Stimuleer ondernemerschap en durf te dromen

1 februari 2022
Stimuleer ondernemerschap en durf te dromen

Veel start-ups verlaten Europa omdat ze bijvoorbeeld in Amerika meer kansen krijgen om door te groeien. Daarom moeten er meer inspanningen komen om start-ups in Europa te houden en het Europees ondernemerschap te stimuleren. Het zijn maar enkele conclusies van de rondetafel over financieel ondernemerschap die het BMI Executive Institute organiseerde.

Midden december verzamelde een tiental financiële experten bij het BMI Executive Institute in Brussel om van gedachten te wisselen over een aantal actuele onderwerpen. Rudy Aernoudt, professor corporate finance aan de Universiteit Gent, leidde het debat vakkundig.

Er klonk tijdens het debat een duidelijke oproep om meer te investeren in nieuwe vormen van ondernemerschap. “Ik geloof echt in een radicaal ondernemerschap om te innoveren”, zegt Etienne Goffin, ceo van Cronos Wallonia, een consulent in informatica. “We kijken altijd naar het Silicon Valley-model, maar we moeten meer focussen op andere vormen van ondernemen. Dan denk ik aan de spin-off. Het voordeel is dat je een krachtige en vermogende groep achter je hebt staan die een sterke reputatie heeft. Geef genoeg vrijheid aan je personeel om vernieuwende ideeën te lanceren en te innoveren. Geef de mogelijkheid aan je medewerkers om echt leider te worden van hun project. Dat is ook het succes geweest van ons bedrijf. Elke medewerker kreeg de kans om een project te starten. Daarmee dekken we veel technologische industrieën. Het is dé manier om talent in je bedrijf te houden.”

Meer ondernemerschap

Het ondernemerschap in België staat volgens Rudy Aernoudt niet bepaald op het hoogste niveau. “In België en Frankrijk staat het ondernemersklimaat op het laagste peil. Ons armoedeniveau is vergelijkbaar met Polen en Hongarije. Door de sterk ontwikkelde sociale zekerheid en de te grote overheidsinstellingen is er bij velen geen noodzaak om te ondernemen. Als je meer ondernemerschap wil creëren, moet je je sociale zekerheid voorbehouden voor zij die het écht nodig hebben.”

Marc Michielsen, international distributor manager bij het internationale landbouwbedrijf Genus ABS Asia, treedt Aernoudt bij. “Ik heb geleefd in Singapore en gewerkt in Pakistan. Vooral Pakistan is een groeiend land met veel potentieel. Ik denk dus niet als een Europaan. Maar als ik terug in Europa ben, word ik altijd geconfronteerd met zoveel belastingen. Dat werkt gewoon niet.”

Meer risico

De deelnemers aan het debat zijn het er volmondig over eens dat ondernemers ook meer aanmoediging moeten krijgen om risico’s te nemen. “In Europa belonen we ondernemers die risico’s willen nemen niet”, zegt Gilles Pierret, senior private banker bij ABN AMRO. “Vanaf het begin focussen we altijd maar op veiligheid in plaats van risico’s te nemen. Zelfs als werknemers stoppen en een eigen zaak beginnen, verklaren hun collega’s hen vaak meteen gek. In Amerika heerst er een andere mentaliteit. Als een moeder in de Verenigde Staten de kinderen naar een speelplein brengt, zeggen de ouders: maak plezier! In Europa zeggen we alijd: pas op! Laat mensen toch ondernemen, zonder te veel regelgeving.”

Steve Walter, cfo bij het bouwbedrijf Gillion, treedt Pierret bij. “In Europa hebben we problemen met de geest van ondernemen. Als je iets probeert en je crasht, dan beland je meteen op de zwarte lijst. In de Verenigde Staten kan en mag je mislukken. Het wordt er gezien als een leerproces. Dankzij mislukkingen kun je vooruitgang boeken.”

Frederik Leloup, oprichter en managing partner bij het managementadviesbureau Spirit of Change, raadt ook aan om na te denken over de rol die we in de wereld willen spelen. “Wie zijn we en welk leiderschap willen we in de wereld opnemen? Misschien moeten we niet de grootste zijn, maar wel de slimste. We moeten de beste generatie zijn voor de toekomst. Mijn visie op leiderschap is dat we vrij moeten zijn in deze wereld. We moeten inzichten met elkaar delen, open zijn en samen een mooie toekomst ontwikkelen.“

Hou start-ups hier

Een ander pijnpunt tijdens het debat is dat nogal wat start-ups Europa verlaten omdat ze bijvoorbeeld in Amerika meer kansen krijgen om door te groeien. Een van de conclusies is dat er meer inspanningen moeten komen om start-ups in Europa te houden. “We geven starters subsidies, maar wanneer ze groot zijn, verlaten ze ons”, zegt Rudy Aernoudt. “Maar liefst 45 procent van de start-ups die succesvol wordt en een scale-up wordt, verlaat ons continent. Het beste voorbeeld is Skype. Het grootste probleem is dat er een gebrek is aan middelen voor scale-ups. Daarvoor hebben we grotere fondsen nodig. Neem nu de proptechsector (technologie voor vastgoedbeheer, nvdr.). In Europa zijn er 3.200 start-ups die niet verder geraken omdat we er te weinig in investeren. We hebben maar 100 scale-ups. Het ecosysteem voor start-ups gaat goed, maar ze breken niet door. In Amerika is dat totaal anders. Denk maar aan het voorbeeld van Tesla waar ook de overheid massaal in investeerde.”

Philippe Neefs, belastingadviseur bij het Luxemburgse bedrijf Weiji treedt Aernoudt bij. “We hebben veel goede starters, maar als ze verder willen groeien, trekken ze naar de Verenigde Staten. Ze gaan naar de plaats waar mensen hen willen financieren. Een belangrijke plaats in de toekomst wordt ongetwijfeld ook Azië.”

Durf te dromen

Hij hoopt dat er snel een nieuwe en betere visie komt op ondernemen. “In Europa waren we vijftien jaar nummer één voor veel zaken. En de dag van vandaag zijn we de controle wat verloren. Misschien omdat het model verandert? Het probleem is dat we veraf zijn van waar we moeten zijn. Ik heb het gevoel dat we geen visie hebben van wat we willen. We begrenzen onszelf. Dat is het antwoord op ondernemerschap. We hebben onvoldoende mensen die dromen over hun toekomst. Dat moet anders. We moeten weer durven te dromen.”