Tom Van den Berghe Tom Van den Berghe (Febelfin)
Tekst
Peter Ooms
Beeld
Wouter Van Vaerenberg

Sustainable finance – een noodzaak?

1 maart 2022
Klanten moeten straks duurzaamheidsdata bezorgen aan de bank
Met de strenge verplichtingen die eraan komen vanuit het Europese en internationale niveau en de maatschappelijke druk, moeten de financiële instellingen heel wat rapporteren over hun blootstelling aan klimaatrisico’s. Zij zullen op hun beurt hun klanten vragen om hen daarover gegevens te bezorgen. De impact kan aanzienlijk zijn.

Met de strenge verplichtingen die eraan komen vanuit het Europese en internationale niveau en de maatschappelijke druk, moeten de financiële instellingen heel wat rapporteren over hun blootstelling aan klimaatrisico’s. Zij zullen op hun beurt hun klanten vragen om hen daarover gegevens te bezorgen. De impact kan aanzienlijk zijn.

Hoever staat het met de implementatie van duurzaamheid in de bedrijven?
Tom Van den Berghe:
Ik maak me enigszins zorgen over het gebrek aan aandacht voor de thematiek bij heel wat bedrijven. Dat is gedeeltelijk te begrijpen door de verschillen in sectoren en ook in de grootte van bedrijven, al dan niet beursgenoteerd. Ik denk dat ze onderschatten wat de impact zal zijn van de regelgeving, misschien nog niet op heel korte termijn, maar vanaf 2023 zal het heel tastbaar worden. De eerste effecten zullen al voelbaar worden in 2022 en daarna zal het alleen maar toenemen.

De reden is in de eerste plaats het toezicht waaraan banken onderworpen zijn op het vlak van risicoanalyse. In januari 2022 begon een oefening met de Nationale Bank van België waarbij alle banken hun vastgoedblootstellingen in kaart moesten brengen, opgedeeld volgens energie-efficiëntie (EPC-certificaat). De onderpanden in hun hypotheekportefeuille en hun investeringsdossiers moesten opgelijst worden met vermelding van het EPC-label om zo vast te stellen hoe klimaatgevoelig de kredietportefeuille is. Dat geldt niet alleen voor grote bedrijven, maar ook voor de kleinere ondernemingen en de particulieren. Banken hebben een probleem omdat ze die EPC-gegevens in vele gevallen niet hebben. Ze zullen niet anders kunnen dan daarover vragen te stellen bij hun bedrijfsklanten en particuliere klanten.

Daarbovenop beginnen in maart 2022 de klimaatstresstesten van de Europese Centrale Bank. Dat zijn uitgebreide vragenlijsten en cijfertabellen voor een uitgebreide analyse van de klimaatgevoeligheid van de hele balans van een bank. Daarbij zijn er twee belangrijke parameters: de energie-efficiëntie van de gebouwen en de CO2-uitstoot in Scope 1, 2 en 3 van de gefinancierde projecten. (Dat slaat respectievelijk op de CO2-uitstoot door het eigen energieverbruik, de aangekochte energie en de indirecte uitstoot bij klanten en leveranciers, nvdr.). Het zijn belangrijke gegevens die banken moeten opvragen bij hun klanten. In het eerste jaar zal dat nog kunnen gebeuren op basis van schattingen volgens sectoren en regio's, maar vanaf het tweede jaar moeten banken gedetailleerde gegevens kunnen voorleggen. De klanten zullen rechtstreeks gevraagd worden om die data te bezorgen aan de bank. Je mag de impact van deze analyse niet onderschatten. Projecten waarover geen klimaatinformatie beschikbaar is, activiteiten met een te hoge CO2-uitstoot of onderpand dat bestaat uit gebouwen met een te laag EPC-attest, zal de toezichthouder als een verhoogd risico inschatten. Dat zou op termijn kunnen leiden tot hogere kapitaalvereisten voor de bank. De financiering van dergelijke assets en bedrijven wordt dan duurder en minder interessant voor de bank en bijgevolg mogelijk duurder voor de klanten.

Catherine Delanghe : Bedrijven uit de energiebranche staan daar zeker al verder in dan andere. Maar Guberna stelt in ieder geval vast dat er een zeer groot gebrek is aan kennis op het niveau van de raad van bestuur. En dat terwijl natuurlijk alles op dat niveau moet starten. Een meerderheid van de bestuurders heeft nog altijd geen kennis en geen bewustzijn van de thematiek. Ze beseffen niet dat ze duurzaamheid totaal moeten integreren in de strategie van het bedrijf.

