‘Een managementvennootschap is een ticket naar autonomie, geen fiscale truc’

Foto
Jan Hermans, CEO Lyff. en auteur van het boek ‘Fiscale shortcuts voor managementvennootschappen’
Veel ondernemers beschouwen hun managementvennootschap nog altijd als een fiscale constructie: een handige manier om belastingen te optimaliseren en kosten te beheren. Volgens Jan Hermans, oprichter en CEO van Lyff. en auteur van het boek ‘Fiscale shortcuts voor managementvennootschappen’, is dat een fundamentele misvatting.
In zijn boek pleit hij voor een bredere visie. Een managementvennootschap is volgens hem geen belastingtruc, maar een strategisch instrument waarmee ondernemers meer vrijheid, bescherming en toekomstperspectief kunnen opbouwen. Die visie ontstond niet vanuit fiscale theorie, maar vanuit concrete ervaringen die hem deden nadenken over kwetsbaarheid, autonomie en ondernemerschap.
“Er is een verhaal dat mij altijd is bijgebleven”, vertelt Hermans. “Een man van 55 die 25 jaar voor dezelfde Amerikaanse multinational had gewerkt. Nooit een dag te laat, altijd zijn targets gehaald, altijd loyaal. En toch werd hij van de ene dag op de andere ontslagen door een reorganisatie.
Ons systeem had hem niet voorbereid op die klap. Integendeel, het had hem uitgenodigd om in de hangmat te blijven liggen. Want wat gebeurt er met iemand die op zijn 55ste plots zonder werk valt? Hij moet solliciteren naar een nieuwe job in een markt die hem amper nog wil. Ondertussen gaat zijn echte waarde - de competenties die hij in 25 jaar heeft opgebouwd - langzaam verloren omdat het systeem hem geen structuur biedt om ze zelfstandig te valoriseren.
Op dat moment besefte ik wat een managementvennootschap werkelijk is. Geen belastingoptimalisatie, maar een ticket naar autonomie. Een structuur die meebeweegt met wie je bent en waar je naartoe wilt. Wie via een managementvennootschap werkt, bouwt iets op dat van hemzelf is, los van welke werkgever, multinational of reorganisatie ook.”
Je gebruikt opvallend vaak het woord vrijheid. Wat betekent financiële vrijheid vandaag voor ondernemers en hoe bouw je die op?
“Financiële vrijheid is voor mij de mogelijkheid om keuzes te maken zonder telkens opnieuw te moeten improviseren. Kun je gas terugnemen zonder dat je privé onmiddellijk in de problemen komt? Kun je een klant laten gaan zonder paniek? Kun je een jaar anders werken zonder dat je structuur dat verhindert? Veel mensen denken dat financiële vrijheid een bedrag op een bankrekening is. Ik zie dat anders. Het gaat over de ruimte die dat bedrag je geeft.
Ik leg een managementvennootschap vaak uit als een schoendoos met kranen. Zonder vennootschap komt je inkomen rechtstreeks privé binnen. Met een vennootschap komt het geld eerst in die schoendoos terecht. Daarna bepaal je via verschillende kranen hoe je het inzet: via loon, dividend, pensioenopbouw, investeringen of buffers. Je kunt sturen, plannen en evenwicht creëren. Net daarin schuilt de kracht. Een managementvennootschap laat toe verschillende soorten werk te combineren, nieuwe paden te verkennen en jezelf professioneel te blijven ontwikkelen zonder telkens opnieuw te moeten beginnen. Dat is voor mij vrijheid.
Bij Lyff. bouwen we die vrijheid op rond vier pijlers. De eerste is verloning: een gezond en verdedigbaar loon dat past bij de situatie van de ondernemer. De tweede is pensioen: keuzes die je vandaag maakt bepalen hoeveel ruimte je later hebt. De derde is bescherming tegen ziekte, overlijden of langdurige uitval. En de vierde is vermogensopbouw via beleggingen, vastgoed of andere investeringen.
Ondernemers focussen vaak op één van die pijlers. De echte kracht zit in de samenhang.”
Je schrijft in je boek dat veel ondernemers passagier worden in hun eigen vennootschap. Wat bedoel je daarmee?
“Dat beeld komt voort uit wat ik dagelijks zie in dossiers. Heel wat ondernemers worden vrij passief begeleid: ze starten op, betalen hun lasten en alles klopt technisch, maar er is weinig strategische opvolging of aandacht voor nieuwe mogelijkheden. Ze volgen vaak gewoon wat hun boekhouder voorstelt en stellen pas vragen wanneer er iets mis dreigt te lopen. Zo ontstaat het risico dat ze op automatische piloot gaan werken, terwijl ze eigenlijk zelf aan het stuur van hun vennootschap zouden moeten zitten.”
De Belgische fiscus kijkt vaak met wantrouwen naar managementvennootschappen. Begrijp je dat wantrouwen?
