HRmagazine
15 mei 2026
Zoeken
Nieuwsbrief
Word member

Effectieve Carbon Credits dankzij C-nery en Genvision

De klimaatcrisis vraagt om actie, niet alleen om ambitie, maar om concrete, meetbare en financieel haalbare oplossingen. Voor bedrijven, overheden en initiatiefnemers die klimaatprojecten willen opstarten, is de weg naar certificering en effectieve koolstofcompensatie echter vaak bezaaid met onzekerheid. Hoeveel carbon credits kan een project genereren? Welke standaarden zijn het meest geschikt? En hoe zorg je ervoor dat de impact niet alleen ecologisch, maar ook economisch duurzaam is?

​De klimaatcrisis vraagt om actie, niet alleen om ambitie, maar om concrete, meetbare en financieel haalbare oplossingen. Voor bedrijven, overheden en initiatiefnemers die klimaatprojecten willen opstarten, is de weg naar certificering en effectieve koolstofcompensatie echter vaak bezaaid met onzekerheid. Hoeveel carbon credits kan een project genereren? Welke standaarden zijn het meest geschikt? En hoe zorg je ervoor dat de impact niet alleen ecologisch, maar ook economisch duurzaam is?

​Twee Belgische pioniers, C-nery en Genvision, tonen aan dat technologie en data de sleutel vormen om deze vraagstukken te ontrafelen. Waar C-nery initiatiefnemers helpt om de haalbaarheid van klimaatprojecten in te schatten, zorgt Genvision ervoor dat het certificeringsproces zelf sneller, transparanter en betrouwbaarder verloopt. Samen bieden ze een antwoord op de uitdagingen die de koolstofmarkt vandaag kent: van onzekerheid naar actie, en van ambitie naar impact.

Beide bedrijven bewijzen dat de transitie naar een koolstofarme economie niet alleen een kwestie is van beleid of natuurbehoud, maar ook van ondernemerschap, slimme tools en internationale samenwerking. In een wereld waar klimaatcompensatie steeds vaker een strategische keuze wordt, bieden zij de instrumenten om projecten niet alleen te laten slagen, maar ook om ze te laten tellen. Want wie de koolstoftransitie wil versnellen, moet haar eerst begrijpen en vervolgens durven operationaliseren.

C-nery

Oprichtsters Nele Van Beveren en Johanna Huylenbroeck van C-nery lanceerden een softwareplatform dat initiatiefnemers helpt inschatten of hun project kans maakt op certificering, welke standaarden het best passen, en of het financieel de moeite loont.

C-nery richt zich in eerste instantie op bosprojecten, waarbij niet alleen de koolstofopslag wordt berekend, maar ook de uitstoot die gepaard gaat met aanleg en transport. Die integrale benadering maakt het mogelijk om de netto klimaatimpact van een project realistisch in kaart te brengen. Op termijn wil het bedrijf ook andere types natuurgebaseerde oplossingen analyseren, zoals wetlands, agroforestry en zonneboerderijen.

Voor kleinere initiatiefnemers biedt het platform de mogelijkheid te verkennen welke zogenaamde ‘grouped projects’ of ‘aggregators’ het best aansluiten bij hun project(en). Een voorbeeld daarvan is Arbonics, dat bossen in de Baltische staten helpt certificeren via de Verified Carbon Standard. Die validatie creëert een alternatief verdienmodel en ontmoedigt commerciële houtkap. “Een carbon credit vertegenwoordigt altijd één ton CO₂,” zegt Nele, “maar de waarde ervan hangt af van het type project. Een conservatiecredit is niet hetzelfde als een aanplantcredit.”

