Gezonde bedrijven dreigen over kop te gaan

1 februari 2021
Tekst
Rudy Aernoudt
Gezonde bedrijven dreigen over kop te gaan

De Oostenrijkse economist Joseph Schumpeter argu­menteerde begin vorige eeuw dat een turbulente industriële structuur de motor is van economische groei. In zo’n structuur stimuleren ondernemers het proces van creatieve destructie. Bedrijven die niet innoveren, leggen de boeken neer en zo komen kapitaal en arbeid vrij voor bedrijven met toekomstperspectief. Dit meer dan honderd jaar oude inzicht is actueler dan ooit. Ondernemingen met een obsoleet product of businessmodel gaan eruit, nieuwe ondernemingen zien hun activiteit groeien. Een crisis versnelt dat proces en heeft dus een helende werking. Hoe broodnodig overheidssteun ook is in crisistijden, die steun dreigt de marktconforme turbulentie te verstoren. Erger nog, de ondersteuning zou er kunnen toe leiden dat fundamenteel gezonde bedrijven niet overleven, terwijl bedrijven zonder toekomstperspectief blijven aanmodderen.

Winnaars en verliezers

Elke crisis kent winnaars en verliezers. Bepaalde sectoren komen inderdaad versterkt uit de crisis. Denk maar aan de digitalisatiesprong die de crisis heeft teweeggebracht: Zoom, MSTeams of Pexip – de Noorse Zoom die in volle crisis naar de beurs trok – zijn in alle woonkamers doorgedrongen. Ook de onlineplatformen – jammer genoeg vaak niet-Europese bedrijven – doen gouden zaken. Ongelooflijk overigens dat Belgische vakbonden in deze tijden weerwerk blijven leveren tegen nachtwerk. Crisissen kennen natuurlijk vooral slachtoffers, met de horeca- en cultuursector op kop. Gezonde bedrijven die door de crisis tijdelijk in moeilijkheden geraken, moeten dan ook ondersteund worden. Overheden overal ter wereld doen dat ook. McKinsey schatte de totale overheidssteun op twaalf biljoen dollar, of vijftien procent van het bruto binnenlands product op wereldschaal. Gigantisch dus!

Laagste aantal faillissementen in twintig jaar

De medaille heeft ook een keerzijde. Heel wat bedrijven die voor de crisis ten dode waren opgeschreven, blijven overleven dankzij de overheidssteun. Die steun, gekoppeld aan een moratorium in de faillissementswetgeving, duurt alvast tot 31 januari 2021. Dat impliceert, ironisch genoeg, dat het crisisjaar 2020 het jaar was met het minste aantal faillissementen van deze eeuw. Nog nooit gingen de laatste twintig jaar zo weinig bedrijven failliet. Ter illustratie: in 2019 gingen in België 11.817 bedrijven failliet, dat is één bedrijf per 122 actieve bedrijven, of een faillissementsgraad van bijna één op honderd (het exacte cijfer is 0,82 procent). In de eerste negen maanden van 2020 gingen in België 6.100 bedrijven failliet, tegenover 8.700 in de eerste negen maanden van vorig jaar. Dat is dertig procent minder dan in dezelfde periode vorig jaar.

Als zombies overleven

Is dit een goede zaak? Voor de betrokken families natuurlijk wel. Elk niet-frauduleus faillissement is een menselijk drama en de gefailleerde kan meestal geen beroep doen op werkloosheidssteun. Voor de economie in haar geheel is de conclusie veel genuanceerder. Bedrijven zonder toekomstperspectief die overleven, wenden kapitaal aan en gebruiken arbeidskrachten. Daardoor is er een nefaste impact op de productiviteit van een regio. Dat betekent dat regio’s die hun zogenaamde zombies laten overleven door ze aan de overheidsbaxter te hangen, minder productief zijn en na de crisis minder vlug herstellen. Laat nu precies België het land zijn in de Oeso, naast Spanje, met de meeste zombies. Naar schatting zijn tien procent van onze bedrijven zombiebedrijven. Eén op de tien, en meestal oudere bedrijven, hadden geen toekomstperspectieven voor de crisis. Ze slorpen subsidies, kapitaal en arbeidskrachten op die beter in andere bedrijven zouden worden ingezet. Deze zombiebedrijven afbouwen, zou een enorme impact hebben op de economie en in België leiden tot vijftien procent meer productieve investeringen en vijf procent meer werkgelegenheid, zo berekende de Oeso.

Marktwerking gefnuikt

Wat gebeurt er na het ontkoppelen van de subsidiebaxter? Naar schatting vierhonderdduizend Belgische bedrijven die voor de crisis gezond waren, zullen het moeilijk hebben om te overleven. Vijftigduizend bedrijven zouden na het moratorium de boeken neerleggen (zie ‘Onze economie in discontinuïteit’, FDmagazine december 2020). Eenmaal het moratorium afgelopen is, zullen de weinig gedigitaliseerde rechtbanken overstelpt worden met faillissementsaanvragen of ‘bescherming tegen schuldeisersprocedures’, met jarenlange vertragingen in de behandeling van de dossiers tot gevolg. Het risico van een domino-effect is niet uit te sluiten. Bedrijven die gezond waren voor de crisis dreigen het niet te overleven, terwijl walking deaths vaak aan hun noodzakelijke euthanasie ontsnappen, onder meer door de informele economie. De enige oplossing is om selectiever om te gaan met de overheidssteun en die alleen toe te kennen aan bedrijven met toekomstperspectieven. Falingspredictie- en schokbestendigheidsmodellen helpen om het kaf van het koren te scheiden. Het is een moeilijke, maar noodzakelijke oefening omdat het essentieel is dat bedrijven met toekomstpotentieel in het transitiejaar 2021, althans tijdelijk, post-covid-overheidssteun blijven genieten.