Aanvangsvermogen volstorten anders dreigt dubbele dividendbelasting

24 februari 2022
Aanvangsvermogen volstorten anders dreigt dubbele dividendbelasting

Elke BVBA controleert maar beter voor eind 2022 of het volledige aanvangsvermogen van 18.550 euro ooit volstort werd. Dat heeft namelijk een groot effect op de dividendbelasting.

Als dat niet is gebeurd, dreigt de ontvanger van dividenden uit de BVBA niet 15 procent, maar 30 procent aan belastingen te moeten afstaan.

Dat meldt Wolters Kluwer in de aanloop naar het Taxville Online event. “Op vlak van administratieve vereenvoudiging is dit heel bizar. Want eenmaal het bedrag volstort is, mag de ‘oude’ BVBA, net als de nieuwe vennootschapsvorm ‘BV’, zijn inbreng verlagen naar 100 of zelfs 1 euro”, zegt Yves Verdingh, Head of Tax bij BNP Paribas Fortis.

Controle nodig

Eigenaars van een BVBA plannen de komende weken maar best even een afspraak met hun accountant. Zo kunnen ze nagaan of ze in de loop der jaren hun volledige aanvangsvermogen van 18.550 euro hebben volstort. Midden januari verscheen namelijk de nieuwe wet in het Staatsblad met daarbij ook de dividendbelasting . Daarin staat een strengere richtlijn rond de zogeheten ‘VVPR Bis’ over de verlaagde voorheffing op dividenden.

‘Sinds de nieuwe vennootschapswet van 1 mei 2019 is de BVBA vervangen door de BV. Een belangrijk verschilpunt is dat een BVBA 18.550 euro volledig aanvangsvermogen nodig had”, legt Yves Verdingh uit. “Bij de startdatum moest daarvan 6.200 euro beschikbaar zijn. De resterende 12.350 euro mocht in de daaropvolgende maanden of jaren volstort worden. Ten laatste op het moment van de dividenduitkering.”

Regering fluit rulingcommissie terug

Het aanvangsvermogen van een BVBA moest dienen als een soort van buffer. Die dient voor als er iets verkeerd mocht lopen met de nieuwe onderneming. In de nieuwe vennootschapswet is voor de oprichting van een BV, de vervanger van de BVBA, geen aanvangsvermogen vastgelegd. Daardoor volstaat in theorie 1 of 100 euro als startkapitaal. De komst van de BV zorgde dus voor een onevenwicht op vlak van kapitaalsverplichtingen met de bestaande BVBA’s. Daarom gaf de Rulingcommissie in april 2020 meer uitleg over de kwestie.

“De Rulingcommissie gaf aan dat wie 6.200 euro gestort had, niet langer de verplichting had tot het volstorten tot 18.550 euro. Die BVBA’s konden ook, zonder problemen, het kapitaal in de vennootschap naar een lager bedrag brengen. Dus net als de nieuw opgerichte BV’s. Het volstond dat het kapitaal dat ze hadden op moment van dividenduitkering volstort was. Zelfs al was dat nog maar één euro op dat moment”, zegt Yves Verdingh. “De regering, ongetwijfeld op advies van de FOD Financiën, heeft echter anders geoordeeld en op die manier wordt er zeker geen administratieve vereenvoudiging gecreëerd voor de betrokken ondernemers.”

Rompslomp bovenop COVID-19

Elke BVBA die de volstorting tot 18.550 euro nooit uitvoerde en haar kapitaal al verminderde, krijgt van de overheid nog tot het einde van 2022 dit alsnog te doen. Gebeurt dat niet, worden de dividenden aan het gewone tarief van 30 procent in plaats van 15 procent belast. “Niet voor één jaar, maar tot het einde der dagen van de bewuste BVBA”, waarschuwt Yves Verdingh. “Eenmaal het initiële bedrag van 18.550 euro volstort is, staat het bovendien de aandeelhouders vrij om – net als bij de BV – het kapitaal opnieuw te verlagen, zonder consequenties voor de (toekomstige) dividendbelasting. Sommige aandeelhouders van een BVBA zullen dus ergens in een schuif duizenden euro’s moeten vinden om hun gunstige dividendentarief te behouden en daarna mogen ze diezelfde som terug volledig uit hun BVBA halen. Een jammer voorbeeld van micromanagement, die heel wat ondernemingen met extra rompslomp en zorgen opzadelt na een vaak al moeilijke coronaperiode.”