China bouwt het lichaam, AI levert het brein

Foto
Dado Van Peteghem, International Keynote Speaker & Author
Na generatieve en agentic AI staat volgens Dado Van Peteghem de volgende technologische golf klaar: fysieke AI. En deze keer ligt China voorop. Tijdens een robotica-tour wil hij van dichtbij bekijken hoe snel het land humanoids ontwikkelt en wat dat betekent voor Europa. Want robots worden goedkoper, slimmer en komen steeds dichter bij onze werkvloer en huiskamer. De grote vraag is dan ook niet langer óf ze onze manier van werken zullen veranderen, maar hoe ingrijpend. “Werk draait niet alleen om geld. Het geeft ons ook zingeving, structuur en sociale contacten.”
Je trekt naar China om er de roboticasector te bekijken. Waarom precies China?
“Fysieke AI, of embodied AI, wordt de volgende grote golf van artificiële intelligentie. We hebben generatieve AI gehad, daarna agentic AI. Nu komt AI letterlijk uit het scherm en krijgt ze een lichaam. En daarin loopt China voorop.
Dat heeft veel met het ecosysteem te maken. China telt intussen meer dan 150 roboticabedrijven. Vooral rond Shenzhen zit de volledige supplychain op een heel kleine oppervlakte. Wie een specifiek onderdeel nodig heeft om een robot te bouwen, vindt dat bij wijze van spreken om de hoek. Chinese bedrijven kunnen daardoor razendsnel prototypes bouwen, testen en aanpassen. Amerikaanse bedrijven moeten voor bepaalde componenten weken of zelfs maanden wachten.
Voor het eerst zie je daardoor een technologiedomein waarin China echt voorloopt op de Verenigde Staten. Op het vlak van AI-modellen zijn de Chinezen met spelers als DeepSeek sterk opgekomen, maar de Amerikanen hebben nog altijd een voorsprong. Bij fysieke AI ligt dat anders. Bedrijven als Unitree, UBTECH en Galbot tonen dat China daar vandaag in de lead zit.”
Is die korte supplychain hun belangrijkste voordeel?
“Het is een van de drie grote voordelen. Naast die supplychain hebben ze ook de ‘brain’ voor de ‘body’. China beschikt over zeer sterke open-weight-AI-modellen waarmee die robots kunnen worden aangestuurd.
Daarnaast is er de overheid. Robotica wordt expliciet opgenomen in Chinese staatsprogramma’s en langetermijnvisies. Zodra China beslist dat een technologie strategisch belangrijk is, wordt daar een gigantische hoeveelheid middelen en energie rond gemobiliseerd.
En er is nog een vierde factor: noodzaak. China heeft meer dan een miljard inwoners, maar tegelijk enorme ambities op het vlak van productie, infrastructuur en dienstverlening. Zelfs met die bevolking zijn er niet voldoende handen om alles te realiseren. Robotica is voor China dus niet alleen een technologische opportuniteit, maar ook een economische noodzaak.”
Europa kiest ondertussen vooral voor regulering. Dreigen we onszelf daarmee uit de markt te prijzen?
“Er beweegt gelukkig ook in Europa veel. We hebben roboticabedrijven die grote kapitaalrondes ophalen en er ontstaan interessante spelers. Maar de schaal is niet te vergelijken met wat vandaag in China gebeurt.
Europa heeft wel een andere troef: vertrouwen. Zodra je een humanoid robot in huis haalt, haal je ook een machine binnen die voortdurend kijkt. Die robot heeft camera’s en computer vision nodig om zijn omgeving te begrijpen. Je wordt dus in zekere zin permanent gefilmd.
Dan worden privacy en datasoevereiniteit plots heel concreet. Waar worden die beelden verwerkt? Waar worden de data opgeslagen? Wie heeft er toegang toe? Europa kan zijn strengere omgang met data net als concurrentieel voordeel gebruiken.
De uitdaging wordt om beide werelden te combineren: leren van de snelheid en technologische voorsprong van China, maar dat koppelen aan onze normen rond privacy en data. Alleen moeten we snel zijn. Bij elke technologische golf is het belangrijk om vanaf het begin mee te zijn.”
Hoe dichtbij zijn robots die ook voor gewone consumenten bereikbaar zijn?
“Dichterbij dan veel mensen denken. Ik zie een aantal signalen dat het ‘ChatGPT-moment’ voor robots eraan komt.
Het eerste is beschikbaarheid. Je kunt vandaag robotdogs en zelfs humanoids online bestellen. Een robotdog kost ongeveer 3.000 tot 5.000 dollar. Voor de goedkoopste humanoids spreek je over 17.000 tot 20.000 dollar. Dat is nog veel geld, maar ongeveer de helft van een auto. Bovendien dalen die prijzen snel.