In grote bedrijven hebben ze naast hun raad van bestuur ook een sustainability committee dat over die thematiek overlegt, maar het blijft apart staan. Het is net de grootste uitdaging vandaag om duurzaamheid volledig te integreren in de strategie, niet alleen omdat het een financiële impact kan hebben op het vlak van risico's, maar het is ook een opportuniteit die het bedrijf kan drijven naar meer innovatie. Elke raad van bestuur zou dit moeten oppikken.

Ik vind het dus een urgentie om bedrijven bewust te maken van hun impact op het vlak van duurzaamheid. Ze moeten allemaal beseffen dat ze via hun klanten en leveranciers deel uitmaken van een keten. Op die manier zullen ze onder druk komen te staan om te voldoen aan de duurzaamheidscriteria die opgelegd worden. Dit zijn de effecten uit Scope 3 die Tom al noemde. Elk bedrijf is een klant van een andere. Die analyse zul je vroeg of laat moeten maken en dan kun je het beter vroeg doen.

Henri Hamers : Cfo’s besteden in principe nog te weinig aandacht aan duurzaamheid omdat ze alleen ecologische redenen zien om eraan te beginnen. Vaak beseffen ze niet dat het financieel ook rendabel kan zijn. Het laatste jaar hebben we een sterke stijging gekend van de energieprijzen. Een investering in hernieuwbare energie maakt je minder afhankelijk van die gasprijzen en van geopolitieke spanningen. Dat de energiekosten vervijfvoudigen, verhoogt de urgentie. Met zonnepanelen, batterijen, windparken en elektriciteitsbuffers kun je de risico's grotendeels uitschakelen. Op die manier kunnen bedrijven op hun bottom line ingrijpen. De overheid kan hier een belangrijke begeleidende rol spelen. Energie wordt duurder en zonnepanelen werden de afgelopen tien jaar veel goedkoper. Die shift is volop bezig. Netpariteit maakt dat decentrale stroomproductie competitief is met grote energiecentrales. Het is nu ook financieel rendabel.

Je ziet inderdaad zeer veel vraag naar zonnepanelen, ook na de omvorming van de subsidies van productie naar kapitaal. Die zijn nu zo laag dat ze eigenlijk overbodig zijn. Tien jaar geleden spraken we in Vlaanderen van 330 euro/MWh, momenteel gaan de kapitaalsubsidies rond de 8 euro/MWh. De paybackperiodes worden nu, afhankelijk van de autoconsumptie, korter en dat interesseert een cfo natuurlijk. Ik denk dat bedrijven met publieke participaties of via private equity misschien nog niet klaar zijn, omdat de terugverdienperiode toch meer dan vijf jaar bedraagt (afhankelijk van de elektriciteitsprijs), en dat is vaak te lang voor dergelijke investeerders. Maar voor familiebedrijven met een langetermijnperspectief of derde partij-investeerders ligt de investering haast voor de hand.

Ook voor windmolens bestaat er veel interesse, daar is de steun in groene stroomcertificaten nog altijd bijzonder belangrijk, maar die kampen wel met de problematiek van de vergunningen die de realisatie jaren uitstellen. Vlaanderen maakt er wel werk van om deze procedure te verkorten.

FD: Als bedrijven niet rapporteren over duurzaamheid, zullen ze dan geen krediet meer krijgen bij de bank?

Tom Van den Berghe: Dat is te kort door de bocht. Het hangt ook af van de positionering van individuele banken. Bedrijven die duurzaam ondernemen en die transparant over hun inspanningen voor verduurzaming rapporteren, zullen veel aantrekkelijker zijn voor financiering. Niet alleen door banken, maar ook door financiële markten. Een verhoogd klimaatrisico van bepaalde activiteiten zal zich in elk geval vertalen in de prijszetting van de kredietverlening, zoals dat ook voor andere risico’s het geval is.

Catherine Delanghe : In ieder geval zullen de spreads wijzigen. Zelfs als de interestvoeten laag zijn, kan de bank een hogere marge nemen op een krediet dat meer risico's inhoudt.

Henri Hamers : Die impact kan ook te zien zijn via de garanties die de Europese Investeringsbank toestaat op de positieve dossiers voor zon, wind, batterijen, recyclage, enzovoort.

Catherine Delanghe : De sector zal nu een foto maken van de actuele stand van zaken. Maar nog belangrijker is de transitie. Iedereen zal zich moeten aanpassen. Voor een bank zal het belangrijk worden om te zien wat de plannen van een bedrijf zijn om die transitie naar net zero te maken. Als je geen geloofwaardig plan hebt, dan zullen zij een hogere spread nemen op de kredieten die ze toestaan. Je hebt nu bedrijven die beweren tegen 2030 net zero te zullen zijn, maar ze hebben geen enkel concreet plan met effectieve mijlpalen. Die zijn dus niet geloofwaardig. Andere willen net zero bereiken door te offsetten door bomen te planten in de Ardennen ... ook dat is niet ernstig. Zoiets kan alleen dienen voor de laatste inspanningen die je niet kan uitsluiten. Te veel bedrijven rekenen op dergelijke maatregelen om hun eerste stappen te zetten. En ze zetten in op de technologie van de toekomst om de rest op te lossen. Dat is duidelijk onvoldoende.

