HRmagazine
11 juli 2026
Zoeken
Nieuwsbrief
Word member

‘In België is er een gebrek aan een ‘can-do-attitude’’

Foto

Magali Van Coppenolle, Hoofdeconoom Belfius, © Amélie Bauwens

​Dit is deel 2 van het interview met Magali Van Coppenolle, Hoofdeconoom Belfius. Deel 1 lees je hier.

Hoe zie je de rol van hoofdeconomen vandaag? Moeten ze eerder analisten zijn of ook dienen als publieke stemmen die wegen op het beleid en het maatschappelijk debat?

“Wij werken zeer nauw samen met onze klanten, om hen een duidelijker beeld te geven van onze economie. Zeker in zeer instabiele tijden, is die analyserol heel belangrijk. Binnen de bank leveren we dan weer de basis aan waarop vele teams hun projecties en prognoses kunnen doen. Dat laat hen toe opportuniteiten beter in te schatten en na te gaan welke sectoren geïmpacteerd zullen worden. Intern bestaat onze rol er dus vooral uit inzichten te bieden, die de andere delen van de bank toelaten betere prognoses te maken.

Onze analyses kunnen daarnaast zeker ook bijdragen tot het publieke debat. Ze kunnen helpen om het economische debat te verrijken en te nuanceren, omdat we een andere aanpak hebben dan pakweg politieke partijen. Het publieke debat is als een mozaïek van stemmen, ik denk dat wij zeker één van die stemmen moeten zijn.”

De financiële wereld is vaak nog een mannenwereld, hoe ervaar je dit zelf?

“Ik was een van de weinige vrouwen in mijn werkomgeving. Dat was al zo toen ik economie studeerde in Maastricht. En in Somalië zat ik dubbel in een mannenwereld, met een mix van economen en militairen.

In mijn vorige job, rond green bonds, zat ik dan weer in een vrouwelijkere omgeving. Volgens mij komt dat omdat sustainable finance in het begin minder serieus genomen werd. Daardoor lagen er daar voor vrouwen meer kansen voor het grijpen dan in de mainstream finance.”

Hoe ervaar je België op dat vlak?

“In vergelijking met het Verenigd Koninkrijk, waar ik voor het laatst werkte, zou ik zeggen dat de professionele wereld in België misschien wat paternalistischer en seksistischer kan zijn. Ik heb hier in België zeker meer opmerkingen gekregen, dan daar. Zo kreeg ik in België na sommige van mijn presentaties bijvoorbeeld weleens ongevraagde feedback. En ik ben er zeker van dat andere hoofdeconomen in België dat niet meemaken. In het Verenigd Koninkrijk heb ik dat nooit zo ervaren.

Maar ik ben het ook niet eens met het idee dat vrouwen op de een of andere manier van nature beter of voorzichtiger zijn in het nemen van beslissingen, wat weer een manier is om mannen en vrouwen in hokjes te plaatsen. Ik denk dat we vooral moeten streven naar echte diversiteit qua denken. Dat gaat veel verder dan enkel het man-vrouw gegeven, en zorgt ervoor dat je gevaarlijk, of gewoon oninteressant, groepsdenken voorkomt. In andere landen, werd er al veel gedaan om mensen uit een armere achtergrond in de financiële wereld aan te werven. Want de socio-economische achtergrond in de financiële wereld was er nog vrij homogeen. Ook neurodiverse mensen kwamen daarbij aan bod, wat zeer interessante resultaten opleverde omdat die op een heel andere manier naar de dingen kijken.”

Economisch gezien kijken veel van onze lezers bezorgd naar de geopolitieke situatie en dan voornamelijk naar president Trump, die voor veel onzekerheid zorgt. Je stelde eerder dat er wel degelijk een methode zit in zijn aanpak, kan je dat toelichten?

“Ten eerste wil ik benadrukken dat het zeker niet enkel president Trump is die voor onzekerheid zorgt, hoewel hij vaak de kers op de taart blijkt te zijn. Het is inderdaad moeilijk om zijn gedrag te voorspellen, maar ik denk dat we vooral moeten concentreren op het verschil tussen zijn acties en onze verwachtingen. Daarmee bedoel ik dat we een diep verankerd beeld hebben van wat een president is en hoe die reageert of beslissingen neemt.

Ik denk dat we die verwachtingen beter loslaten als het op Trump aankomt. We moeten durven aanvaarden dat hij heel anders denkt en zeer verschillende normen heeft. Iedereen denkt bijvoorbeeld dat Trump de Iran-oorlog wel zal staken voor de midterms, om die te kunnen winnen. Ik ben daar niet zeker van. Volgens mij ziet Trump zijn tweede ambtstermijn ook als een manier om zaken te doen. Ik denk dus niet dat het zijn eerste prioriteit is om die verkiezingen te winnen. We mogen niet steeds uit de lucht vallen over zijn gedrag, omdat we uitgaan van klassieke verwachtingspatronen. Trump is politiek gesproken een heel ander dier, met andere normen en waarden. Hij dient niet de Republikeinse partij, maar denkt vooral aan zichzelf en zijn familie. We blijven Trump dus nog te veel analyseren vanuit een verkeerd verwachtingspatroon, alsof hij een klassieke politicus is.”

