Privacyverklaring

“Wanneer de rulingcommissie geen rechtszekerheid kan bieden, mist ze haar doel”

18 maart 2021
Tekst
Peter Ooms

Dat de regering de rulingcommissie aan banden wil leggen na de zoveelste aanvaring met de Bijzondere Belastinginspectie, valt niet in goede aarde bij de bedrijven. Zij stellen voor om in de eerste plaats de BBI een aangepaste rol te geven.

“Grote internationale bedrijven zien zich geconfronteerd met belangrijke veranderingen op het vlak van belastingen. Die volgen een aantal conceptuele policy lijnen zoals fair share, substance over form, toenemende transparantie, internationalisering van het wetgevend initiatief en de opkomst van een digitale taks. De meeste organisaties zijn het ook eens met deze grote principes en passen zich aan. Maar om deze overgang vlot te maken, zoeken ze wel naar rechtszekere oplossingen. Daarbij moeten ze ook nog rekening houden met de specifieke wetgeving in elk land waar ze actief zijn. Niet overal zullen de genoemde principes tegelijkertijd en consistent ingevoerd worden. Denk maar aan de digitale taks die Spanje of Frankrijk snel invoeren, zonder te wachten op een globale of Europese consensus. Om dan toch rechtszekerheid te krijgen over de manier waarop ze zich organiseren op fiscaal vlak, zijn afspraken met die overheden nodig. Rulings zijn daarbij essentieel. Meer nog: internationale rulings zoals bilateral advanced pricing agreements (BAPA) of multilaterale afspraken (MAP) zouden vanzelfsprekend moeten zijn”, zegt Wim Wuyts, ceo van WTS Global, een internationaal netwerk van advocatenkantoren gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden dat zich positioneert als globaal alternatief voor auditkantoren.

Wim Wuyts, ceo van WTS Global
Fiscale veranderingen maken rulings noodzakelijk

Geloofwaardigheid van België op het spel

Die vraag naar meer en betrouwbare rulings, kreeg onlangs een flinke opdoffer door het recentste conflict tussen de rulingcommissie en de BBI, het laatste in een rij van discussies. “De Belgische rulingcommissie behoort tot de wereldtop. In 2019 heeft ze 1100 overeenkomsten gemaakt met multinationals, kmo’s én zelfstandigen. Dat mag je niet allemaal van tafel vegen omwille van een discussie over een handvol dossiers met de BBI”, zegt Wim Wuyts. “Deze aanvaringen, hoe beperkt ook, zetten de geloofwaardigheid van België als stabiel en rechtszeker land op de helling.”

Sluimerend wantrouwen

Zo voelt ook Geert Vuylsteke dat aan. Hij is vertegenwoordiger van het In House Tax Forum. Dat is een informeel netwerk van tax managers uit 110 internationaal actieve bedrijven met een vestiging in België. Het gaat om Belgische bedrijven, maar ook om vestigingen van buitenlandse groepen. “Bepaalde ingrepen van de BBI hebben het sluimerende wantrouwen van de bedrijven ten opzichte van de Belgische fiscus sterk aangewakkerd. We kunnen begrijpen dat de BBI ingrijpt wanneer een bedrijf flagrant afwijkt van de voorwaarden die in de ruling staan. Maar dat de BBI de interpretatie van de wet door de rulingcommissie zelf in vraag stelt, is een brug te ver en wijkt ver af van haar kernopdracht. Internationale bedrijven willen net een ruling om een afspraak te maken over de interpretatie van complexe of onduidelijke wetten. Zo hopen ze te genieten van rechtszekerheid. Op basis van een akkoord met de rulingcommissie keurt een multinational soms grote investeringen goed. Als enkele jaren later die beslissing van tafel wordt geveegd, dan is die rechtszekerheid meteen weg. Zoiets krijg je ook niet uitgelegd aan de ceo die de investering heeft goedgekeurd. De leden van het forum waren tevreden over de werking van de rulingcommissie, maar wanneer die ons geen rechtszekerheid kan bieden, dan mist ze haar doel”, zegt Geert Vuylsteke.

38 procent fraudeurs?

Het Forum stelt zich ernstige vragen bij de manier waarop de BBI zijn missie invult. De BBI heeft de opdracht om belastingfraude te bestrijden. Het is algemeen bekend dat de BBI die opdracht zeer ruim interpreteert en regelmatig controles uitvoert op bedrijven waarvan de boeken al door andere diensten van de FOD zijn onderzocht en goedgekeurd. “Sommige van onze leden hebben kort na elkaar bezoek gekregen van de gewone controle, de cel verrekenprijzen én de BBI. Vaak wisten die diensten niet van elkaar dat ze die controles uitvoerden. We hebben onlangs een poll gehouden onder onze leden en daaruit blijkt dat 38% van hen al door de BBI werd gecontroleerd. Volgens de missie van de BBI wil dit dan zeggen dat die bedrijven verdacht worden van fraude. Het is gewoon niet correct om aan te nemen dat 38% van de bedrijven fraudeurs zijn. Op die manier fraude opsporen, lijkt mij ook geen efficiënt gebruik van de middelen,” zegt Geert Vuylsteke.

