Tom Vantyghem Tom Vantyghem
Tekst
Tom Vantyghem

De geschiedenis van het werkkapitaal

1 oktober 2021
De recente opsmuk van de balansen is in de statistieken af te lezen
Patronen die afwijken, vallen op. Zo is de recente opsmuk van de balansen goed in de statistieken af te lezen, zegt FD-columnist Tom Vantyghem.

Patronen die afwijken, vallen op. Zo is de recente opsmuk van de balansen goed in de statistieken af te lezen, zegt FD-columnist Tom Vantyghem.

Wie een maandelijkse statistiek van de openstaande klantenfacturen bijhoudt, kan daar veel uit leren. Je gebruikt hiervoor best ratio’s die ook de evolutie van het benodigde werkkapitaal tonen, zoals de twaalfmaand-DSO (days sales outstanding). De cyclische bewegingen binnen het jaar worden met deze meting goed zichtbaar. Als je dit maand na maand en jaar na jaar meet, zie je weerkerende bewegingen. Dat helpt om de toekomstige werkkapitaalbehoefte in te schatten. Bovenvermelde DSO bestaat uit twee delen: days given of de betaaltermijn, die enkel op lange termijn invloed heeft, en de overdue of days taken, die de laattijdige betalingen meet. Deze laatste geef je best afzonderlijk weer in de statistieken.

In de grafische voorstelling is het interessant om de jaren niet onder elkaar te plaatsten, maar naast elkaar. Een staafdiagram van de overdue over vele jaren leest als een weergave van de economische geschiedenis. Zo kan het een typisch fenomeen zijn dat de overdue in de eerste maanden van het jaar aantrekt en tegen mei op een hoogtepunt komt. In die periode staat het werkkapitaal dus onder druk. Tijdens de zomermaanden daalt de DSO wegens lagere verkoop, maar stijgt de overdue door de afwezigheid van administratieve medewerkers. In het najaar trekt de overdue soms nog wat aan, met een normalisering tegen het einde van het jaar. De klanten willen het jaar immers ‘proper’ afsluiten.

Patronen die afwijken, vallen op. Tijdens het laatste kwartaal van 2008 – het begin van de crisis – daalden de overdues plots niet meer. Er ontstond vrees voor grootschalige betaalmoeilijkheden tijdens het daaropvolgende jaar, maar dit gebeurde niet. Verkoopcijfers daalden en de voorraden werden eerst opgebruikt, waardoor het werkkapitaal minder werd aangesproken. Klanten konden hun leveranciers vlot betalen. Het jaar nadien was er een sterke en plotse economische heropleving. Die ging gepaard met de ondertussen opgetreden credit crunch (bij banken en kredietverzekeraars) zodat de enige beschikbare funding het leverancierskrediet was. Dat is goed zichtbaar in de statistieken.

Een ander recent fenomeen, de opsmuk van de balansen, is eveneens uit de statistieken af te leiden. Facturen worden per einde jaar niet meer vereffend. Toch willen klanten graag nog de laatste leveringen ontvangen. Door een grotere opname van (gratis?) leverancierskrediet verlagen bedrijven hun kortetermijnschuld bij de banken. Dat wordt al eens positief gewaardeerd in de markt. Het is dan ook zaak om hierop te anticiperen.

Het begrijpen van de geschiedenis helpt om de toekomst beter in te schatten. Tijdens de crisis van vorig jaar werden veel betaalproblemen verwacht. Tal van klanten stelden de ‘opportunistische’ vraag om late betalingen te gedogen. Wie hierop voorbereid was, wist dat die vraag in de meeste gevallen niet gefundeerd was. Ook dit keer viel de omzet in april en mei sterk terug. Bedrijven putten de voorraden uit. Het gevolg was dat ze veel minder werkkapitaal nodig hadden. Er was meestal voldoende cashflow om de leveranciers op tijd te betalen.

Ondertussen dient zich een prijsverhoging aan van de grondstoffen. Bedrijven vullen de voorraden snel aan. In veel ondernemingen swingt de omzet de pan uit. Dat doet de DSO sterk stijgen. Laat zich dat voelen in de days taken? Naar verluidt is dat dit keer niet het geval. Er is dan ook veel minder sprake van een credit crunch nu. Banken en verzekeraars hebben voorzichtiger gereageerd en de overheid gaf steun. Het ziet ernaar uit dat dit alles momenteel een belangrijke rol speelt in het werkkapitaalbeheer van de bedrijven.