Volgens Johanna begint het systeem rond carbon credits eindelijk volwassen te worden. “Nu kan een bos rendabel zijn”, zegt ze. “Het marktmechanisme begint te werken.” Waar klimaatcompensatie vroeger vooral een moreel gebaar was, wordt het vandaag een strategisch instrument. Overheden, die via VN-richtlijnen het systeem hebben geratificeerd, groeien naar de private sector toe. Verzekeringsmaatschappijen brengen klimaatkosten in kaart, en bedrijven hanteren een interne koolstofprijs om de rendabiliteit van toekomstige projecten te evalueren. “Je komt niet meer weg met klimaat als loutere marketing”, stelt ze. Steeds meer bedrijven zijn aangesloten bij het Science Based Targets Initiative (SBTi), waaronder ook Belgische spelers zoals Neuhaus, Milcobel of Ethias. Dit commitment zorgt voor een verschuiving: klimaatimpact wordt een meetbare parameter in investeringsbeslissingen.

Toch is die evolutie niet overal even ver gevorderd. “In landen als Colombia, Singapore, India en Indonesië zie je een enorme dynamiek rond klimaatprojecten en koolstofmarkten”, zegt Johanna. “Daar wordt volop geïnvesteerd in technologie, certificering en marktontwikkeling.” Dat staat in schril contrast met de Verenigde Staten, waar delen van de overheid het bestaan van klimaatverandering opnieuw in twijfel trekken. En Europa? Dat blijft achter als het over koolstofprojecten gaat, vindt ze. “België is echt een laggard. Er is weinig visie, weinig snelheid, en te veel fragmentatie. Terwijl de urgentie groter is dan ooit.” Voor C-nery is dat precies de reden om in te zetten op helderheid en haalbaarheid: als de markt hier niet beweegt, moeten projecten tenminste klaar zijn om mee te bewegen zodra het wél gebeurt.

Een cruciaal element in die evolutie is de validatie van projecten. “De koolstofcertificatie van bossen geeft een incentive om commerciële houtkap te verminderen”, zegt Johanna. “Het biedt een alternatief verdienmodel en ontmoedigt illegale kap.” Toch is niet elke carbon credit gelijk: één ton CO₂-equivalent blijft de standaardmaat, maar de waarde verschilt. Een conservatiecredit, waarbij bestaand bos beschermd wordt, heeft een andere marktwaarde dan een aanplantcredit, waarbij nieuw bos wordt aangelegd.

Ook Nele merkt dat de interesse toeneemt. “We krijgen veel vragen van consultants die een eerste check willen doen”, zegt ze. “En van natural asset managers die hier hun business van willen maken.” De markt is in beweging, en C-nery wil die beweging faciliteren met tools die helderheid brengen in een complex systeem.

Genvision

Waar C-nery onderzoekt of een klimaatproject überhaupt kans maakt op certificering en financieel rendeert, richt Genvision – een Belgisch-Amerikaans technologiebedrijf opgericht door Emiel Cockx – zich op de volgende stap: het certificeringsproces zelf sneller, goedkoper en betrouwbaarder maken. Met behulp van artificiële intelligentie versnelt Genvision de certificering van klimaatprojecten, een proces dat in de traditionele markt vaak jaren duurt en hoge kosten met zich meebrengt. Het bedrijf, dat is uitgegroeid tot een internationale speler met een zetel in New York, verkort die doorlooptijd tot anderhalf jaar en verhoogt tegelijkertijd de kwaliteit en transparantie van het certificeringsproces.

“Vandaag gebruiken we AI om carbon offsetprojecten door de lange, moeilijke weg van certificering te loodsen. Zo’n proces duurt doorgaans drie tot vijf jaar. Wij kunnen helpen dat tot anderhalf jaar te verminderen.”

“Transparantie is het sleutelwoord”, zegt Emiel. “Bedrijven willen zekerheid dat hun compensatieprojecten écht impact hebben. Dat is een thema waar wij met onze technologie een antwoord op bieden.”

Genvision werd opgenomen in de prestigieuze Entrepreneurs Roundtable Accelerator in New York en haalde kapitaal op bij onder meer Triple Impact Capital of Endurance28. “We hebben nu ook een zetel in New York”, vertelt Emiel. “Onze internationale positionering maakt ons tot een interessante brug tussen de Europese en Amerikaanse klimaatmarkten.”