Tom Van den Berghe: De wetgeving bevraagt zowel kwantitatieve indicatoren zoals de CO2-uitstoot van het bedrijf, als kwalitatieve zaken waarover het bedrijf moet rapporteren zoals zijn duurzaamheidsstrategie, transitieplan en specifieke doelstellingen. Er bestaat nu al een verplichte duurzaamheidsrapportering voor grote bedrijven, maar die wordt uitgebreid tot beursgenoteerde kmo's en andere bedrijven die worden geacht te rapporteren. Dat is nu in een eerste fase vrijwillig, maar zoals gezegd zit elk bedrijf meestal in de Scope 3 van een ander bedrijf. Grote bedrijven moeten rapporteren en zullen een deel van die vraag doorschuiven naar hun leveranciers die dus indirect gedwongen zullen worden om ook te rapporteren. Alle bedrijven zullen ermee te maken krijgen, of ze nu onder een wettelijke verplichting vallen of niet.

Henri Hamers: Daarbij moet de overheid wel duidelijke regels stellen op het vlak van verplichtingen en fiscaliteit. De introductie van een nieuwe wet rond de laadpalen met aftrekbaarheid van 100 procent (voor zelfstandigen nog hoger) heeft een hele dynamiek gecreëerd rond die infrastructuur. Hetzelfde geldt voor de elektrische bedrijfswagens. Daarbij is het ook zeer belangrijk dat de elektriciteitsproductie verzekerd is, aangezien we met z’n allen elektrisch zullen rijden. Voor deze energieproductie is de Belgische regelgeving zonder meer problematisch: op federaal niveau vraagt men een vergunning voor een nieuwe centrale die dan door de Vlaamse administratie geweigerd wordt. Die dynamiek zorgt voor grote problemen. Een decentrale opwekking van elektriciteit door de bedrijven zelf kan deze problematiek verlichten. Ze kunnen dus wel heel wat doen, maar ook de overheid moet nog een inspanning leveren. Een recent positief voorbeeld is de doorverkoop van lokaal geproduceerde elektriciteit aan nabijgelegen buren die nu ook mogelijk is via directe lijnen. Dit is een bijzonder interessante piste omdat je dan kleine clusters krijgt die elkaar kunnen voorzien in groene stroom.

FD: We hadden het al over regels voor de banken die een impact hebben op de ondernemingen. Zijn er ook regels die rechtstreeks voor de bedrijven gelden?
Catherine Delanghe :
De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) is een van die wetgevingen die rechtstreeks op de bedrijven betrekking heeft. Dat is een nieuwe versie van de Non-Financials Reporting Directive. Die nieuwe directieve heeft een veel bredere impact en treft voortaan bedrijven met meer dan 250 werknemers, beursgenoteerd of niet. Alleen de microbedrijven vallen daar voorlopig niet onder. Deze bijkomende verplichtingen met betrekking tot de rapportering van duurzaamheidscriteria zijn nog in bespreking, maar zullen opgelegd worden door de Europese Commissie. Dit is al een aantal keer uitgesteld om alle landen over de streep te trekken, maar hoe dan ook: het komt eraan. Tegen 2024 zullen alle betrokken organisaties dat rapport moeten publiceren. Dat wil zeggen dat de teller begint te draaien vanaf 2023, binnen minder dan één jaar. Ondernemingen moeten dus vooraf parameters bepaald hebben die ze zullen opvolgen. Het is goed dat bedrijven zich daarvan bewust worden.

Ik wil ook nog even terugkomen op de fiscale problematiek zoals Henri die aanhaalde. Bedrijven zijn het gewend om niets te doen zonder fiscale aanmoediging. Daar is nu een nieuw element bijgekomen, namelijk het effect van het tarief voor de uitstoot van koolstof. De prijs ervan, voorlopig nog zeer laag, zal ongetwijfeld alle andere kosten, en dus ook de winstgevendheid, beïnvloeden.

