Hoe immateriële activa financieren?
Tekst
Rudy Aernoudt

Hoe immateriële activa financieren?

2 December 2019
Bedrijven hebben het zeer moeilijk om hun immateriële activa te financieren
Rudy Aernoudt is professor aan de Universiteit Gent, departement Accounting, Corporate Finance & Taxation.

Immateriële activa nemen in onze kenniseconomie toe aan belang. In landen als het Verenigd Koninkrijk of Zweden overtreffen de immateriële investeringen reeds de materiële. Immateriële activa hebben betrekking op drie categorieën activa: software en databases; innovatieve eigendommen zoals onderzoek en ontwikkeling of nieuwe concepten; economische waarden zoals marktonderzoek, goodwill of merknamen. Boekhoudkundig komen ze op het actief van de balans terecht onder de post ‘immateriële vaste activa’. Ze worden uitgesplitst in: kosten van onderzoek en ontwikkeling, concessies, octrooien, licenties, know-how, merken en soortgelijke rechten en goodwill. Meestal worden ze gewaardeerd aan kostprijs (voor de intern ontwikkelde activa) of aan aankoopprijs (voor de aangekochte activa). De echte waarde zijn de verwachte toekomstige economische voordelen die er voor de onderneming uit kunnen voortspruiten. En die kunnen variëren van nul tot oneindig.

Waarde en pand

Het mag duidelijk zijn dat de reële waarde sterk afwijkt van de balanswaarde. De vraag is alleen: hoe bepaal je de reële waarde? Wat is de waarde van een gegevensbank of nieuw product? Dat hangt natuurlijk af van de omzet en kasstroom die de gegevensbank of het product zal genereren. Aangezien dat uiterst onzeker is, wordt die waarde niet of zelden in de balans opgenomen. Financiële instellingen kunnen deze activa ook moeilijk in pand nemen. Een hypotheek nemen kan enkel op materiële activa. Een algeheel pand op de ondernemingsgoederen kan wel, maar daarmee is het waarderingsprobleem niet opgelost. De Pandwet, in voege sinds 1 januari 2018, bepaalt dat het pandrecht ‘een roerend lichamelijk of onlichamelijk goed of een bepaald geheel van dergelijke goederen’ tot voorwerp kan hebben. Maar wat is de waarde van een handelsmerk in geval van faillissement? Of nog: de waarde van een nieuw concept? Banken zijn dan ook uiterst voorzichtig om kredieten toe te kennen met immateriële activa als pand. Aangezien risicokapitaal toch nog steeds voor de happy few is – gemiddeld één op honderd projecten wordt weerhouden – hebben bedrijven het zeer moeilijk om hun immateriële activa te financieren, ondanks de over-liquide financiële markten.

Brengt bescherming soelaas?

Het is mogelijk heel wat immateriële activa te beschermen. Nieuwe innovatie kan worden gepatenteerd, voor nieuwe ontwerpen bestaat een geregistreerd trademark, er is databankrecht, merkenrecht, auteursrecht, enzovoort. De vraag is alleen of deze bescherming een impact heeft op de waarde. Iets zonder waarde beschermen, dat overigens niemand ooit gebruikt of zal gebruiken, blijft ook na bescherming zonder waarde. Er worden heel wat patenten genomen die nooit één euro kasstroom, maar alleen kosten genereren. De bescherming op zich biedt voor de financiële instellingen dus geen garantie, in de letterlijke betekenis van het woord. Onderzoek toont wel aan dat de falingsratio – het aantal niet-terugbetaalde kredieten – significant lager is voor kredieten die toegekend worden ter financiering van beschermde immateriële activa. Zo berekende de British Business Bank dat de falingsratio op de gehele kredietportefeuille van de kredieten gegarandeerd door het Britse garantiesysteem zestien procent bedroeg, tegenover tien procent voor kredieten met betrekking tot activa die beschermd waren binnen het kader van het merkenrecht, en slechts zes procent voor kredieten die betrekking hadden op gepatenteerde activa (Using IPR to access funding, BBB, 2018). Bescherming brengt wel degelijk soelaas. Alleen laten de Bazel-akkoorden de banken niet toe om dit in rekening te brengen. Het toekennen van kredieten om al dan niet beschermde, immateriële activa zonder materiële waarborgen te financieren, is voor de kredietinstellingen, vanuit Bazel-perspectief, hetzelfde als niet-gewaarborgde kredieten. Het gaat dus om een vrij dure aangelegenheid, aangezien de banken een hoog percentage kapitaal moeten reserveren bij het toekennen van dergelijke kredieten.

Bank- of overheidsoplossing?

De Chinese overheid heeft ter zake een initiatief genomen. Immateriële activa, door een daartoe specifiek opgerichte publieke instelling geëvalueerd en goed bevonden, kunnen rekenen op een overheidsgarantie. De overheid garandeert financiële instellingen die een krediet toekennen dat zij in geval van faling het bedrag kunnen recupereren via de overheid, dit voor honderd procent. Reeds meer dan tweeduizend Chinese ondernemingen konden op die manier hun immateriële activa financieren. Korea, Singapore en Maleisië hebben analoge systemen, maar daar is het gegarandeerde percentage respectievelijk 95, 80 en 50 procent. In de Europese Unie is Frankrijk (BPIFrance) het enige land dat recent een dergelijk systeem heeft gestart. Een goede zaak? Of moeten de banken hun strategie herzien en meer aandacht schenken aan de geschatte falingsratio, eerder dan aan het verlies in geval van faling? Zeker in tijden van negatieve intrest, wanneer het de bank geld kost om overtollige fondsen toe te vertrouwen aan de Europese Centrale Bank, kan een dergelijke oefening nuttig en rendabel zijn.