Emiel legt de twee naast elkaar functionerende systemen uit. “De vrijwillige koolstofmarkt (VCM) is een gedecentraliseerde markt waar bedrijven, organisaties en individuen koolstofkredieten kunnen kopen en verkopen om hun uitstoot vrijwillig te compenseren. Die kredieten vertegenwoordigen één metrische ton CO₂-equivalent die uit de atmosfeer is verwijderd of gereduceerd via projecten zoals hernieuwbare energie, herbebossing of koolstofopvang.”

Dat staat in contrast met de verplichte koolstofmarkt, het Emissions Trading System (ETS). “ETS is een door de overheid gereguleerd systeem met een strikt emissieplafond dat jaarlijks daalt. Bedrijven moeten emissierechten kopen om aan de regelgeving te voldoen. De VCM daarentegen is vrijwillig en wordt gedreven door duurzaamheidsdoelstellingen, reputatiebeheer of de wens om klimaatprojecten te financieren.”

Maar hoe weet je welke projecten het meest effectief zijn? “Je kan herbebossen, maar op sommige plaatsen is het beter wetlands te herstellen. Die halen allicht veel meer CO₂ uit de lucht dan daar een bos aanplanten. Wat de meest efficiënte manier is om dat te doen, dat weten we vandaag eigenlijk niet.”

Volgens Emiel ontbreekt er een soort kwaliteitsindex. “Er is geen prijs/kwaliteitsindex zoals Moody’s of S&P’s doen voor de kredietmarkt. Amper twee procent van de carbonprojecten heeft een rating. Niet verwonderlijk als je weet dat zo’n rating al gauw 70.000 tot 100.000 euro kost per project.”

Genvision werkt ook samen met bedrijven die hun uitstoot willen reduceren, maar tegen de grenzen van hun inspanningen aanlopen. “Wat doe je als je al het low hanging fruit al geplukt hebt?” vraagt Emiel zich af. “De vloot is geëlektrificeerd, de energie is hernieuwbaar, de verpakking bestaat uit gerecycleerd materiaal… en dan?” Voor sommige bedrijven zou het tot 150 euro per ton CO₂ kosten om hun volledige waardeketen klimaatneutraal te maken. “In zo’n geval is het vaak logischer om een deel van die uitstoot elders te compenseren”, zegt hij. “Maar dan moet je wel zeker zijn dat die compensatie betrouwbaar is. Dat is de missie van Genvision.”

Toch is er volgens Emiel veel veranderd. “Ik herinner me een artikel in The Guardian uit 2022, waaruit bleek dat er zowat tien keer zoveel credits werden verhandeld als er effectief projecten tegenover stonden. Dat was echt een beetje een reset. De kwaliteit van de projecten is ondertussen stukken beter, wie de onderlat niet haalt, raakt niet verkocht.”

Maar dat vertrouwen komt met een keerzijde: het schalen duurt veel langer. “Welke investeerder gaat springen als het vijf jaar duurt voor je weet of je project kredietwaardig is?”

Ook de politieke situatie speelt een rol. “In de VS werd de eerste drie tot vijf jaar van veel projecten overbrugd door filantropie of door USAID. Dat is van de ene dag op de andere weggevallen. Bedrijven deinzen terug. Heel veel wat klimaat aangaat, wordt ook via pensioenfondsen gefinancierd. Daarom is er een shift in het narratief: heel veel klimaatprojecten worden nu verkocht als energieprojecten, als efficiëntieoefeningen. Op lange termijn is het duidelijk dat kapitalisme en klimaat niet tegenover elkaar dienen te staan, maar elkaar vinden in kosteneffectiviteit.”

5K

Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste Finance-community van België.

Rubrieken

Over FDmagazine

Externe links

Volg ons op socials

Published by

Nieuwe Media Groep logo