Henri Hamers: Daar bestaat nu al een markt voor - de EU Emission Trading Scheme (ETS) - en de koers is enorm gestegen in de voorbije maanden. Bedrijven betalen per uitgestoten ton CO2. Begin 2018 was de prijs voor 1 ton CO2 nog geen 10 euro per ton. Begin 2022 was deze prijs al 90 euro per ton. De druk op de energie-intensieve industrieën is enorm, zeker in combinatie met een hoge elektriciteits- en gasprijs. Hoe dan ook zal de eindgebruiker de rekening betalen.

Catherine Delanghe: Volgens onze berekeningen zou de prijs moeten stijgen tot 120 of 150 euro per ton om een echte impact te hebben. Maar ook dat komt er zeker aan.

Tom Van den Berghe: En dat is inderdaad essentieel. Op die manier kan de overheid duurzame investeringen stimuleren, niet alleen omdat ze duurzaam zijn, maar omdat ze de kosten van de ETS vermijden en zo ook economisch rendabeler zijn. Ik denk inderdaad dat we er niet zullen komen met alleen garanties en fiscale stimuli. Er moet een prijsverschil komen tussen de duurzame investeringen en degene die dat niet zijn. Een geloofwaardige koolstofprijs die helpt om de negatieve externaliteiten correct in de prijs van projecten te verrekenen, zal automatisch een transitie veroorzaken naar de projecten met een lagere uitstoot van CO2.

FD: Wat is de impact van dat alles op de financiële afdeling?
Catherine Delanghe:
Voor cfo's is het belangrijk om verschillende scenario's te bedenken over wat op ons afkomt en daarvan de financiële impact te berekenen. Er zijn directe gevolgen en er is een indirecte impact op de reputatie. De cfo moet samen met de board bekijken wat het effect is op de strategie, de investeringen en de winst. Financieel zullen bedrijven erop achteruitgaan, zeker op de korte termijn, want de kosten van deze transitie naar een duurzame economie zijn zeer groot.

Henri Hamers: Op die momenten is het wel nuttig om te investeren in projecten die op de lange termijn kosten verminderen. Dan kunnen ze ook met een kleinere marge nog goed werken. De subsidies voor windmolens zijn bijvoorbeeld van vijftien jaar naar twintig jaar verlengd, bijgevolg zijn er ook mogelijkheden voor de banken om op langere looptijden te financieren, waardoor de investering interessanter wordt.

Tom Van den Berghe: Dat is uiteindelijk ook het doel van die CSRD-richtlijn. Bedrijven moeten aangeven hoe weerbaar ze zijn in een periode van klimaatopwarming en tijdens de transitie naar net zero. Wat zijn de risico's (ook bij de leveranciers) die de opwarming van het klimaat met zich brengt, maar ook de opportuniteiten op de langere termijn en de plannen en tussentijdse doelstellingen voor net zero? Hoe plannen we dat in op de lange termijn? De huidige coronacrisis leert ons alvast hoe belangrijk het is te investeren in weerbaarheid.

Catherine Delanghe: Maar de kosten voortvloeiend uit de nieuwe duurzaamheidsverplichtingen kunnen voor sommige bedrijven zeer hoog uitvallen. De marges zullen zeker dalen of zelfs verdwijnen, tijdelijk of definitief. Bedrijven moeten zich dus de vraag stellen of ze op die manier wel verder kunnen en of ze niet drastisch hun businessmodel moeten herzien.

De impact van de klimaatevolutie kan ook vandaag al enorm zijn. In Wallonië zijn een aantal bedrijven zeer sterk getroffen door de overstromingen. Denk aan de Chocolaterie Galler, aan Chaudfontaine, aan boterfabrikant Cormant die minstens tijdelijk niet konden werken. Dat zijn heel concrete voorbeelden.

Henri Hamers: Maar er is dan weer veel meer werk voor duurzaamheidsspecialisten. Alle consultingkantoren hebben nu vele vacatures voor experten klimaatverandering en duurzaamheid.

Catherine Delanghe: En klimatologen ook. Onder druk van de fondsbeheerders en activistische investeerders zie je nu meer klimatologen in de raden van bestuur van energiebedrijven, bijvoorbeeld het Italiaanse Enel.

Tom Van den Berghe: Ondanks de vele lovenswaardige acties van overheden, bedrijven en banken, blijven de uitdagingen zeer groot en is een versnelling nodig. Tot nog toe is de CO2-uitstoot van onze economie alleen nog maar gestegen, elk jaar opnieuw. De vele beloften, initiatieven en actieplannen hebben voorlopig nog niet tot een omkering geleid. Geen enkel land is op koers om zijn beloften voor het akkoord van Parijs over de CO2-reductie te halen, op één uitzondering na: Ghana.

“Klanten moeten straks duurzaamheidsdata bezorgen aan de bank” Vlnr: Catherine Delanghe (Guberna), Henri Hamers (ING Leasing)