Het tweede signaal is geopolitiek. Landen beginnen robots te gebruiken om hun technologische macht te tonen. China zet zijn robots nadrukkelijk in de etalage tegenover buitenlandse leiders. De Verenigde Staten doen hetzelfde met hun eigen roboticabedrijven. Robots worden een symbool van technologische macht.
En ten derde begint de productie op te schalen. Bedrijven die vroeger één prototype hadden, bouwen nu dagelijks robots. Tegelijk zie je een enorme stijging van de investeringen in fysieke AI.
Jensen Huang van Nvidia zei begin dit jaar al dat het ChatGPT-moment voor robotica er is. Ik vind dat iets te vroeg. Hij heeft er natuurlijk ook belang bij dat die markt zo snel mogelijk groeit. Maar we komen wel in de buurt.”
Wat vind je gevaarlijker: een superintelligente AI achter een scherm of een minder intelligente AI in het lichaam van een robot?
“De superintelligente AI. Een domme robot kan uiteindelijk maar een beperkt aantal dingen doen. Intelligentie geeft veel meer macht dan fysieke kracht.
We zien vandaag al hoe AI-agenten soms oplossingen bedenken die niemand expliciet heeft gevraagd en die wij als mens onaanvaardbaar zouden vinden. Niet omdat die AI kwaad wil doen, maar omdat ze haar opdracht zo efficiënt mogelijk probeert uit te voeren.
Een Australiër vroeg bijvoorbeeld aan zijn AI-agent om een plaats voor hem te reserveren in een fitnessles. De les zat vol. Je zou verwachten dat de agent dan antwoordt dat reserveren niet meer mogelijk is. Maar de AI vond een loophole in het boekingssysteem. Hij gooide iemand anders uit de les en reserveerde de vrijgekomen plaats voor zijn gebruiker.
Dat is precies het interessante én verontrustende. Niemand had de AI gezegd: ‘Gooi iemand anders eruit.’ De opdracht was gewoon: zorg dat ik een plaats heb. Het systeem vond zelfstandig een manier om dat doel te bereiken.
Daarom maak ik mij meer zorgen over superintelligentie dan over een sterke robot met een relatief dom brein. Een hyperintelligent systeem kan op veel grotere schaal onverwachte wegen vinden om zijn doel te bereiken.”
Ook binnen bedrijven als OpenAI en Anthropic waarschuwen mensen voor die snelheid. Is de bezorgdheid rond AI terecht?
“Eric Schmidt, de voormalige CEO van Google, zei tijdens TED dat ‘the AI revolution is underhyped’. Daar ben ik het mee eens.
Dat betekent niet dat alles rond AI ondergewaardeerd is. Financieel kan er absoluut sprake zijn van overhyping. De waarderingen en investeringen kunnen nog tot een correctie leiden. Maar de technologie zelf? Die wordt volgens mij nog onderschat.
Ik heb persoonlijk nog nooit zoveel aha-momenten meegemaakt als de voorbije jaren. Die systemen worden bijna wekelijks beter. Dingen waarvan we zes maanden geleden dachten dat ze nog jaren zouden duren, zijn vandaag mogelijk.
Tegelijk begrijp ik de bezorgdheid. Het probleem is dat we nauwelijks tijd krijgen om de consequenties te onderzoeken. Academici publiceren onderzoek over een bepaald AI-model, maar tegen de tijd dat hun paper verschijnt, zijn we alweer verschillende generaties verder.”
Moeten we dan op de pauzeknop duwen?
“Als de hele wereld tegelijk op pauze zou kunnen drukken, zou ik daar zeker voorstander van zijn. Niet omdat ik pessimistisch ben over AI, maar omdat we tijd zouden kunnen gebruiken om na te denken over de sociale, economische, filosofische en educatieve gevolgen.
Alleen is die wereldwijde pauze een illusie. The genie is out of the bottle. Als Europa en de Verenigde Staten vertragen, betekent dat niet dat China hetzelfde zal doen. AI is ondertussen een geopolitieke wedloop geworden.
We hebben bij sociale media gezien hoe laat we soms de maatschappelijke gevolgen van technologie begrijpen. Pas achteraf zagen we bijvoorbeeld wat geïdealiseerde beelden op sociale media met het zelfbeeld van jongeren deden. En sociale media ontwikkelden zich relatief traag in vergelijking met AI.
We weten vandaag simpelweg niet wat alle negatieve gevolgen zullen zijn. Maar hetzelfde geldt voor de positieve. AI zal waarschijnlijk problemen oplossen en ontdekkingen mogelijk maken die we ons vandaag niet eens kunnen voorstellen. Het probleem is dat we nauwelijks tijd krijgen om beide kanten te begrijpen.”
