Febelfin in het defensief: gebruik van de staatswaarborg stijgt

10 februari 2021
Febelfin in het defensief: gebruik van de staatswaarborg stijgt

Mediaberichten over de kredietverlening aan ondernemingen waren zeer negatief voor de houding van de banken. Febelfin reageert nu en plaatst enkele feiten op een rijtje.

De banken blijven de ondernemingen volop krediet verlenen. De kredietverlening heeft in 2020 standgehouden, ondanks de economische crisis.

De aanhoudende inspanningen van de banken om ondernemingen krediet te verlenen, blijkt uit de lage weigeringsgraad. De weigeringsgraad is slechts licht gestegen in vergelijking met de weigeringsgraad in de derde trimesters van de 2 vorige jaren, en ligt nog steeds historisch gezien op een laag niveau.

(Bron: Febelfin)

Uit de cijfers blijkt dat het gebruik van de tweede staatswaarborgregeling vandaag nog beperkt is. Het gebruik hiervan zit echter wel in stijgende lijn, en Febelfin verwacht dat deze toename zich verderzet in de toekomst.

Als de steunmaatregelen verminderen en de ondernemingen heropstarten of opnieuw meer omzet beginnen draaien, zullen bedrijven opnieuw meer nood hebben aan nieuwe kredieten. Die kunnen dan genieten van de waarborg van deze tweede staatsgarantieregeling.

Daarnaast zullen de kredieten verleend onder de eerste staatswaarborgregeling op vervaldag komen. Een deel kunnen bedrijven herfinancieren via de tweede staatswaarborgregeling.

Verklaringen voor huidige beperkte gebruik

  • Door de steun die de ondernemingen van de overheid ontvangen en de mogelijkheid om heel wat betalingen uit te stellen (BTW, sociale bijdragen, aflossingen van bankkredieten) hebben de ondernemingen die geïmpacteerd zijn door de coronacrisis (en die in principe dus staatswaarborg kunnen nodig hebben) niet onmiddellijk krediet nodig.
  • De tweede staatswaarborgregeling (SWII) is enkel van toepassing op KMO’s, daar waar de eerste garantieregeling (SWI) betrekking had op kredieten aan alle ondernemingen. Ook het feit dat SWII niet kan worden gebruikt voor herfinancieringen van kredieten (behalve kredieten onder SWI) zet een rem op het gebruik ervan.
  • Ondernemers geven de voorkeur aan kredieten met een heel interessante rentevoet. De gemiddelde rentevoet voor nieuwe kredieten bedroeg 1,41%, in november 2020. Voor kredieten met staatwaarborg II moeten de ondernemingen boven op de rente nog een overheidspremie van 50 basispunten betalen voor kredieten met een looptijd van maximum 3 jaar en van 100 basispunten voor kredieten met een looptijd van meer dan 3 jaar tot 5 jaar. Ondernemingen wensen vaak op zoek te gaan naar een goedkoper alternatief.
  • Daarnaast maken bedrijven ook nog volop gebruik van de regionale waarborgen, die uiteraard ook een groot deel van de noden invullen.