Privacyverklaring

Duurzaam waterbeheer: “De druk op de industrie neemt toe”

3 september 2023
Tekst
Lieven Desmet
Beeld
Bart Peeters

In Vlaanderen wordt jaarlijks ongeveer 740 miljoen m³ water verbruikt (bron: VMM). De industrie (300 miljoen m³/jaar) en de huishoudens (250 miljoen m³/jaar) zijn de grootste verbruikers. Bedrijven investeren in waterbesparing en -beheer. “Waterbesparing is essentieel voor een moderne industrie. Daarom zijn we er al zoveel jaren proactief mee bezig”, zegt Bart Peeters, senior expert wastewater treatment bij Bayer Crop Science België.

Zo’n zes jaar geleden rijpte het denkproces bij Bart Peeters en zijn collega’s over het hergebruik van het afvalwater bij Bayer Crop Science. “We hebben acht verschillende chemische units waarvan het afvalwater biologisch wordt gezuiverd in een centrale waterzuivering. We wilden nagaan of we in de toekomst met het biologisch gezuiverde afvalwater iets beters konden doen dan het gewoonweg te lozen.”

Toenemende waterschaarste

Het hergebruik van het afvalwater was de inzet van een pilootproject. “Het inzicht dat we niet naast de toenemende waterschaarste kunnen kijken, was de trigger. Ook de strengere wetgeving en normeringen hielpen om het investeringsproces in gang te zetten. Vanuit waterbesparingsopzicht kunnen we in de verschillende productieprocessen niet veel verder meer gaan”, getuigt Bart Peeters. “Daar hebben we al veel stappen gezet en zitten we een beetje op het eind van het traject, al blijven de verschillende afdelingen streven naar waterbesparingen.”

Waterrecoveryproject

Green Deal, Blue Deal, Sustainable Development Goals (SDG's), Vlarem: aan wetgevende initiatieven geen gebrek. “De richtlijnen zeggen dat we het waterverbruik zoveel mogelijk dienen te minderen en dat we in de productie zoveel mogelijk water moeten hergebruiken”, aldus Bart Peeters, die een waterrecoveryproject opzette, goed voor een investering van zo’n vier miljoen euro.

Het afvalwater van de verschillende chemische processen stroomt naar één centrale waterzuivering. Via ultrafiltratie en omgekeerde osmose wordt een deel van het biologisch gezuiverde afvalwater nog verder gezuiverd door middel van membraantechnologie. De installatie verwerkt een kwart van het biologisch gezuiverde water en produceert wekelijks 5.500 m3 water van hoge kwaliteit. Dit vermindert het gebruik van vers water op de site met tien procent. Op jaarbasis komt deze reductie overeen met het drinkwaterverbruik van zowat drieduizend gezinnen. Het met membraantechnologie gezuiverde water wordt in de centrale nutsafdeling verder omgezet in stoom en gedemineraliseerd water. “Het proceswater, het gedemineraliseerde water en de stoom worden naar de verschillende chemische processen geleid. Zo kunnen we onder meer reactoren en destillatiekolommen opwarmen”, duidt Bart Peeters.

Closed loop

Ten slotte keert hetzelfde water terug naar de centrale waterzuivering waar het zuiveringsproces opnieuw start. Bart Peeters: “We creëren op die manier een zogenaamde closed loop met dit water. Dit is niet zo evident als het lijkt, want de membranen zijn heel gevoelig voor vervuiling. Op dat vlak hebben we nog heel wat te leren. In elk geval is waterbesparing essentieel voor een moderne industrie, net daarom zijn we er al zoveel jaren proactief mee bezig. Ook de Vlaamse wetgeving is aan het veranderen: als je een vergunning voor een installatie aanvraagt, is reductie van watergebruik een vaste topic.”

De druk op de industrie om actie te nemen met betrekking tot hergebruik van water neemt toe. “De overheid kijkt nauwer toe op onze omgang met water. Logisch, want als de trend zich verderzet en er opnieuw een periode van langdurige droogte aanbreekt, worden de uitdagingen groter.”

Geen alternatief

Dat dit zware investeringen vergt, is correct, maar het alternatief is erger. “Mochten we in de toekomst niet voldoende water ter beschikking hebben, dan moeten we de productie mogelijks minderen. De economische kostprijs van zo’n beslissing zou significant zijn. Op zich zijn de investeringen in waterhergebruik economisch niet interessant, want het terugverdieneffect speelt over een termijn van twintig jaar, in plaats van de reguliere drie jaar. Als we hierdoor vermijden dat in de toekomst te weinig water voor productie ter beschikking is, is het toch een goede investering.”

Met een heel lange terugverdientijd is het strategisch-operationeel niet makkelijk om binnen een organisatie te pleiten voor dergelijke investeringen. “Anderzijds zijn er de wetgeving en de beschikbare technologie. In België zijn we wel iets strenger in vergelijking met andere vestigingen uit de groep”, besluit Bart Peeters.