Hoe kijk jij naar de toekomst van werk? Gaan er massaal jobs verdwijnen?
“Ik zie vijf mogelijke scenario’s.
Het eerste is more jobs than ever. AI maakt ons zoveel productiever dat we uiteindelijk meer werk creëren. Neem software: we kunnen straks gigantisch veel meer software bouwen. AI kan de code schrijven, maar iemand moet bepalen wat er gebouwd wordt en het geheel overzien.
Het tweede scenario is different jobs. De meeste beroepen blijven bestaan, maar hun inhoud verandert fundamenteel. Taken worden herschikt tussen mens en machine.
Het derde is een K-vormige arbeidsmarkt. Een beperkte groep jobs wordt veel waardevoller, terwijl een groot deel van de andere functies sterk aan belang verliest omdat AI die taken kan uitvoeren.
Het vierde scenario is lagging jobs. Er komen nieuwe beroepen, maar ze ontstaan niet snel genoeg om de jobs die verdwijnen meteen te vervangen. Dan krijg je tijdelijk een periode met veel hogere werkloosheid.
En het vijfde scenario is het radicale standpunt van Geoffrey Hinton: no jobs. AI en robots worden uiteindelijk zo capabel dat vrijwel alle menselijke arbeid kan worden geautomatiseerd.
Niemand weet vandaag welk ervan werkelijkheid wordt. Daarom moeten we ons op alle vijf voorbereiden.”
Je bent zelf optimistisch over onze arbeidsmarkt. Waarom?
“Omdat ik geloof in de creativiteit van nieuwe generaties. Elke generatie vindt nieuwe manieren om waarde te creëren.
Mijn generatie groeide op met de Gameboy en het internet. Onze ouders vroegen zich af wat we daar in godsnaam mee moesten. Later begrepen mensen niet waarom iemand influencer of content creator zou willen worden. Vandaag zijn dat echte economische activiteiten. Het internet heeft beroepen gecreëerd die daarvoor niet bestonden.
Dat zal opnieuw gebeuren. Alleen maak ik me over één ding wel zorgen: werk is veel meer dan geld.”
In welke zin?
“Stel dat AI uiteindelijk zoveel jobs overneemt dat we een vorm van universal basic income nodig hebben. Financieel kun je daar oplossingen voor bedenken. Belast de enorme productiviteitswinsten van AI en herverdeel een deel ervan.
Maar werk geeft mensen niet alleen een inkomen. Het geeft ook structuur aan hun dag, een sociaal netwerk en zingeving.
Stel dat we straks nog maar twee dagen per week hoeven te werken en toch voor vijf dagen betaald worden. Dan is het financiële probleem misschien opgelost. Maar wat doen mensen die andere drie dagen? Waar halen ze hun identiteit en sociale contacten vandaan? Het ingrediënt ‘money’ kun je misschien oplossen. De ingrediënten ‘purpose’ en ‘belonging’ niet automatisch.”
Tegelijk verwacht je dat net heel menselijke jobs belangrijker worden.
“Absoluut. Iedereen denkt vandaag: mijn zoon of dochter moet AI of data-analyse studeren. Maar ik denk dat er tegelijkertijd een enorme markt ontstaat voor wat ik soul jobs noem.
Hoe meer van ons leven digitaal en geautomatiseerd wordt, hoe waardevoller echte menselijke verbinding wordt. Hospitality, sport, festivals, entertainment, mensen samenbrengen, ervaringen creëren: daar zit volgens mij een enorme opportuniteit.
Kijk waar vandaag geld naartoe stroomt. Investeerders steken miljarden in datacenters, GPU’s en AI-modellen, maar tegelijk wordt gigantisch geïnvesteerd in sport en live experiences. Het succes van iets als Tomorrowland past perfect in die beweging. Mensen willen samen iets beleven. Dat kan een AI-model niet vervangen.”
Wat betekent dat voor iemand die vandaag zijn carrière uitstippelt?
“Je moet jezelf afvragen waar je waarde zit. Zit je in een scaling job, waarbij AI en technologie je toelaten om op enorme schaal impact te creëren? Zit je in een soul job, waarin menselijke verbinding en ervaring centraal staan? Of kun je die twee combineren?
De gevaarlijkste positie is volgens mij het midden. Als je niet goed genoeg bent in het werken met AI en robots om schaal te creëren, maar ook niet sterk genoeg bent in het menselijke en verbindende aspect, dan wordt het moeilijk.
Dat is misschien wel de belangrijkste carrièrevraag van de komende jaren: ben ik aan het schalen, ben ik aan het verbinden, of kan ik beide?”
6K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste Finance-community van België.






