Axel Haelterman Axel Haelterman, KU Leuven
Tekst
Peter Ooms
Beeld
@K-PTURE.COM

Wat is een eerlijke belasting?

1 December 2019
De goede wil rond het betalen van een eerlijke belasting neemt toe
Nationale parlementen laten het schrijven van de wetten steeds meer over aan internationale instellingen zoals de Oeso. Dat legt een hypotheek op de legitimiteit van de internationale belastingregels.

Bedenkingen bij de belastingregels van de Oeso

Advocatenkantoor Loyens & Loeff organiseerde een seminarie om de situatie te analyseren en na te denken over mogelijke oplossingen. Dat gebeurde in samenspraak met Transparency International, een internationale non-gouvernementele organisatie voor de bestrijding van corruptie. “Voor ons is het duidelijk dat er een democratisch deficit heerst over die internationale belastingregels. De verkozen overheden spelen hun rol niet”, zegt Guido De Clercq, executive director van Transparency International Belgium. Voor hem zijn het de tussenpersonen die de wetten opstellen. Bij vragen over terminologie en interpretatie moeten dan weer ambtenaren de oplossing brengen. Dat leidt tot een obscuur en ondoorzichtig proces met heel wat onduidelijkheden.

Commentaren als leidraad

Natalie Reypens, vennoot Loyens & Loeff Brussel, gespecialiseerd in vennootschapsbelasting en internationale fiscaliteit, ziet die onregelmatigheden ook. “Ik word dagelijks geconfronteerd met de specifieke invloed van de regels die de Oeso voorschrijft op het vlak van taxatie en transfer pricing. Ik merk bijvoorbeeld dat de fiscale administraties de recentste commentaren van de Oeso in de praktijk als leidraad aanzien. Dat betekent onder andere dat belastingadministraties de fiscale behandeling van transacties van een aantal jaren geleden beoordelen aan de hand van nieuwe interpretatieregels. Dit voelt vaak onrechtvaardig aan.” In haar dagelijkse praktijk is het wel iets dat belastingplichtigen moeten aanvaarden of waarop ze zich moeten voorbereiden. “Mijn cliënten hebben vaak geen zin in juridische procedures met de fiscus waarvan de uitkomst allesbehalve zeker is en die heel lang kunnen duren. Zij willen een snelle oplossing. Dat betekent dat er soms een compromis moet worden gezocht dat aanvaardbaar is voor beide kanten.”

Rol van de publieke opinie

Jean-Louis Van de Perre, lector belastingrecht aan de Solvay Business School, heeft veel ervaring als taksverantwoordelijke bij bedrijven als ABInbev en ExxonMobil. “Tax is everywhere. In de media komt het thema steeds meer aan bod, zeker ook onder druk van ngo’s. Dat maakt dat ook de raden van bestuur van grote organisaties zich nu beraden over de belastingstrategie. Uit een studie van Deloitte blijkt dat internationale organisaties belastingen intussen beschouwen als hun grootste risico, ook wegens de impact van de mogelijke reactie van consumenten.”

In de praktijk blijkt die publieke opinie niet altijd even streng. Starbucks kende in het VK een terugslag nadat het in de pers kwam. Anderzijds is er bij Ikea weinig negatieve impact nadat hun fiscaal beleid in de pers op de korrel was genomen. Voor b2b-bedrijven is de afstand naar die publieke opinie ook wat groter. Daar bestaat meer de neiging om te streven naar minder belastingen betalen. Het principe van eerlijke belasting of fair share heerst daar minder.

“Ik merk toch dat in het algemeen de goede wil rond het betalen van een eerlijke belasting toeneemt. De vraag blijft natuurlijk: wie bepaalt wat dat precies is? Er blijft inherente twijfel over de verschillende partijen die betrokken zijn bij de besluitvorming. Wat is de rol van de pers en de ngo’s? Wat is het statuut van de Oeso als betrouwbare tussenpartij? Ik stel mij ook de vraag over de positie van de auditors. Krijgen zij bijvoorbeeld voldoende informatie om hierover te kunnen oordelen?”, aldus Caroline Macfarland, stichter van Common Vision (Covi) en verantwoordelijk voor het Responsible Tax Lab.

Besluitvorming Oeso onvoldoende transparant

Bovenstaande vragen kwamen ook aan bod in de presentaties van andere advocaten en academici. Jasper Bossuyt, advocaat bij Linklaters en als lector verbonden aan de KU Leuven, schreef zijn doctoraatsverhandeling over de juridische waarde van de Oeso-documenten. “Vanuit juridisch standpunt kunnen de documenten van de Oeso niet gezien worden als bindend. In de praktijk zijn ze echter wel van zeer grote waarde.”