De afgelopen jaren kreeg de wereld met corona, de oorlog in Oekraïne en de tweede ambtstermijn van Trump heel wat schokken te verwerken. Moeten CFO’s vandaag fundamenteel anders kijken naar risico dan vijf jaar geleden?

“Absoluut, daar ben ik van overtuigd. Die geopolitieke onzekerheid is eigenlijk al veel langer aan het opborrelen. We zagen vroeger al red flags. De globale wereldorde is al veel langer in crisis dan we soms denken. We moeten het als een structurele verandering zien, iets dat permanent zal veranderen. We bevinden ons in een andere wereldorde en geopolitieke periode. Ook economisch leven we in een ander tijdperk, want de energieverandering zal de wereldeconomie hertekenen.

CFO’s zullen in de eerste plaats moeten aanvaarden dat de wereld van gisteren niet terugkomt. Dat gaat simpelweg niet gebeuren. Dus is de volgende vraag: wat komt er in de plaats? Daar zit je natuurlijk met veel onzekerheid en spanning tussen dat oude wereldbeeld en vernieuwing en verandering. We weten wat we moeten doen, zoals de energietransitie en dat die moeilijk is en veel investeringen vereist. Bovendien weten we niet hoe snel we die nieuwe staat van de wereld kunnen realiseren, laat staan hoe die er precies zal uitzien. Dat maakt die transitie natuurlijk extra uitdagend.”

Hoe moeten bedrijven hier dan mee omgaan?

“Ik heb veel begrip voor ondernemingen want ze staan voor grote uitdagingen, dat mogen we absoluut niet onderschatten. De onzekerheid is zeer hoog en ondernemen gaat gepaard met meer risico’s. Het kan daarbij helpen om meer in scenario’s te denken. Als er iets gebeurt, wat zijn dan de verschillende mogelijke scenario’s? We zullen ook meer vanuit een resilience-idee moeten denken en rekening houden met zogenaamde tail-end scenario’s. Het soort extreme gebeurtenissen die onwaarschijnlijk lijken, daar moeten we meer rekening mee houden. We zullen vaker moeten stil staan bij de vraag: wat is het ergste dat kan gebeuren? Zulke denkoefeningen kunnen helpen je voor te bereiden en eventuele oplossingen te vinden voor de vele risico’s waarmee we geconfronteerd worden.”

Veel bedrijven maken zich ook zorgen om de kost van de duurzame transitie en vrezen achterop te raken, terwijl de rest van de wereld profiteert. Hoe kijk je hiernaar?

“Ik vind dat er soms vreemde redeneringen zijn in dat debat. Als het aankomt op Artificiële Intelligentie zijn we het eens dat je de eerste moet zijn om daarin te investeren en het toe te passen. Bedrijven die er te laat op inzetten, zullen de boot missen en achterblijven. Want het gaat hier in essentie om een competitiviteitsvraag. Met de energietransitie is dat niet anders, als je competitief wil blijven in de wereld van morgen, is je beste optie om proactief op zoek te gaan naar de kansen die de transitie creëert.

Zo klagen sommige mensen over het feit dat er hier elektrische Chinese auto’s op de markt komen. Tegelijkertijd verzetten ze zich ook tegen de transitiedoelstellingen die proberen de productie van elektrische auto’s hier in Europa te stimuleren. China ziet de transitie als een enorme marktkans, en dat kunnen wij in Europa ook doen.”

Er heerst veel negativiteit over verduurzaming, hoe komt dit volgens jou en wat kan er aan gedaan worden om hier weer een wervend project van te maken waar bedrijven en burgers in mee gaan?

“Niemand klaagt over de investeringen die we moeten doen op vlak van AI. Mensen vinden het normaal dat je dat moet doen. Bedrijven willen op dat vlak de eerste zijn, zodat ze betere diensten en producten kunnen aanbieden en efficiënter kunnen werken. Volgens mij moet je de energietransitie op dezelfde manier benaderen en de vraag stellen welke kansen die voor jouw bedrijf kan opleveren. Want deze transitie levert wel degelijk kansen op.

Ja, er zijn zeker ook uitdagingen. De overgang van de ene energievorm naar de andere is niet makkelijk. Maar we mogen ook niet vergeten dat dit kansen oplevert, die bedrijven kunnen grijpen. De technologische veranderingen gaan heel snel, wat het soms moeilijk maakt om bij te blijven. We mogen die snelheid zeker niet onderschatten en dat maakt het voor bedrijven moeilijk om hiermee om te gaan. Maar we moeten beseffen dat de wereld van gisteren niet terug zal komen, dus moeten we de sprong maken naar de toekomst.”

5K

Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste Finance-community van België.

Rubrieken

Over FDmagazine

Externe links

Volg ons op socials

Published by

Nieuwe Media Groep logo