De vrouwelijke ondernemersparadox

De bewustwording rond ‘vrouwen in het bedrijfsleven’ wint aan momentum. Eén op drie, of precies 36%, van de ondernemers is een vrouw. Toegegeven, dat is minder dan het aandeel van de vrouwen in de maatschappij (52%), maar dat is toch al behoorlijk. Als we echter kijken naar financiering, dan pas zijn de cijfers ronduit choquerend. We kunnen ons dan ook afvragen of de door mannen gedomineerde wereld van durfkapitaal en business angels de boot niet mist.
De harde cijfers
Durfkapitaal durft blijkbaar niet investeren in bedrijven geleid door vrouwen. Van alle durfkapitaal gaat slechts 2,3% naar ondernemingen opgericht door vrouwen. Wie houdt van absolute cijfers, wereldwijd gaat slechts zes miljard dollar naar door vrouwen opgerichte bedrijven tegenover 240 miljard of veertig keer meer naar door mannen opgerichte bedrijven (data PitchBook, 2025). Wat in schril contrast staat met de eerder genoemde 36% van de bedrijven die door een vrouw geleid worden.
Deze cijfers zouden de kritische lezer ertoe kunnen aanzetten voorbarige conclusies te trekken in de stijl van door vrouwen geleide bedrijven zijn minder rendabel, of nog: investeerders onderschatten het potentieel van bedrijven geleid door vrouwen. De conclusies die we uit de cijfers kunnen trekken zijn echter complexer. We kunnen, klassiek, drie problemen onderscheiden: aan de vraagzijde, de aanbodzijde en op marktniveau.
De vraagzijde
Vrouwen zijn vooral actief in de ‘zachtere’ sectoren. Enquêtes wijzen uit dat door vrouwen geleide start-ups geconcentreerd zijn in sectoren met lagere omzetcijfers. Door vrouwen opgerichte bedrijven bestaan in bijna elke branche, maar zijn vooral te vinden in consumentengoederen en -diensten, de gezondheidszorg en software. Zo werd bijvoorbeeld op basis van gegevens voor Spanje en Portugal uit de portefeuille van een van de grootste durfkapitaalverstrekkers met vijfhonderd start-ups geschat dat 35% van alle door vrouwen geleide bedrijven actief is in de gezondheidszorg, een sector met doorgaans een lagere omzet. Daarentegen is slechts 12% van alle door vrouwen opgerichte bedrijven actief in fintech of insurtech; twee sectoren met de hoogste omzetcijfers. Het zijn vooral die laatste die behoefte hebben aan durfkapitaal. Dus de vraag naar durfkapitaal is door de sectorvoorkeur van vrouwen lager dan bij mannen. 75% van de pitchdecks die de durfkapitaalindustrie ontvangt zijn afkomstig van bedrijven zonder vrouwen in het oprichtingsteam.
Bovendien blijkt uit studies dat vrouwen hun businessplannen minder ‘opblazen’. Voor eenzelfde bedrijf gaan vrouwen bijgevolg minder fondsen wensen op te halen dan mannen. Bootstrapping - zo veel mogelijk zelf financieren - is meer in bij vrouwen dan bij mannen. Vrouwen die pitchen voor durfkapitaal in een vroege fase ontvangen dan ook aanzienlijk minder financiering dan mannen, gemiddeld een miljoen dollar minder dan hun mannelijke tegenhangers. Investeerders beschouwen de prognoses en de kapitaalbehoeften van door vrouwen geleide start-ups als ‘conservatiever’. Deze onderschatting leidt tot de verkeerde perceptie dat ze minder ambitieus zijn. De gemiddelde investering in bedrijven die door vrouwen zijn opgericht of mede-opgericht, bedroeg $935.000, wat minder dan de helft is van de gemiddelde $2,1 miljoen die wordt geïnvesteerd in bedrijven die door mannelijke ondernemers zijn opgericht.
De aanbodzijde
Aan de aanbodzijde speelt, naast de genoemde aantrekkelijkheid van sectoren waarin vrouwen het meest actief zijn, de investeerder een belangrijke rol bij het verkrijgen van financiering. Potentiële vooringenomenheid bij de selectie, zoals ‘affiniteit met of bekendheid’ met het product, de dienst of de sector, of ‘warme aanbevelingen’, spelen hierbij een rol.
En de wereld van durfkapitaal blijft een mannenbastion. 95% van de business angels zijn mannen en 84% van de durfkapitaalfondsen worden beheerd door uitsluitend mannelijke teams. Op zich niet zo erg maar wel problematisch gezien mannelijke investeerders meer geneigd zijn te investeren in door mannen geleide bedrijven. In de financiële literatuur noemen we dat het homofilie-probleem. Homofilie verwijst naar het feit dat mannelijke investeerders verkiezen om te investeren in door mannen geleide bedrijven. Uit Europese enquêtes blijkt dat slechts 23% van de mannelijke investeerders zou overwegen om in door vrouwen geleide ondernemingen te investeren.
De markt
Dat brengt ons op ‘de markt’. Warme pitchdecks, dit wil zeggen aanbevolen door een relatie of een andere investeerder, vertegenwoordigen 39% van de ontvangen pitchdecks, maar leiden tot 82% van de positieve financieringsbeslissingen. Deze warme pitchdecks verlopen meestal via het ‘old boys network’. Koude pitchdecks waarbij projecten en businessplannen worden gemaild of gestuurd naar investeerders, belanden meestal in de vergeethoek zonder echte analyse. Investeerders worden immers overspoeld met investeringsvoorstellen.
[...]
De volledige column van Rudy Aernoudt lees je binnenkort in ons printmagazine van maart. Voor meer informatie over onze memberships kan je terecht bij Shauni via memberships@hrmagazine.be
Column Rudy Aernoudt, Professor aan de Universiteit Gent, Departement Accounting, Corporate Finance & Taxation
5K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste Finance-community van België.