Professor Linda Brosens van de Universiteit Antwerpen onderzocht de manier waarop de afspraken binnen de Oeso tot stand komen. Ze keek in het bijzonder naar het ontstaan van de 15 BEPS-rapporten die regels bevatten in de strijd tegen Base Erosion and Profit Shifting, zeg maar internationale belastingontwijking. Ze stelt vast dat de parlementen in de meeste landen nauwelijks betrokken worden bij het tot stand komen van deze internationale regels. De parlementen nemen pas deel aan het debat als deze regels in de nationale wetgeving moeten worden omgezet. Op dat moment zijn parlementen niet meer geneigd om af te wijken van wat is overeengekomen op internationaal niveau. Ook de complexiteit ervan en het gebrek aan expertise spelen een rol. Dat alleen al is voer voor discussie en doet vragen rijzen over de democratische legitimiteit van de Oeso.

De discussie wordt verder gevoed doordat enkel de Oeso-landen de spelregels hebben bepaald. Deze landen hebben beslist wat belastingontwijking veroorzaakt en hoe dit moet worden opgelost. Zeker ontwikkelingslanden komen er daardoor bekaaid vanaf. Zo is bijvoorbeeld het arm’s length-principe (waardoor bedrijven binnen dezelfde groep elkaar prijzen moeten aanrekenen die commercieel gangbaar zijn) amper toepasbaar in armere landen, maar de rijkere Oeso-landen wilden op dat moment geen alternatief overwegen.

Daarnaast stelt Linda Brosens vast dat de besluitvormingsprocedures onvoldoende transparant zijn en onvoldoende waarborgen bieden voor een gelijk speelveld tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden. Hierdoor wordt met de opmerkingen van sommige landen meer rekening gehouden dan met andere. Dit alles legt het gebrek aan legitimiteit van de Oeso bloot en leidt ertoe dat de uitkomst van de BEPS-rapporten in vraag wordt gesteld. De vraag rijst dan ook of de Oeso in de toekomst wel stand kan houden als forum waar internationale fiscale regels worden uitgewerkt.

Beginnen met een goede definitie

Het Instituut Fiscaal Recht van de KU Leuven onderzoekt of het mogelijk is om een sluitende definitie te formuleren van de term eerlijke belasting of fair share. Professor Axel Haelterman werkt daarvoor samen met doctoraatsstudent Ward Willems. In een ethische discussie gaat het over de verwachting dat een bedrijf in elke jurisdictie de belastingen betaalt die ‘van nature billijk’ zijn of ‘naturally due’. De terminologie ligt nog niet vast, maar hij geeft wel al een aanzet over de mogelijkheden om regels te ontwikkelen die het gewenste resultaat opleveren en tegelijk precies genoeg gedefinieerd zodat ze in de rechtbank bruikbaar zijn.

Axel Haelterman komt ook terug op de specifieke rol van de Oeso. Die maakt vaak gebruik van zeer brede containerbegrippen zoals ‘kunstmatige constructie’, ‘arm’s length’, ‘uiteindelijke begunstigde’, of ‘vaste inrichting’. Er zit veel beweging in de invulling van die begrippen. De regels van de Oeso, inclusief die containerbegrippen, hebben intussen bijna het statuut van echte wetten in de dagelijkse juridische praktijk. De vage termen vragen dus om een strakkere definitie. Vraag is wie daarvoor moet zorgen als de wetgever het niet doet. “We zien een impliciete delegatie van de macht naar de fiscale autoriteit én naar externe partijen zoals de Oeso.”

DAC6: Meldingsplicht voor grensoverschrijdende constructies

Ook in België moet een bedrijf zijn eigen transacties monitoren. De grondslag hiervoor is de Europese verplichting voor bedrijven om elke grensoverschrijdende transactie waaraan een mogelijk belastingvoordeel vasthangt, te rapporteren aan de fiscus van het betrokken EU-land. De meldingsplicht gaat in op 1 juli 2020. Die informatie zal gedeeld worden met alle andere EU-lidstaten via het nieuwe gemeenschappelijke communicatienetwerk (CCN). Opvallend: niet alleen de bedrijven zelf hebben die verplichting, maar ook de betrokken dienstverleners zoals belastingadviseurs.

Vlnr: Caroline Macfarland (Covi), Guido De Clercq (Transparency International), Natalie Reypens (Loyens & Loeff), Jean-Louis Van de Perre (Solvay Business School), Linda Brosens (Universiteit Antwerpen), Jasper Bossuyt (Linklaters) Vlnr: Caroline Macfarland (Covi), Guido De Clercq (Transparency International), Natalie Reypens (Loyens & Loeff), Jean-Louis Van de Perre (Solvay Business School), Linda Brosens (Universiteit Antwerpen), Jasper Bossuyt (Linklaters)