Nationale Bank verwacht dat bedrijven eerst schulden afbouwen

1 januari 2021
Nationale Bank verwacht dat bedrijven eerst schulden afbouwen

De Nationale Bank van België ziet een niet te verwaarlozen toename van het solvabiliteitsrisico. Belangrijk is dat zelfs winstgevende bedrijven met een solide balans vóór de pandemie niet immuun zijn voor dat probleem. Zij kunnen naar een faillissement afglijden mochten ze geen extra financiering verkrijgen.

Het is dan ook zeer waarschijnlijk dat een groot deel van de Belgische bedrijven in de herstelperiode eerst onder druk zullen staan om de schulden af te bouwen. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor hun vermogen om investeringsplannen uit te voeren. Dat doet de productiviteit en de groei afnemen. Tegen die achtergrond en in het licht van de tweede golf van de pandemie, zou de aandacht van het beleid geleidelijk moeten verschuiven van het vrijwaren van de liquiditeit van de bedrijven naar het handhaven van hun solvabiliteit. Het doel zou moeten zijn, als dat passend is, een herstructurering van de schulden te waarborgen en/of toegang te verlenen tot een externe financiering op lange termijn die ze nodig zouden kunnen hebben om hun activiteiten voort te zetten, alsook voor hun toekomstige ontwikkeling.

Terugkeer van de notionele interestaftrek?

Om het herstel effectief te begeleiden, zou het momenteel gevoerde beleid om de toegang tot krediet te vergemakkelijken, gepaard moeten gaan met verbeterde instrumenten voor financiering (op lange termijn) via aandelen. In de Belgische context is het echter niet voor de hand liggend effectieve aandeleninstrumenten te vinden, met name voor kmo’s waarvan de eigenaars vaak terughoudend staan tegenover extern mede-eigendom. Alternatieve financieringsconstructies en instrumenten zoals achtergestelde leningen op lange termijn, kunnen worden overwogen ter versteviging van de solvabiliteit van levensvatbare bedrijven en om hen in staat te stellen verder te investeren en te groeien. In dat opzicht vormen de onlangs door de gewestregeringen genomen initiatieven om het kredietverleningsvermogen van hun investeringsmaatschappijen te verhogen, een eerste stap in die richting. Om bovendien beleggingen in aandelen te stimuleren, zou de overheid de huidige regeling van de notionele interestaftrek kunnen herzien.

Kijk uit voor zombificatie

Ten slotte is er uit economisch oogpunt ruimte voor een meer discretionaire benadering om een doeltreffend gebruik te waarborgen van overheidsmiddelen ter ondersteuning van bedrijven. Enerzijds moet worden vermeden dat reële en financiële middelen worden verstrekt aan niet-levensvatbare bedrijven, een verschijnsel dat bekendstaat als ‘zombificatie’. Anderzijds verdienen levensvatbare bedrijven ondersteuning die niet de benodigde middelen kunnen verkrijgen via andere financieringskanalen. Die bedrijven kunnen geen traditionele bancaire kredietverlening krijgen door de potentiële overmatige schuldenlast. De steun zou ook zodanig kunnen worden toegekend dat deze groter uitvalt voor bedrijven die extra kapitaal injecteren en voor ondernemingen met bedrijfsplannen die verankerd zijn in het ‘nieuwe normaal’.

Dergelijke ‘slimme voorwaarden’ – die de steun koppelen aan stappen die de veerkracht op lange termijn van de bedrijven verstevigen, zoals de invoering van nieuwe bedrijfsprocessen of digitalisering – kunnen een middel zijn om de activiteit in stand te houden, terwijl ze de vooruitzichten van de bedrijven voor de toekomst verbeteren.

Bron: NBB