Wim Wuyts wijst erop dat de BBI uiteraard wel ruime bevoegdheden moeten krijgen om frauduleuze praktijken aan te pakken. “Maar ik denk niet dat het dan moet focussen op beslissingen van andere afdelingen uit de eigen organisatie. Ik denk daarbij ook aan de cel verrekenprijzen (transfer pricing). Ook die maakt akkoorden met de bedrijven na lange controles. Je kan inderdaad blijven discussiëren over feitelijke kwesties, maar ook daar is het niet nodig om met brute kracht in te breken in gemaakte afspraken. Grote bedrijven zijn net zeer transparant door rulings aan te vragen en jaarlijks documenten aan te leveren in het kader van de transfer pricing-regels. Het gaat niet op om die als misdadigers of fraudeurs te behandelen,” zegt Wim Wuyts.

Transparantie en samenwerking

Deze grote bedrijven kennen inderdaad een verregaande verplichting om bedrijfsgegevens te communiceren naar de fiscus. In het kader van de transfer pricing regels maken ze al een masterfile, een countryfile en een landenrapport met informatie over de verdeling van de inkomsten en belastingen tussen de vestigingen van de groep. “De fiscus weet nu al alles van een dergelijke organisatie. Ik kan moeilijk begrijpen dat de BBI die bedrijven van grove fraude verdenkt”, zegt Geert Vuylsteke.

Die verplichting van steeds meer transparantie past ook in een streven naar een nieuw fiscaal toezicht dat is gebaseerd op samenwerking en overleg tussen de bedrijven en de controlerende instanties. Dat kan alleen gebeuren in een sfeer van vertrouwen. De bedrijven stellen echter vast de BBI hen benadert met het grootste wantrouwen. “De verankering van de rechtszekerheid van de rulings is een noodzakelijke voorwaarde voor het herstel van het vertrouwen van de bedrijven in de fiscus. Dat vertrouwen zal ook nodig zijn om het Cooperative Tax Compliance Program van de FOD Financiën enig perspectief op succes te bieden,” zegt Geert Vuylsteke.

Wim Wuyts en Geert Vuylsteke pleiten uiteindelijk voor het behoud en de versterking van de rulingcommissie en een nieuwe rol voor de BBI. “Waarom zou de BBI niet omgevormd worden tot een soort elitecorps dat zich richt op de grote financiële misdaden en fraudegevallen?”, vraagt Wuyts zich af.

Ook Geert Vuylsteke denkt in die richting. “Ik zie hen meer als een onderdeel van de gerechtelijke politie om financiële misdaden en fraude te onderzoeken. Daar heerst trouwens nu een tekort aan goed opgeleide rechercheurs met kennis van finance en fiscale zaken. Die leemte zouden de mensen van de BBI meteen opvullen.”

Impact op investeringen

Beiden pleiten ze ervoor om rekening te houden met de waarde van het Belgische rulingsysteem voor buitenlandse bedrijven die willen investeren in ons land. De twijfel over de rechtszekerheid van de afspraken met de rulingcommissie kan dat op de helling zetten. Wim Wuyts: “België kan het zich niet veroorloven dat op de buitenlandse hoofdkantoren doordringt dat de BBI - het equivalent van de Italiaanse Guardia di Finanza (gemilitariseerde eenheid die financiële misdaad opspoort, nvdr) - bijna de helft van alle internationale bedrijven controleert én ook nog eens de vloer aanveegt met afgeleverde rulings. ”

“Daarnaast kan de FOD Financiën de verplichtingen vanuit de EU en de OESO invoeren op een minder naïeve manier. Vaak is België nu de braafste leerling van de klas zodat ons land stilaan bekend staat om zijn streng fiscaal regime. Op die manier lopen we internationale investeringen mis, terwijl buurlanden waaronder Nederland vaak slimmer te werk gaan. Daar bestaat bijvoorbeeld nog altijd een soort van excess profit ruling. België heeft dat stopgezet nadat het daarvoor op de vingers is getikt door de Europese Commissie. We kunnen op fiscaal vlak nog veel leren van onze noorderburen”, zegt Geert Vuylsteke.