“Ja en nee. Ik begrijp die reflex omdat ik in de praktijk structuren zie die technisch correct zijn opgezet, maar inhoudelijk leeg zijn. Vergoedingen die niet marktconform zijn. Geldstromen die historisch misschien verklaarbaar zijn, maar vandaag geen logica meer hebben. Facturen zonder reële prestaties. In zo’n gevallen is wantrouwen terecht.
Het probleem ontstaat wanneer elke managementvennootschap automatisch wordt bekeken alsof ze louter een doorgeefluik is. België moedigt ondernemerschap aan met het ene handje en controleert het met het andere. Die spanning verklaart waarom managementvennootschappen tegelijk worden aangemoedigd en gewantrouwd.
Mijn advies aan ondernemers is altijd hetzelfde: zorg dat je je structuur kunt uitleggen. Niet alleen aan de fiscus, maar ook aan jezelf.”
Welke fout zie je het vaakst bij ondernemers die technisch goed verdienen, maar financieel toch kwetsbaar blijven?
“Veel ondernemers optimaliseren per onderdeel en verliezen daardoor het totaalbeeld. Een loonoptimalisatie lijkt logisch, maar kan bijvoorbeeld de pensioenopbouw en toekomstige flexibiliteit onder druk zetten. Ook reserves groeien vaak zonder dat er een duidelijk doel aan gekoppeld is, terwijl bescherming en planning worden doorgeschoven naar later.
Een typisch voorbeeld is de ondernemer die zijn loon zo laag mogelijk houdt omdat dat fiscaal voordelig lijkt. Op korte termijn klopt dat, maar op middellange termijn wringt het wanneer hij wil investeren in vastgoed, zijn woning wil verbouwen of minder wil werken. Dan blijkt vaak dat banken minder soepel zijn en dat er weinig structurele ruimte is opgebouwd.
Wat vaak vergeten wordt: loon is niet alleen een kost, maar ook een hefboom voor kredietwaardigheid en pensioenopbouw. Wie dat jarenlang minimaliseert, beperkt onbedoeld zijn toekomstige mogelijkheden. Verloning is dus geen element dat je zo laag mogelijk zet, maar een bouwsteen die je bewust moet positioneren binnen je totaalstrategie.”
Waarom rust er nog altijd zo’n groot taboe op ziekte, overlijden en uitval?
Als ondernemers geloven we graag dat we ongenaakbaar zijn. Ik weet dat uit eigen ervaring. In mijn twintiger jaren voelde ik me onoverwinnelijk: ik werkte hard, bouwde activiteiten op en keek niet achterom. Tot ik rond mijn vijfendertigste zes maanden uitviel. Dan ontdek je snel wat wel en niet goed geregeld is. Op zo’n moment wordt duidelijk hoe kwetsbaar een gezin financieel kan zijn. Bescherming wordt dan belangrijker dan eender welke fiscale optimalisatie.
Die ervaring heeft mij fundamenteel anders doen nadenken over structuur. Ik had verschillende operationele activiteiten lopen en vond het onaanvaardbaar dat alles afhankelijk was van één persoon: mezelf. Daarom heb ik mijn activiteiten opgesplitst in aparte werkvennootschappen, met een managementvennootschap als centrale hub. Zo worden inkomsten gecentraliseerd, terwijl risico’s gespreid blijven.
Van daaruit ben ik ook breder gaan kijken naar vermogensopbouw via secundaire inkomstenbronnen zoals investeringen in andere activiteiten, vastgoed en financiële beleggingen. Niet als speculatie, maar als bewuste architectuur. Bescherming organiseer je wanneer alles goed gaat, niet wanneer het al misloopt.”
Als een ondernemer na het lezen van jouw boek één ding anders zou doen, wat hoop je dan dat het is?
“Ik hoop dat ondernemers stoppen met hun vennootschap te zien als iets wat ze beheren en het beginnen zien als iets wat ze ontwerpen. Dat verschil is fundamenteel. Wie beheert, reageert. Wie ontwerpt, kiest.
Elke ondernemer zou zichzelf drie eenvoudige vragen moeten stellen.
- Wat wil ik vandaag organiseren?
- Wat wil ik binnen vijf jaar kunnen?
- En wat moet later overeind blijven?
Dat lijken eenvoudige vragen, maar ze bepalen hoe je vandaag met je verloning, je reserves, je pensioen en je investeringen omgaat. Als je die drie vragen kunt beantwoorden en je huidige structuur ondersteunt die antwoorden, dan werkt je vennootschap voor jouw toekomst. Zo niet, dan laat je de omstandigheden beslissen.”
Fiscale shortcuts voor managementvennootschappen wordt uitgegeven door Borgerhoff & Lamberigts (24,99 euro). Meer info via www.borgerhoff-lamberigts.be
5K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste Finance-community van België.






