Fit for finance in een notendop

1 oktober 2021
Tekst
Rudy Aernoudt
Fit for finance in een notendop

Iedereen heeft de mond vol van Fit for 55, verwijzend naar de doelstelling om de CO2-uitstoot van Europa tegen 2030 te verminderen met 55 procent ten opzichte van het referentiejaar 1990. Dit is een tussenstap naar een CO2-neutraal Europa tegen 2050. Veel van de noodzakelijke groene investeringen zullen moeten gebeuren door ondernemingen, maar de coronacrisis heeft de liquiditeit van menig bedrijf aangetast. Naast Fit for 55 moeten we er dus ook voor zorgen dat ondernemingen ‘Fit for finance’ zijn.

Bijkomende kredieten

Het Internationaal Monetair Fonds schat de liquiditeitstekorten op twee à drie procent van het bruto binnenlands product. Dit gemiddelde verbergt vanzelfsprekend dat bepaalde sectoren bijzonder zwaar in hun liquiditeit zijn aangetast, terwijl andere zelfs versterkt uit de crisis komen. Om de liquiditeitstekorten op te vangen, hebben veel bedrijven een beroep moeten doen op bijkomende kredieten, meestal op korte termijn en vaak met nationale of regionale overheidssteun. Een andere manier om de tekorten op te vangen, is de leveranciers gebruiken als bankier. Veel betalingstermijnen werden de facto verlengd. Graydon berekende dat in 2020 vijftien procent van de facturen negentig dagen na de vervaldag onbetaald waren. Onbetaalde facturen voor de klanten leiden tot mogelijke liquiditeitsproblemen bij de leverancier.

Van rescue naar recovery

De overgedragen verliezen leidden voor de betrokken bedrijven tot een aantasting van het eigen vermogen, met naar schatting een op zes bedrijven die een – weliswaar boekhoudkundig – negatief eigen vermogen noteren. Laat dat eigen vermogen nu precies de buffer zijn die banken nodig hebben om kredieten te verlenen. Die vicieuze cirkel zorgt ervoor dat, ondanks de liquide financiële markten, heel wat bedrijven het moeilijk krijgen om de nodige kredieten te verwerven, wat het herstel bemoeilijkt. Dat blijkt ook uit enquêtes (bijvoorbeeld Safe - survey on the access to finance of enterprises). We moeten nu de mentale switch maken van rescue naar recovery. Nieuwe overheidsinitiatieven zullen dan proberen op dat potentiële marktfalen een antwoord te bieden.

Dit zijn enkele van de Europese maatregelen:

· De recovery package voorziet in een bedrag van 750 miljard euro steun voor investeringen die groen of digitaal zijn of de weerbaarheid van de economie verhogen. Dit gigantische bedrag wordt gefinancierd door de emissie van – hoofdzakelijk groene – obligaties, vooral ter beschikking gesteld via subsidies en deels via leningen. Voor België is 5,9 miljard euro uitgetrokken, netjes verdeeld over de gewesten.

· InvestEU, met een budget van 26 miljard euro, is het financieringsprogramma van de Europese Unie dat garanties geeft aan banken die kredieten toestaan aan kmo’s en investeert in Europese risicokapitaalfondsen. Een bijkomend insolventie-instrument zorgt voor garanties aan banken die achtergestelde kredieten toekennen aan bedrijven ter wedersamenstelling van het bedrijfskapitaal. Deze programma’s werken via erkende financiële instellingen.

· De European Innovation Council (EIC) richt zich ter stimulering van de innovatie op innovatieve ondernemingen met een programma van honderd miljard euro. Dit wordt vertaald naar programma’s om onderzoek te ondersteunen (pathfinder-programma), en programma’s die zorgen voor validatie en acceleratie van technologieën die een Europese doorbraak kunnen betekenen. Het gaat dus niet om incrementele, eerder om disruptieve innovatie. De steun varieert van drie miljoen (pathfinder-fase) tot achttien miljoen euro (de acceleratiefase) per onderneming. Deze programma’s werken via oproepen tot projecten.

· Daarnaast staat een innovatiefonds van twintig miljard in de steigers, hoofdzakelijk gefinancierd door de emissierechten. Dit bedrag dient voor het financieren van de omschakeling naar lagekoolstoftechnologieën. De Europese Investeringsbank zet ook een leningsfaciliteit voor deze transitie op, gericht op de EU-10-landen.

· Om voor bedrijven de weg naar de beurs te vergemakkelijken, wordt een pré-IPO-fonds (initial public offering) opgericht om tijdens de maanden voor de beursintroductie de financiering te faciliteren. Complementair start de tweede fase van de kapitaalmarktunie. Het doel is onder andere de fragmentatie tegen te gaan, de noteringsregels te vergemakkelijken, de Europeanen meer financieel geletterd te maken of banken te verplichten in geval van weigering van kredieten de onderneming door te wijzen naar andere financiers.

· Ten slotte ligt een voorstel op tafel om financiering via eigen vermogen fiscaal aan te wakkeren. Het luistert naar de naam Debra (debt equity bias reduction allowance). Het gaat om een soort Europese notionele intrest, maar dan duurzaam en significant.

De tijdsinvestering waard

Al deze maatregelen moeten de financiële draagkracht van de bedrijven verhogen. Na het lezen van dit artikel zal menig cfo vermoedelijk meewarig het hoofd schudden of zelfs duizelig worden. Aan de andere kant van het spectrum volgen potentieel betrokken cfo’s vast nauwgezet op hoe dit alles concreet gestalte zal krijgen en wat een en ander voor hun onderneming betekent. Voor wie zich wil verdiepen in deze programma’s is er één troost: ze gelden voor de programmeringsperiode 2021 - 2027. Het is dus de tijdsinvestering waard. Wordt vervolgd.