NO SWEAT NO GLORY

Foto
Nicky Laukens, CFO Club Brugge, © Nicolas Herbots
Nicky Laukens kijkt naar voetbal zoals een strateeg naar een markt kijkt: met oog voor risico, rendement en structurele groei. Als financieel brein achter Club Brugge balanceert hij mee op het snijpunt van sportieve ambitie en economische realiteit. In een sector waar miljoenen circuleren, verliezen zich opstapelen en de kloof met de absolute top almaar groter wordt, kiest Club Brugge bewust voor een ander model: zelfbedruipend, datagedreven en gebouwd op langetermijndenken. Over die unieke sweet spot in het internationale voetbal, de rol van transfers en Europees voetbal, het belang van Club NXT en de noodzaak van een nieuw stadion sprak FDmagazine met een CFO die verder kijkt dan de eindstand alleen.
Nicky, tijdens CFO Conferenz introduceerde je ons de football pyramid. Je zegt dat Club Brugge in de sweet spot zit tussen topclubs en kleinere clubs. Kan je dat verder toelichten?
In de football pyramid staan bovenaan de absolute topcompetities. Daar zie je vandaag een verschuiving: de Premier League groeit en neemt steeds meer afstand van de andere grote competities. Dat geldt zowel voor de competitie zelf als voor de clubs.
Daarnaast heb je opkomende competities die niet per se aan de top staan, maar wel veel financiële middelen hebben, zoals de Saudi League. Clubs die vijf jaar geleden niemand kende, trekken nu wereldsterren aan.
Kortom, aan de top staan clubs met enorme commerciële waarde: echte wereldmerken, met spelers die zelf ook merken zijn. Zij focussen sterk op het monetizen van die waarde.
Club Brugge zit daar net onder, in wat wij de sweet spot noemen. Wij zijn geen wereldmerk, maar wel steeds bekender in Europa dankzij onze prestaties. Onze spelers zijn ook nog geen wereldsterren, maar hebben wel vaak dat potentieel.
Die positie geeft ons toegang tot Europese competities zoals de Champions League, met bijhorende media-inkomsten. Tegelijk kunnen we spelers met winst doorverkopen naar de top. Clubs aan de top zitten vaak al aan het plafond qua transferwaarde.
In onze P&L komt ongeveer 60% van de inkomsten uit Europees voetbal en transfers. Die twee hangen samen: je transferstrategie hangt af van in welke Europese competitie je speelt. Zonder die inkomsten zouden we structureel verlieslatend zijn.
Je benoemt de voordelen van die positie. Zijn er ook risico’s verbonden aan die sweet spot?
Zeker. Het belangrijkste risico is dat je je beste spelers elk jaar verliest. Je moet dus een organisatie bouwen die daarop voorbereid is.
Wij werken met een duidelijke lifecycle van spelers en investeren continu in scouting en rekrutering om de instroom te garanderen. Club NXT (onze U23-ploeg) speelt daarin een belangrijke rol: talent wordt vroeger geïntegreerd en de stap naar de A-kern wordt kleiner.
Vandaag zien we meer eigen opgeleide spelers in de A-kern dan tien jaar geleden.
Een tweede risico is de afhankelijkheid van Europees voetbal. Het verschil tussen Champions League en andere competities is enorm. De Champions League kan tot 60 miljoen euro opleveren, terwijl een halve finale in de Conference League rond 12,5 miljoen ligt.
Daarom is scenarioplanning bij ons cruciaal: bepaalde gebeurtenissen veranderen je volledige financiële situatie.
Die bedragen in de voetbalwereld blijven indrukwekkend. Hoe verklaar je dat?
Voetbal is entertainment. Net als topartiesten en festivals draait het om grote bedragen en een massapubliek. Topvoetballers zijn uitgegroeid tot wereldsterren, met miljoenen fans die bereid zijn te betalen om hen aan het werk te zien. In het stadion, maar vooral via schermen.
De Champions League speelt daarin een sleutelrol. Met een wereldwijd bereik, van Azië tot Latijns-Amerika, genereert die competitie enorme mediacontracten.
Tegelijk tekent zich een duidelijke verschuiving af: terwijl topcompetities blijven groeien, komen kleinere leagues onder druk te staan. De geldpot is niet eindeloos, en vloeit steeds meer richting de absolute top.
Ook het kijkgedrag verandert. Waar Belgische gezinnen vroeger vooral de eigen competitie en de Champions League volgden, kijken ze vandaag net zo goed naar buitenlandse leagues zoals de Premier League of zelfs de Saudi League.
Worden Belgische clubs daardoor benadeeld?
Er is niet per se een direct nadeel aan verbonden, maar er blijft minder geld over voor kleinere competities. Dat zie je bijvoorbeeld in het huidige mediacontract van de Pro League, dat lager ligt dan in de vorige cyclus.
[...]
Dit is het eerste deel van het interview met Nicky Laukens. Wil je graag verder lezen? Deel 2 lees je hier.
5K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste Finance-community van België.






