Loontransparantie: een derde zou vertrekken als blijkt dat ze onderbetaald zijn

Foto
©Olena Kholina
Een op de drie werknemers zou vertrekken of actief een andere job zoeken als loontransparantie toont dat ze onderbetaald zijn. Dat blijkt uit de Salarisgids 2027 van Robert Half. Zodra loonvorken zichtbaar worden, zien mensen ook waar ze zelf staan. Voor hr wordt loontransparantie daarmee een retentievraag.
Robert Half bevroeg online 500 werkgevers en 1.000 werknemers in België bevraagd, uit kmo's en grote ondernemingen, in finance, IT, administratie, hr en legal.
Aan de kant van de werkgevers loopt de voorbereiding goed. Van de bevraagde werkgevers werkt 87% met duidelijke loonvorken per functie en niveau, of is dat van plan. Daarnaast vergelijkt 83% de eigen lonen om de interne loongelijkheid te bewaken, en gebruikt 80% externe marktdata om te benchmarken, of zijn ze dat van plan.
Klaar op papier, nog niet in het gesprek
De voorbereiding is vooral technisch. Vorken, benchmarks en data zeggen hoe een loonhuis eruitziet. Ze zeggen niet hoe een medewerker reageert als hij zichzelf onderaan ziet staan.
“Loontransparantie gaat over meer dan alleen het publiceren van een loonvork”, zegt Jeroen Diels, Regional Managing Director bij Robert Half. Volgens hem moeten leidinggevenden begrijpen en kunnen uitleggen hoe een loonbeslissing tot stand komt.
Wat werknemers straks te zien krijgen
De Europese richtlijn maakt lonen vergelijkbaar, niet openbaar. Kandidaten krijgen vooraf informatie over het startloon of de loonvork. Werknemers krijgen het recht om hun eigen loonniveau op te vragen, en het gemiddelde loon, per geslacht, van collega's die hetzelfde of gelijkwaardig werk doen. De criteria voor loon en loongroei moeten toegankelijk zijn. Individuele lonen van collega's blijven vertrouwelijk.
België haalde de Europese deadline van 7 juni 2026 niet. Voor de privésector is er nog geen Belgische omzettingswet. De richting staat wel vast.
Het risico zit onderaan de vork
Wie ontdekt dat hij onderbetaald is, denkt aan vertrekken. Dat zegt een derde van de werknemers. Het gaat om een intentie, niet om gedrag: niet iedereen die eraan denkt, vertrekt ook.
De reactie van de werkgever weegt mee. Een kwart zou een loonverschil eerst intern aankaarten en voorlopig blijven. En 23% zou geneigd zijn te blijven als het loon wordt aangepast. Wie vertrekt, hangt dus mee af van wat er gebeurt nadat iemand de vraag stelt.
Veel werknemers kennen hun marktwaarde niet. Ruim een kwart, 28%, twijfelt eraan. Wie niet weet wat hij waard is, gebruikt de vork als meetlat.
Budget voor wat je zelf vindt
Werkgevers zien de correcties al aankomen. Volgens de gids verhoogt 82% van de bedrijven het jaarlijkse loonbudget om loonverschillen aan te pakken, of is dat van plan.
“Werkgevers wachten best niet tot een medewerker zelf een loonverschil aankaart om hun loonstructuur onder de loep te nemen”, zegt Diels. Wie zelf eerst kijkt, beslist zelf welke verschillen te verantwoorden zijn en welke recht te zetten.
6K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste Finance-community van België.






