HRmagazine
9 mei 2026
Zoeken
Nieuwsbrief
Word member

Inzicht in de cijfers achter afvalbeleid

Foto

Dave Van Eetvelt, financieel-administratief directeur van IVAREM

2025 was voor IVAREM een kanteljaar. Terwijl de nasleep van de coronacrisis en de geopolitieke spanningen de druk op leveranciers en de operationele werking verhoogden, koos de intercommunale voor vooruitgang. Grote investeringen moesten niet alleen acute uitdagingen opvangen, maar ook de toekomst van de afvalinzameling in de regio veiligstellen. Als financieel-administratief directeur van IVAREM geeft Dave Van Eetvelt ons een blik in de cijfers achter een intercommunale.

Het jaar van grote investeringen

Voor IVAREM stond 2025 in het teken van grootschalige investeringen. Door een samenloop van omstandigheden, waaronder de nasleep van de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne, liepen de wachttijden bij de leveranciers en hun onderaannemers op en ondervond de organisatie langere levertermijnen voor het vervangen van haar operationele voertuigen. Daarbovenop volgde ook significante investeringen in infrastructuur naar aanleiding van de uitbereiding van de dienstverlening, zoals de invoering van de gewogen afvalinzameling (DIFTAR). “Daarom hebben we het afgelopen jaar aanzienlijk geïnvesteerd, wat zich weerspiegelt in de grote toename van onze vaste activa”, aldus Dave.

In tegenstelling tot een externe private partner kan IVAREM als intercommunale niet vrij kiezen welke activiteiten ze uitvoert. “Soms voeren wij bepaalde activiteiten uit maatschappelijke overweging uit in plaats van economische motivatie.”

Dave haalt een voorbeeld aan: “Onze recyclageparken zijn niet winstgevend, maar hebben als doelstelling om het restafval te verminderen. Dergelijke activiteiten zijn moeilijker te verantwoorden voor private spelers.” Dat betekent echter niet dat het resultaat een ondergeschikte factor is voor een intercommunale: “We nemen steeds de algemene economische logica van onze activiteiten in acht”, vertelt Dave. “Toch is dat in sommige gevallen niet de enige overweging om bepaalde activiteiten al dan niet uit te voeren. Het blijft natuurlijk ook gewoon de zorgplicht van de gemeenten, waardoor je eigenlijk niet anders kan dan de dienstverlening aan te bieden.”

Soms gelden er ook andere regels voor publieke organisaties: “Vaak worden er stengere eisen opgelegd vanuit het idee dat we een voorbeeldrol hebben, zoals de PV-verplichting waarbij de afnamedrempel voor private ondernemingen vier keer hoger ligt dan voor ons. Ook op andere vlakken, zoals het gebruik maken van multimodaal transport of de elektrificatie van de vloot, merken we vanuit het beleid eenzelfde logica.”

De kosten van DIFTAR

Als intercommunale werkt IVAREM als een verlengde van de gemeente. De werking is louter kostendekkend. “Tachtig procent van onze middelen zijn publiek”, schetst Dave. “Dat vraagt wel wat administratie en een goede planning. Cashflow is en blijft voor ons erg belangrijk. We zijn volop aan het investeren, wat op dit moment grote financiële inspanningen vraagt. In die context moet je zeer goed weten hoeveel geld er binnenkomt en uitgegeven wordt. De gemeenten betalen ons op termijn wel terug, maar we spreken toch steeds over een voorfinanciering van enkele jaren.”

De grootste kostendruk voor IVAREM ligt op dit moment bij de invoering van DIFTAR. Met DIFTAR wordt er afgestapt van een vast volumetarief per vuilniszak. Burgers betalen, met andere woorden, voor de effectieve hoeveelheid afval die ze aanbieden. Met dit initiatief willen gemeentes hun afvalcijfers verlagen en hun inwoners stimuleren om bewuster om te gaan met het sorteren en recycleren van hun afval.

Deze shift vraagt een significante investering van IVAREM door de vervanging van vuilniszakken door rolcontainers. “We kopen de rolcontainers aan en stellen die gratis ter beschikking van de burgers. Tegelijkertijd moeten we ervoor zorgen dat die rolcontainers ook bij iedereen thuis geleverd worden. Dat is een enorme logistieke - en vooral dure - operatie. Ook de bijbehorende communicatiecampagne vraagt enige investering.”

DIFTAR is niet de enige financiële uitdaging voor IVAREM: “Wij verwerken zelf weinig afvalstromen en doen daarom beroep op afvalverwerkers, maar ook hun prijzen stijgen”, aldus Dave. Daarnaast viel er in het afgelopen halfjaar een belangrijke inkomstenbron weg: “Vroeger kregen we een vergoeding voor textielinzameling, maar sinds enkele maanden is die opbrengst negatief geworden.” Dat komt volgens Dave door de groei van fast fashion en een daling in de afzetmarkt van de verwerkers van textiel. “In tegenstelling tot een inkomst, is textielinzameling nu een extra kost voor ons.”

Duurzaamheid: een economisch en politiek vraagstuk

Ondertussen zoekt IVAREM naar manieren om een duurzamere afvalinzameling mogelijk te maken. “Onze inzamelwagens rijden op HVO-brandstof, een duurzame dieselbrandstof die gemaakt wordt uit afvalstromen. We bekijken ook de mogelijkheden om onze vloot te elektrificeren”, klinkt het.

In deze context is het volgens Dave belangrijk om de goede afwegingen te maken: “We werken met publiek geld, waardoor elke investering een economisch vraagstuk is. We kijken wel of we met de groene alternatieven die we op het oog hebben een goede business case kunnen bouwen of niet. Blijkt een investering op economisch vlak oninteressant, dan wordt die investering eerder een politieke overweging. We kunnen onze eigen idealen niet zomaar doorrekenen op kosten van de burger.”

Een vertekend beeld

“Mensen zijn zich waarschijnlijk niet bewust van de kosten die afval met zich meebrengt”, vertelt Dave. “Wat burgers betalen voor hun afval, door de aankoop van vuilniszakken bijvoorbeeld, gaat rechtstreeks naar de gemeente. Met dat geld wordt IVAREM gefinancierd en betaalt zij de verwerkers, maar dat systeem is vaak niet kostendekkend.”

Daarom is het bedrag dat gemeenten vragen voor vuilniszakken of per kilogram in het geval van DIFTAR, niet enkel een economische, maar ook een politieke keuze. Het is een beleidsinstrument. “Gemeenten kunnen ervoor kiezen om afvalinzameling voor iedereen zeer toegankelijk te maken door de prijs te beperken, maar dan zijn ze gedwongen om die kosten met de algemene middelen te dekken. Anderzijds kunnen ze ervoor kiezen om de burger individueel bij te laten dragen in de kosten zodat de algemene middelen gespaard blijven. Op die manier wordt een financiële prikkel gecreëerd om het restafval te beperken en correct te sorteren .”

Hierdoor ontstaat volgens Dave een vertekend beeld: “Wanneer burgers de tarieven vergelijken tussen gemeenten, vergelijken ze eigenlijk enkel wat de gemeente van hen vraagt. De kost van afvalinzameling en -verwerking is in Vlaanderen vrijwel overal hetzelfde. Het is de gemeente die besluit hoe ze hun inkomsten willen aanwenden”, besluit hij.

5K

Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste Finance-community van België.

Rubrieken

Over FDmagazine

Externe links

Volg ons op socials

Published by

Nieuwe Media Groep logo