Europa’s industriële renaissance: mythe of realiteit?

Foto
Rudy Aernoudt, Professor aan de Universiteit Gent, Departement Accounting, Corporate Finance & Taxation
Na jaren van twijfel, groene lobby en defensieve debatten tekent zich een kentering af. Industrie is niet langer een taboewoord, een “probleem voor de groene transitie”, maar opnieuw de expliciete kern van het Europese project - zij het met andere strategische sectoren dan in de tijd van kolen en staal. Vandaag gaat het om defensie, cleantech, ruimtevaart en natuurlijk AI. Maar heeft de Europese industrie nog toekomst?
De diagnose is al een tijd bekend: structureel hogere energiekosten dan in de VS, Chinese druk op prijzen en normen, een gefragmenteerde interne markt, trage besluitvorming en kapitaal dat elders hogere rendementen realiseert. De huidige turbulente tijden, met spanningen in het Midden-Oosten, wakkeren die fenomenen alleen maar verder aan. De analyses van Letta over de interne markt en van Draghi over competitiviteit hebben dit in scherpe bewoordingen samengevat, maar het duurde lang voor deze analyses een politieke leidraad werden. Het besef groeide geleidelijk dat de Europese klimaatstrategie alleen politiek houdbaar is als zij ook nieuwe kwaliteitsvolle industriële jobs creëert. Europa wordt zich steeds meer bewust van het gevaar dat decarbonisatie uitmondt in de-industrialisatie. Een Europese economie waar de industrie slechts veertien procent van het Bruto Binnenlands Product uitmaakt is inderdaad niet duurzaam.
Het einde van de Green Deal?
De Antwerpse Industrietop en de Alden Biesen informele top markeren in dat licht een tweeluik met structurele impact. In Antwerpen vond de industrie haar stem, met de Antwerp Declaration die niet vroeg om nostalgie of simpele lastenverlaging, maar om een Europese Industrial Deal naast de Green Deal. De kern van die oproep: eenvoudigere en voorspelbaardere regels, betaalbare energie, investeringszekerheid en een échte interne markt voor ondernemingen die op continentale schaal willen groeien.
Opvallend was niet alleen de inhoud, maar ook de herkomst van het signaal. Niet langer enkel professoren zoals ondergetekende of denktanks, maar meer dan duizend bedrijven, sectorfederaties en vakbonden - van basischemie tot bouw, van materialen en engineering tot cleantech - schreeuwden in koor om een koerswijziging. De waarschuwing werd een politieke agenda, met een impliciete vraag aan staatshoofden en regeringsleiders: zijn jullie bereid even snel actie te ondernemen tegen de de-industrialisering als jullie in de bres sprongen voor het milieu?
De politieke reactie volgde ongewoon snel. De Clean Industrial Deal, gepresenteerd als industriële tweeling van de Green Deal, neemt negen van de tien kernvragen uit de Antwerp Declaration op. Daarmee geeft Europa toe wat lange tijd onuitgesproken bleef: zonder robuuste industriële basis blijven zowel de klimaatambitie als de geopolitieke ambitie hol. Diplomatiek wordt het niet met zo veel woorden gezegd, maar in feite komt dat neer op het einde van de Green Deal.
De brug van ondernemers naar politiek
De top van Alden Biesen heeft dan ook een belangrijke symbolische waarde. Voor het eerst stond een informele top van EU‑leiders expliciet in het teken van concurrentiekracht en industrieel toekomstperspectief. Onder het motto “One Europe, one market” erkenden de leiders dat een interne markt vol fiscale, reglementaire, administratieve en energiedrempels neerkomt op een impliciete tariefmuur van ruim veertig procent op intra-Europese handel, met andere woorden drie keer zo nefast als de tariefmuur die de Amerikanen Europa opleggen. In geopolitieke termen hindert de onvoltooide interne markt dus drie keer meer de handel dan de Amerikaanse exporttarieven.
Alden Biesen legde drie duidelijke politieke prioriteiten op tafel. Ten eerste: de interne markt eindelijk afmaken, met een concreet stappenplan dat de echte investerings- en mobiliteitsbarrières wegwerkt. Ten tweede: de energiekosten aanpakken als absolute randvoorwaarde om energie-intensieve industrie hier te houden én tegelijk te blijven decarboniseren. Ten derde: strategische sectoren zoals defensie, cleantech, ruimtevaart en AI beschermen en ontwikkelen, en kritieke afhankelijkheden van andere continenten verminderen.
Formele conclusies leverde de bijeenkomst niet op - het was immers een informele top - maar de richting is wel uitgezet: industriële competitiviteit verhuist van een probleemdossier naar de kern van de Europese agenda. De formele Europese Raad krijgt nu de opdracht die impuls te vertalen in een gedetailleerde routekaart (roadmap), met duidelijke mijlpalen en verantwoordelijkheden. Daarmee verschuift de Unie van louter corrigerende regulator naar strategische actor die prioriteiten kiest, middelen concentreert en expliciete industriële keuzes durft te maken. Als dit wordt gerealiseerd, is dat een kentering van formaat.
It’s the industry, stupid!
In dat nieuwe evenwicht is industrie niet langer een sector naast vele andere, maar de onmisbare basis om welvaart, sociale bescherming, defensie, infrastructuur, onderwijs en onderzoek te blijven financieren. De tegenstelling “industrie versus transitie”, of zo je wil, “ecologie versus economie”, maakt plaats voor een benadering waarin industriële slagkracht de motor wordt van een rechtvaardige en duurzame transitie. Een omkering der waarden, zou Nietzsche dat vermoedelijk noemen. Voor industriële regio’s en havens betekent dit zowel verantwoordelijkheid nemen als kansen zien.
Als Europa erin slaagt de geest van Antwerpen en Alden Biesen om te zetten in consistente, langlopende actie, kan het opnieuw uitgroeien tot wat het in de kern altijd is geweest: een industriële grootmacht die haar eigen lot vormgeeft in een turbulente wereld, in plaats van door anderen te worden meegesleurd. Het biedt nieuwe kansen voor bedrijven om te investeren en te groeien in Europa in plaats van te offshoren. Tijd voor de CFO om de total cost of operation in kaart te brengen bij iedere nieuwe investering of in het kader van een de risk strategie.
5K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste Finance-community van België.






