Friedman hier volledig achter zou staan”, zegt Robert Kaplan.

Hij geeft aan dat een aantal grote bedrijven dit nu al gebruiken waaronder producenten van cement, staal, autobanden, glas en materiaal voor elektriciteitscentrales. “Belangrijk is de meetbaarheid van de resultaten. Het is een constante doorheen mijn professionele carrière dat ik altijd op zoek ging naar manieren om een organisatie te leiden op basis van correcte cijfers en metingen. Ook voor Activity Based Costing en de Balanced Scorecard was het nodig om op een rigoureuze manier naar de kosten te kijken. Ik trek die focus nu door naar duurzaamheidsparameters.”

Tijdens het congres stelde een deelnemer de vraag over het kostenvoordeel dat bedrijven hebben wanneer ze niets doen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. “Dat is inderdaad de kern van het probleem. Door toe te laten om sectorgemiddelden te hanteren in de rapportering hebben veel bedrijven er geen belang bij om hiervoor veel moeite te doen. Ze zijn free riders die gebruikmaken van de nadelen van een slechte standaard. Daardoor zetten ze de bedrijven onder druk die wel investeren in CO2-reductie. Ik ben ervan overtuigd dat een verplichte en rigoureuze CO2-boekhouding de oplossing kan zijn voor dit probleem.”

Robert S. Kaplan publiceerde samen met Karthik Ramanna een artikel hierover in de Harvard Business Review: “Accounting for climate change. The first rigorous approach to ESG-reporting.”