Schuld & boete

7 February 2019
Tekst
Rudy Aernoudt
Schuld & boete

Het begin van een nieuw jaar: dat betekent champagne, rijkelijk geschonken en gedronken op talloze recepties. Kurken knallen als uiting van succes en bewijs van onze rijke contreien. Op de jaarovergang bekampen landen en continenten elkaar voor de gouden medaille van het meest spetterende vuurwerk. Maar is daar wel reden toe? Leven we niet allen boven onze stand? Een choquerende vraag op een moment dat gele hesjes wekenlang hun ongenoegen hebben geuit over het gebrek aan koopkracht. De belasting op de diesel als symbool van een overheid die haar bevolking in het harnas jaagt. En ja, we betalen met zijn allen te veel belastingen. En toch zijn onze begrotingen – en ik weeg mijn woorden – catastrofaal. Laat ons even de medaille uitreiken voor de meest spetterende begrotingen.

Begrotingscriteria van Maastricht

Het verhaal is bekend. De Europese Monetaire Unie zou ervoor zorgen dat de burger Europa in de portefeuille voelde, letterlijk. Aangezien de munt een uitdrukking is van de gezondheid van de onderliggende economie (voor de economisten: de purchasing power theory) moesten deze op elkaar worden afgestemd. Een van de elementen waren de begrotingscriteria van Maastricht: maximaal zestig procent van het BBP als overheidsschuld en een begrotingstekort van maximaal drie procent.

België: overheidsschuld 103 procent van het BBP

Wat dat eerste betreft, is een land als België nog nooit in de buurt gekomen van zestig procent. De overheidsschuld schommelt al decennia rond honderd procent van het BBP. Momenteel bedraagt het cijfer 103 procent, gedecentraliseerde entiteiten en pensioenschulden niet meegerekend, want dan kom je aan vierhonderd procent: het niveau van Argentinië toen het virtueel failliet werd verklaard. Een van de verzachtende omstandigheden is dat de overheidsschulden voor de helft (het was vroeger meer) in handen zijn van … jawel de Belgen. Eigenaardig volkje dat klaagt over de hoogte van de belastingen en nadien de duur verdiende centen toevertrouwd aan … de overheid, die de intresten bovendien nog even zwaar (aan dertig procent) belast. Wat Vlaanderen betreft, werd tien jaar geleden gesteld dat we in 2020 (volgend jaar dus) een schuldenvrij Vlaanderen zouden hebben. Dat was in 2008. De Vlaamse schuld bedroeg toen acht miljard euro. Ondertussen zijn de Vlaamse schulden verdrievoudigd: 27 miljard in 2019 op een totale begroting van 42 miljard, en zijn we op weg naar een verviervoudiging, begroot op 35 miljard euro in 2022. Het schuldenvrij Vlaanderen zullen we wellicht niet meer meemaken.

Italië: 132 procent

België is het land met de hoogste belastingvoet, maar niet het land met de meeste schulden. Italië zit op 132 procent van het BBP, meer dan tweemaal de doelstelling van zestig procent. Voor de invoering van de monetaire unie vertaalde zich dat in een regelmatige devaluatie van de lire. Dat is nu niet meer mogelijk. Toch gaat de regering van Italië niet snoeien, integendeel: de pensioenleeftijd gaat omlaag, belastingen voor de ondernemingen zullen drastisch verminderen en de armsten hebben recht op een basisinkomen, met als gevolg een begrotingstekort dat zwaar oploopt: tot 2,4 procent, terwijl de afspraak met de EU 1,6 procent is. De Europese Commissie meent dat de plannen voor een hoog schuldniveau strijdig zijn met de Europese stabiliteitsregels en greep voor de eerste keer naar het instrument van de sancties: schuld(en) en boete.

Griekenland: 180 procent

De prijs voor het allergrootste begrotingstekort in Europa gaat nog steeds naar Griekenland. Het land torst een schuldgraad van 180 procent van het BBP, of driemaal de target. Ter illustratie van de grote verschillen tussen de Eurozone-landen: Griekenland heeft negenmaal meer schulden dan Luxemburg (23 procent van het BBP) en maar liefst twintigmaal meer schulden dan Estland (schuldgraad Estland: 9 procent van het BBP). De gemiddelde schuldratio van de Eurozone bedraagt 88 procent (cijfers 2018).

USA: elke seconde 45.000 dollar overheidsschuld erbij

Sinds twee jaar is president Trump in Amerika aan de macht. De beloofde belastingverlagingen maakte hij waar: de vennootschapsbelasting daalde van 35 procent naar 21 procent. Dat en bijkomende defensie-uitgaven leiden vanzelfsprekend tot een stijging van het begrotingstekort, met 17 procent op één jaar. In 2018 was het tekort 3,7 procent van het BBP. Wie van absolute cijfers houdt: een tekort van 870 miljard dollar of 675 miljard euro of tweemaal het BBP van België. De rente op Amerikaanse tienjaarsleningen verdubbelde op twee jaar tijd. De Amerikaanse overheidsschuld bedraagt 21 biljoen dollar, net iets meer dan het BBP of een derde van de totale wereldschuld van de overheden. Dat cijfer is echter al voorbijgestreefd terwijl u dit leest, want elke seconde – jawel seconde – komt daar 45.000 dollar bij.

Donald Trump

Japan: vijfmaal meer schulden dan Europa

De lezer die denkt dat hij het ergste heeft gehad, neem ik graag even mee naar het land van de rijzende zon. Net zeven jaar geleden kwam Shinzo Abe aan de macht om Japan uit het economische moeras te halen. Zijn ‘Abenomics’, naar analogie met de Reagonomics, wordt alom geprezen. Maar in feite komt het neer op het aloude monster van de deficit spending. Het BBP van Japan bedraagt ongeveer de helft van dat van Europa, maar Japan heeft vijfmaal meer schulden dan Europa. De overheidsschuld bedraagt er 250 procent van het BBP. Hoe houdt dat land stand, kan de kritische lezer opmerken. Wel, de centrale bank van Japan heeft vijftig triljoen overheidsobligaties in portefeuille; ongeveer evenveel als het BBP van Japan. Die overheidsobligaties maken overigens tachtig procent van de balans van de centrale bank uit. Maar belangrijker – en daar overtreffen de Japanners de Belgen – 94 procent van die obligaties zijn onderschreven door de … Japanners. De Japanse bazooka – de quantitative easing – bedraagt 75 miljard dollar per maand.

Staat de wereld in brand?

Het eindejaarsvuurwerk is ondertussen uitgedoofd. De opwarming van de aarde gaat verder. En ook de schuldenbom blijft tikken. De uitdaging voor 2019 zal zijn om de quantitative easing af te bouwen. Quantitative tapering wordt de nieuwe doelstelling. Dit betekent het juiste evenwicht zoeken om de geldcreatie ter financiering van de overheidsschulden geleidelijk af te remmen zonder dat dit tot een recessie leidt. Het wordt een moeilijke evenwichtsoefening, dansen op een slappe koord, vooral in een jaar met een nieuwe gouverneur van de Europese Centrale Bank en Europese, federale en regionale verkiezingen. En net zoals Raskolnikov, het hoofdpersonage in Dostojevski’s ‘Schuld en boete’, zich na veel aarzelen aangeeft voor dubbele moord, moeten wij nadenken of wij, zonder schroom, verder de rekening kunnen presenteren aan onze kinderen en kleinkinderen. Cheers!